5 september 2018

Is de voorgestelde Europese herziening van online auteursrecht wel een goed idee?

© iStockphoto.com

Op 12 september 2018 stemden de leden van het Europese Parlement vóór hervorming van het auteursrecht. De nieuwe auteursrechtwetgeving kent grote voor- en tegenstanders. Jurist Stefan Kulk (Rechtsgeleerdheid) en dataspecialist Mirko Schäfer (Utrecht Data School) zijn kritisch op deze nieuwe wetgeving: “De voorgestelde hervormingen bevatten een aantal verontrustende elementen die van invloed kunnen zijn op de manier waarop burgers het World Wide Web gebruiken,” aldus Schäfer.

Waar gaat het eigenlijk om en is de kritiek terecht, of is het juist goed dat er nieuwe auteursrechtwetgeving komt die beter past bij de digitale tijd waarin wij leven?

Onevenredige maatregelen

Nieuwsuitgevers en belangenverenigingen voor schrijvers en journalisten zijn blij met de nieuwe wetgeving, maar met name artikel 11 en 13 krijgen veel kritiek te verduren. Politici, burgerrechtenorganisaties en internetpioniers spraken zich uit tegen de artikelen, het internet zou “kapot worden gemaakt”. Schäfer: “Critici wijzen er overtuigend op dat de voorgestelde herziening tot censuur kan leiden, de privacy schendt, de toegang tot informatie kan beperken en technologische innovatie in de kiem smoort. Er worden onevenredige maatregelen ingevoerd om schendingen van het auteursrecht aan te pakken.”

Artikel 11

Artikel 11 stelt dat online platformen die linken naar een nieuwsbron de uitgever achter dat nieuws moeten betalen. Kulk: “Deze zogenaamde "link tax” is eigenlijk een nieuw exclusief recht - een uitgeversrecht - dat persuitgevers in staat stelt om van online platforms te eisen dat ze een licentie afnemen als ze kleine stukjes (zgn. “snippets") overnemen uit krantenberichten, magazine artikelen enzovoorts. Het idee achter artikel 11 is om de pers te versterken door ze een betere onderhandelingspositie te geven ten opzichte van de grote internetplatforms zoals Google en Facebook.”

Ik krijg het gevoel dat juristen van het kabel TV-tijdperk eraan hebben gewerkt.

Volgens Schäfer is het idee van een licentie voor het leggen van links naar inhoud in strijd met het gedachtegoed van het web en de technologische kenmerken ervan. “Het web gedijt juist bij het verbinden van inhoud door middel van hyperlinks. Het voorstel zal dan ook gevolgen hebben voor individuele bloggers, academici en wetenschappers, burgerjournalisten, tieners die onschuldig inhoud delen en ook democratische activisten die hun medeburgers willen informeren. Deze voorgestelde herziening past niet bij de digitale tijd waarin wij leven. Ik krijg het gevoel dat juristen van het kabel TV-tijdperk eraan hebben gewerkt.”

Artikel 11 komt onze vrijheid van meningsuiting, die ons ook het recht geeft om informatie tot ons te nemen, niet ten goede.
Stefan Kulk

Innovatie

Voor kleinere ondernemingen heeft artikel 11 ook gevolgen. Kulk: “Als zij op een slimme manier iets met online content willen doen, dan zullen ze daarover wel twee keer moeten nadenken. Innovatie in de nieuwssector wordt daarmee op het spel gezet.”

© iStockphoto.com

Macht van Google

Duitsland en Spanje hebben reeds een soort van “link tax” geïntroduceerd. Kulk: “Het heeft tot veel onzekerheid geleid over de vraag wanneer je precies toestemming nodig hebt om een klein stukje tekst over te nemen. Door deze onderzekerheid over de toepasselijkheid van de regels zijn mensen en bedrijven in deze landen niet geneigd om nog naar krantenberichten en dergelijke te linken. Bovendien heeft Google in Duitsland op een goed moment gezegd: 'Dan linken we toch niet meer vanuit Google News naar jullie berichten!' Het gevolg was dat de uitgevers helemaal geen verkeer meer naar hun website kregen waardoor ze nog verder van huis waren. Daar zie je ook de macht die Google heeft om het internet naar zijn hand te zetten - maar dat is een ander probleem dat je niet kunt oplossen met een 'link tax'." 

 

Artikel 13

Artikel 13 verplicht platforms om strenger op te treden tegen het gebruik van ongeautoriseerd materiaal op hun platforms. Op plekken als YouTube wordt behoorlijk wat materiaal gedeeld waarvoor eigenlijk wel iets betaald zou moeten worden aan rechthebbenden, stelt Kulk. “Denk bijvoorbeeld aan het eruit filteren van de nieuwste Game of Thrones aflevering. Onder het huidige recht hoeven platforms alleen het materiaal te verwijderen als daarover door rechthebbenden wordt geklaagd. Onder de voorgestelde regels moeten platforms zelf actief op zoek naar ongeautoriseerd materiaal, en als ze het niet verwijderen, dan moeten ze daarvoor gaan betalen.”

Voor grotere platforms is het gemakkelijker om aan artikel 13 te voldoen dan voor kleine of opkomende diensten. “Grote platforms kunnen de benodigde technologie makkelijker aanschaffen of ontwikkelen en zij kunnen ook direct met grote auteursrechthebbenden onderhandelen.”

© iStockphoto.com/dane_mark

Verstoorde balans

Het auteursrecht is ook niet zo zwart-wit volgens Kulk. “Van het auteursrecht mag je best wat materiaal van anderen gebruiken in je video. Dat heet citeren. Ook mag je materiaal gebruiken om een parodie te maken. Een leuk GIFje met daarin ook beeldmateriaal van anderen mag dus best. Die uitzonderingen zijn er onder andere om de vrijheid van meningsuiting te bevorderen. Geautomatiseerde systemen kunnen dat soort onderscheidingen tussen wat wel mag en wat niet mag niet goed maken. Als de algoritmen strenger zijn dan het auteursrecht zelf, dan wordt de balans in het auteursrecht verstoord en de vrijheid van meningsuiting aangetast."

Het lijkt zeer onwaarschijnlijk dat een dergelijk screeningproces een onderscheid kan maken tussen rechtmatig eerlijk gebruik, persiflage, satire of kritiek. En zoals we zien in Duitsland met de Network Enforcement Act (van kracht sinds januari 2017), die beloofde om haatzaaiende taal te bestrijden, blijkt het dat platforms eerder inhoud verwijderen dan grondig controleren of berichten vallen binnen het domein van de vrijheid van meningsuiting.
Dr. Mirko Schäfer

Privacy

De techniek die ontwikkeld wordt om alle content van internetgebruikers te filteren wordt door critici omschreven als ‘surveillance technology’. Schäfer is het eens met Europarlementariër Julia Reda, die stelt dat de technologie die ontwikkeld moet worden om de content te monitoren waarschijnlijk uitbesteed zal worden aan een paar grote Amerikaanse providers, waardoor hun marktpositie nog verder wordt versterkt en zij directe toegang krijgen tot het gedrag van alle gebruikers van internetplatforms in de Europese Unie.

Meer transparantie

Kulk vindt wel dat de nieuwe regels kansen bieden om de filterpraktijken van Facebook en Google beter te reguleren. “We zijn op dit moment afhankelijk van Google en Facebook om de systemen netjes in te richten en voor voldoende waarborgen te zorgen. Met de nieuwe wet kunnen we eisen van Google en Facebook (en anderen) dat ze transparant zijn over de werking van deze systemen, zodat we ze in de gaten kunnen houden.”

Artikel 13 wel of niet invoeren?

Van Kulk mag Artikel 13 ingevoerd worden, “mits de rechten van internetgebruikers beter worden beschermd.” Schäfer is het daar niet mee eens: “Artikel 13 gaat er vanuit dat er functionerende uploadfilters komen. Dat is een groot misverstand. We zien nu al dat dit technisch niet haalbaar is. Bovendien denk ik dat er geen enkele kans is om de rechten van de gebruikers te beschermen.”

Is er wel een probleem?

© iStockphoto.com

Schäfer vraagt zich af of er überhaupt wel een probleem is met de online verspreiding van auteursrechtelijk beschermde inhoud. “Volgens een in opdracht van de EU uitgevoerde studie is er geen bewijs dat online delen een negatief effect heeft op de verkoop. Omdat deze resultaten niet overeenkwamen met het perspectief van grote Europese mediaconcerns en auteursrechthebbenden, probeerde de EU-commissie dit met belastinggeld gefinancierde onderzoek te verdoezelen. Artikel 13 lost geen probleem op, maar introduceert eerder problemen.”

“Een grappige bijkomstigheid: het team van rapporteur Axel Voss heeft herhaaldelijk inhoud zonder licentie gebruikt in de eigen communicatie en heeft zich niet gehouden aan de regels die de EU de Europese burgers wil opleggen.”

Geen consumenten maar producenten

Grote uitgevers en Europees politicus Axel Voss zien Europese burgers als consumenten, terwijl ze in de ogen van Schäfer ook vooral producenten zijn. “Voss en consorten hebben zich nog niet gerealiseerd dat de publieke sfeer niet meer uitsluitend wordt gedomineerd door mediabedrijven, maar dat gewone burgers, wetenschappers, activisten en zogenaamde burgerjournalisten zonder enige banden met uitgevers, universiteiten of een vergelijkbaar institutioneel orgaan content creëren, distribueren en linken naar content. Juist deze praktijken, die ons dagelijks mediagebruik verrijken en ons toegang geven tot informatie, politiek commentaar en discussie, zouden door dit voorstel in gevaar worden gebracht.”