Nieuwe receptuur voor innovatie in het smart city domein

Inzichten project IRIS leiden tot andere aanpak in ideation en incubatie

Sinds oktober 2017 is de Universiteit Utrecht actief in het project IRIS (Integrated and Replicable solutions for co-creation In Sustainable cities), samen met startup incubator UtrechtInc en een breed consortium aan lokale en Europese partners. Nu het project halverwege is, kunnen de eerste conclusies worden getrokken. Een van de inzichten is dat het genereren van verdienmodellen voor smart city innovaties begint bij het ophalen van heel veel ideeën.

In het IRIS-project werken zeven Europese steden samen om van stedelijke gebieden gezonde, betaalbare en fijne plekken te maken, voor de bewoners en voor de planeet. Dit zijn zogenoemde smart cities. Binnen smart cities wordt gefocust op het verduurzamen van energieopwekking, -opslag en -gebruik en mobiliteit in een bepaalde wijk, gebied of stad, met inzet van data en betrokkenheid van wijkbewoners.

Binnen IRIS doet Mark Sanders met collega’s van de Utrecht University School of Economics onderzoek naar nieuwe verdienmodellen rond smart cities. Proeftuinen hiervoor zijn de Utrechtse wijk Kanaleneiland-Zuid, de Eco Valley in Nice (Frankrijk) en de campus van de Chalmers University of Technology in Göteborg (Zweden).

"De Universiteit Utrecht onderzoekt welk type activiteiten nodig is om ideeën te generen voor smart city uitdagingen die voorliggen, en hoe potentiële verdienmodellen die uit deze activiteiten volgen het best ontwikkeld kunnen worden”, aldus Sanders. “Gelijktijdig met dit onderzoek zorgt incubator UtrechtInc voor praktische ondersteuning en coaching om de opgehaalde ideeën verder te ontwikkelen."

Zo veel mogelijk ideeën ophalen

Sanders: "In eerste instantie is gekeken naar incubatie: de begeleiding van idee naar eerste omzet. Er ontstaat een bedrijf uit het idee. Al snel bleek dat niet elk idee hiervoor geschikt is. Je hebt dus veel ideeën nodig: als je honderd ideeën hebt, zijn er misschien vijf tot tien interessant voor een incubatietraject om verdienmodellen te testen. Uiteindelijk blijft er dan één bedrijfje over dat kan uitgroeien tot een gezond, duurzaam bedrijf."

Om die reden is de focus van het onderzoek verlegd naar ideation: het genereren van ideeën en oplossingen die als input kunnen dienen voor een incubatietraject. "Als we op het gebied van smart cities willen innoveren, moeten we zo veel mogelijk ideeën genereren en verzamelen. Voorheen zochten we naar een speld in een hooiberg – nu proberen we met gerichte activiteiten en uitdagingen als een soort magneet de speld uit de hooiberg te trekken."

Om tot zo veel mogelijk ideeën te komen worden nu challenges en evenementen gevolgd of zelf georganiseerd. Sanders: "Die activiteiten evalueren we, om ze vervolgens als ‘recept’ op te schrijven. Op deze manier kunnen andere steden binnen en buiten het project IRIS deze activiteiten inzetten om innovaties aan te jagen voor hun eigen smart cities." Voorbeelden hiervan zijn Design Thinking-sessies met wijkbewoners op het gebied van slimme straatverlichting, een wedstrijd om ideeën op te halen die bewoners helpen meer grip te krijgen op hun energierekening en de Gemeente Utrecht die startups uitdaagt om innovatieve oplossingen te bedenken voor maatschappelijke uitdagingen.

Als we op het gebied van smart cities willen innoveren, moeten we zo veel mogelijk ideeën genereren en verzamelen. Voorheen zochten we naar een speld in een hooiberg – nu proberen we met gerichte activiteiten en uitdagingen als een soort magneet de speld uit de hooiberg te trekken.

Rol bedrijfsincubator in succes startups

De bedenkers van veelbelovende ideeën worden vervolgens begeleid door Stefan Braam van UtrechtInc, om de verdienmodellen - is het idee rendabel? - te valideren. Braam: "We faciliteren teams met een beginnend bedrijf met zaken als ondernemerschapsvaardigheden, kantoorfaciliteiten, toegang tot talent en een uitgebreid netwerk van mentoren." Naast deze belangrijke randvoorwaarden bestaat het drie tot tien maanden durende programma uit verschillende workshops en trainingen.

Het doorlopen van een dergelijk incubatietraject leidt tot betere bedrijfsprestaties op de lange termijn, bleek uit onderzoek van Chris Eveleens. Een incubator accomodeert een leerproces waar de ondernemer beter van wordt. "Daarnaast zien we dat informele bijeenkomsten erg belangrijk zijn. De inzichten uit toevallige ontmoetingen die ondernemers-in-de-dop hier hebben leiden tot kleine, doch cruciale, aanpassingen in het originele bedrijfsidee", aldus Braam. 

Nieuwe inzichten leiden tot aangepaste programma's

De aansluiting bij project IRIS liet UtrechtInc inzien dat de behoeften van een incubatietraject per type team verschillen. "We hebben er daarom voor gekozen om één validatieprogramma voor alle beginnende bedrijven op te splitsen in drie programma’s. Eén voor studenten, één voor wetenschappers, en één voor teams met een sterke focus op technologie", legt Braam uit. "Onze ervaring is dat de behoeften vooral worden bepaald door de samenstelling en kwaliteiten van het team, minder door het type product of dienst."

De wijziging in de incubatieprogramma’s lijkt haar vruchten af te werpen: in 2017 en 2018 werden in totaal 24 startups begeleidt door UtrechtInc, voor de nieuwe programma’s kreeg de incubator in 2019 ruim veertig aanmeldingen. 24 van hen werden toegelaten. Braam: "Belangrijker nog, de kwaliteit van het programma gaat omhoog: we sluiten op deze manier beter aan bij de behoeften van de deelnemers."