In memoriam Wiljan van den Akker (1954-2026)
De faculteit Geesteswetenschappen bereikte het bericht van het overlijden van Wiljan van den Akker, emeritus faculteitshoogleraar en oud-decaan van de faculteit (2006-2014). Met zijn plotselinge overlijden verliezen we een invloedrijk wetenschapper en bestuurder en een markante collega. Naaste collega’s schreven een persoonlijk woord van afscheid.

Vechter voor de geesteswetenschappen
Als decaan was Van den Akker een onvermoeibaar vechter voor de geesteswetenschappen. Ze moesten serieus worden genomen en fatsoenlijk gefinancierd. Hij verwachtte dat de goegemeente begreep dat je niet enerzijds de culturele waarde van het boek, de kunst, de taal, de geschiedenis en de ethiek kunt prijzen, om anderzijds de geldkraan dicht te draaien voor de wetenschappen die zich ermee bezighouden. Hij sloeg met de hand op tafel voor het grote landelijke financieringsprogramma Duurzame Geesteswetenschappen en landelijke samenwerking van faculteiten ter versterking van de disciplines. Ook binnen de universiteit eiste hij van iedereen dat de geesteswetenschappen voor vol werden aangezien.
Nederlands
Van den Akker werd in 1954 geboren in Oss. Zijn vader was zakenman en bankier, zijn moeder kwam uit een onderwijsfamilie. De jonge Wiljan ging in Den Bosch naar het Gymnasium B en toonde aanleg voor de bètavakken. Ondanks de verwachting dat hij Geneeskunde zou studeren, koos hij voor de studie Nederlands in Utrecht.
In Utrecht maakte professor Guus Sötemann indruk op hem. Maar het was vooral zijn student-mentor Frits van Oostrom, toen ouderejaars, die vensters op de Nederlandse literatuur opende waarvan de jonge Wiljan niet eens wist dat ze bestonden. De band tussen de twee is altijd blijven bestaan.
Moderne Nederlandse letterkunde
In 1985 promoveerde Van den Akker op het werk van Martinus Nijhoff. Nog geen drie jaar later werd hij, net 32 jaar oud, hoogleraar Moderne Nederlandse letterkunde. Het was even wennen voor hem om de leerstoel te bekleden waaronder meerdere van zijn voormalige docenten vielen.
Van den Akker wist de vakgroep mee te nemen in grotere openheid voor nieuwe literatuurwetenschappelijke richtingen. Hij bevorderde samenwerking met neerlandici in bijvoorbeeld Duitsland en de Verenigde Staten van Amerika. Hij publiceerde over Roland Holst, Van Schendel, Leopold en Lodeizen. Vorig jaar nog publiceerde hij met Gillis Dorleijn het vuistdikke Een nieuw geluid: De geboorte van de moderne poëzie in Nederland.
Bouwen aan de wetenschap
In 1994 vroeg de faculteit der Letteren Van den Akker het nieuw op te richten Onderzoeksinstituut voor Geschiedenis en Cultuur (OGC) te leiden, een taak die hij samen met Frans Ruiter op zich nam.
Hij bracht het instituut in lijn met organisatievormen die ook in de toen nog nieuwe landelijk onderzoekscholen dominant werden. Daardoor werd het volgens hem voor onderzoekers mogelijk om in verschillende contexten vanuit eigen identiteit te blijven acteren. Dit was voor Van den Akker een belangrijk bestuurlijk principe.
Na acht jaar OGC werd hij voorzitter van het gebiedsbestuur Geesteswetenschappen van NWO. Hij was trots op zijn werk aan de landelijk ingevoerde Aspasia-premies, die decennialang loopbanen voor vrouwen in de wetenschap hebben bevorderd. Als directeur van de instituten van de KNAW was hij vervolgens bezig met vragen van dataopslag in een toenemend gedigitaliseerde wereld. Het resultaat is DANS, het nationale expertisecentrum en repository voor onderzoeksdata.
Decaan faculteit Geesteswetenschappen
Toen Van den Akker in 2006 werd benoemd als decaan van de nieuw te vormen faculteit Geesteswetenschappen, viel hij terug op het principe van erkenning van identiteit. Onderdelen van de vroegere faculteiten Letteren, Theologie en Filosofie werden ondergebracht in robuuste departementen, die tot op de dag van vandaag bestaan.
Van den Akker zag met tevredenheid dat de faculteit Geesteswetenschappen nu al sinds jaar en dag een prominente rol op zich neemt in een strategisch thema als Institutions for Open Societies. Misschien nog trotser was hij op de zichtbaarheid van geesteswetenschappelijke thema’s in Europese financieringsprogramma’s met een nadruk op maatschappelijke impact. Aan impact hechtte hij bijzonder toen hij als vicerector voor onderzoek de Universiteit Utrecht in Europa vertegenwoordigde.
Van den Akker zag zich als decaan ook genoodzaakt tot onpopulaire beslissingen, zoals het sluiten van de opleidingen Portugees en de opleiding Theologie, vanwege teruglopende studentaantallen.
Van den Akker leek soms te verwachten dat iedereen dezelfde tomeloze energie aan de dag legde als hij. Dat maakte hem niet voor iedereen tot de gemakkelijkste collega. Maar hij stond voor zijn mensen, hij was een hartelijke man met een grote loyaliteit en een dito gevoel voor humor.
Dichterschap
Naast zijn werk als wetenschapper en bestuurder was Wiljan van den Akker dichter, schrijver en vertaler. Ook was hij jurylid van de P.C. Hooftprijs en de Prijs der Nederlandse Letteren. Voor zijn eerste poëziebundel, De afstand, ontving hij in 2008 de C. Buddingh'-prijs.
Samen met zijn vrouw Esther Jansma publiceerde hij in 2015 onder het pseudoniem Julian Winter de roman De messias. Jansma, zelf een vooraanstaand dichter, overleed vorig jaar. Ze hadden samen vijf kinderen uit eerdere relaties.