22 januari 2018

James Kennedy: Nederlandse historici mogen wel wat vaker kleur bekennen

Prof. dr. James Kennedy. Bron: YouTube (still)
Prof. dr. James Kennedy. Bron: YouTube (still)

Hoe staat de geschiedschrijving in Nederland er als vakgebied voor? Om hier achter te komen spreekt Niels Mathijssen voor Over de muur dit jaar met historici van verschillende pluimage. Hoe kijken zij naar hun werk en beroepsgroep? In deze aflevering: prof. dr. James Kennedy, hoogleraar moderne Nederlandse geschiedenis en decaan van het University College in Utrecht.

Gebrek aan debat

Kennedy spreekt over het gebrek aan fundamenteel debat onder Nederlandse historici en de verkavelingsmentaliteit onder historici. Daarnaast merkt Kennedy op dat Nederlandse historici als beroepsgroep weinig ideologisch geïnspireerd zijn. Confrontaties worden liever uit de weg gegaan.  

Linkse denkbeelden

In de Verenigde Staten is het op dit moment dan weer doorgeslagen naar de andere kant. Kennedy: ‘Daar is nu álles ideologisch en de strijd overal aanwezig. Je moet daardoor steeds oppassen bij wat je zegt. Amerikaanse historici zijn daarbij het contact met de samenleving totaal kwijt. Ze hebben als groep veel linksere denkbeelden dan gangbaar is in de samenleving.

Middenweg

De Amerikaanse situatie is dus ook zeker niet ideaal, naar mening van de hoogleraar. Hij ziet een middenweg tussen de Amerikaanse en Nederlandse modus operandi als het meest wenselijk.

Brede faculteiten

In de Verenigde Staten worden geschiedenisstudenten volgens Kennedy veel breder opgeleid. Kennedy vindt dat geschiedenisfaculteiten in Nederland gebaat zouden zijn bij zo’n bredere opzet: “Iedere geschiedenisfaculteit moet naar mijn mening verschillende type talenten in huis hebben – onderzoekers, docenten, ‘popularisatoren’". Verder is mijn aanbeveling: verplicht studenten om zich ook bezig te houden met andere vakgebieden. Alleen met geschiedenis kom je er niet meer. Zorg dat de invulling van keuzeruimte niet bij de studenten ligt maar maak daar pakketten voor – bijvoorbeeld een met sociologie, een gericht op de humanities.”