Nieuwe medicijnen voor kinderkanker

Jan Molenaar benoemd tot hoogleraar Precision Medicine in Pediatric Cancer

De Universiteit Utrecht benoemt Jan Molenaar per 1 april 2021 tot hoogleraar Precision Medicine in Pediatric Cancer. De leerstoel is gericht op het ontwikkelen van specifieke, op maat gemaakte behandelingen voor kinderkanker – de grootste doodsoorzaak onder kinderen tot 12 jaar. Specifieke behandelingen kunnen volgens de onderzoeker leiden tot hogere overlevingskansen en minder bijwerkingen. ‘Het onderzoek leunt nu nog zwaar op kanker bij volwassenen’

Prof. dr. Jan Molenaar
Prof. dr. Jan Molenaar (© Prinses Máxima Centrum/Romy Jans)

In Nederland krijgen jaarlijks zo’n zeshonderd kinderen de diagnose kanker, waarvan een kwart de ziekte niet zal overleven. Kanker is daarmee de grootste doodsoorzaak onder kinderen tot 12 jaar. Van de kinderen die de ziekte wel overleeft, krijgt ongeveer 70 procent later alsnog te maken met ernstige klachten. Ondanks de grote vooruitgang die de afgelopen jaren is geboekt bij de behandeling van kinderkanker, zijn de overlevingskansen niet aanzienlijk gestegen.

Vanuit zijn nieuwe aanstelling zoekt Jan Molenaar naar verbeteringen in de behandeling van kinderkanker. Hij slaat daarbij wegen in die afwijken van de gangbare praktijk in het kankeronderzoek. ‘Het onderzoek leunt nu nog zwaar op kanker bij volwassenen’, zegt Molenaar. ‘Op dat vlak worden veel resultaten geboekt, en die gebruiken we om therapieën voor kinderkanker te ontwikkelen. Maar eigenlijk laten die resultaten zich lang niet altijd vertalen naar kinderkanker.’ Het gevolg is dat kinderen therapieën krijgen die niet optimaal zijn afgestemd op hun ziekte, wat leidt tot lagere overlevingskansen en meer bijwerkingen.

Verschillende vormen van kanker

De verschillen tussen beide vormen van kanker zijn dan ook groter dan vaak wordt aangenomen. Een verschil is dat bij volwassen kanker vaak andere genen betrokken zijn dan bij kinderkanker. 75 procent van de ‘kankergenen’ bij volwassen kanker spelen geen rol bij kinderkanker. Door te zoeken naar genetische aanknopingspunten die juist bij kinderkanker voorkomen, moet het volgens Molenaar mogelijk zijn om gerichte therapieën voor kinderkanker te ontwikkelen. ‘Ons doel is zoeken naar specifieke genetische targets van kinderkanker en daar therapieën voor ontwikkelen.’

Minuscule bolletjes

Molenaars onderzoek begint bij de vraag wat kinderkanker in genetisch opzicht onderscheidt. ‘Wat zijn de afwijkingen in het DNA van tumoren bij kinderkanker? En hoe kunnen we daar behandelingen tegen verzinnen? Dit gaat leiden tot echt nieuwe medicijnen, op basis van nieuwe moleculen’, zegt de onderzoeker.

Een van de behandelmogelijkheden die Molenaar gaat verkennen is het inpakken van medicijnen in minuscule bolletjes. Daarmee moet het mogelijk zijn om medicijnen af te leveren op specifieke plekken in het lichaam. Het voordeel daarvan is dat het afgeleverde middel alleen tumorweefsel aanpakt en gezond weefsel ongemoeid laat. Daarnaast gaat Molenaar proberen nieuwe combinatie medicijnen te maken, specifiek tegen afwijkende genen in kinderkanker (zogeheten PROTACs).

Meer aandacht voor kinderkanker

Kankertherapie die speciaal is gericht op kinderen is nu nog een zeldzaamheid, aldus Molenaar. ‘De aandacht voor kinderkanker is vanuit de farmaceutische industrie marginaal, omdat het aantal patiënten veel geringer is. Als academische instelling moet je dit dan oppakken. En het is geweldig om dit te doen met sterke partijen.’ Molenaar voert zijn onderzoek uit in nauwe samenwerking tussen de faculteit Bètawetenschappen van de Universiteit Utrecht, het Prinses Máxima Centrum, het UMC Utrecht en Sanquin.

Industrie en Europese samenwerking

Om toekomstige behandelmethoden in de klinische praktijk te krijgen, werkt Molenaar ook samen met diverse academische en industriële partners in Europa. Samenwerken op zo’n grote schaal biedt volgens hem grote voordelen. ‘Omdat kinderkanker relatief zeldzaam is, moet je klinische trials op dit vlak Europees aanpakken. Bovendien, als een trial dan iets oplevert, kun je een behandeling snel Europees toepassen en veel patiënten bereiken.’

CV Jan Molenaar

Prof. dr. Jan Molenaar is verbonden aan de Universiteit Utrecht en het Prinses Máxima Centrum, waar hij sinds 2016 een eigen onderzoeksgroep leidt. In 2011 werd hij benoemd tot KWF Fellow. In 2016 ontving hij een Vidi-beurs van NWO en een ERC Starting Grant.