In Memoriam: Stijn Franken, hoogleraar strafprocesrecht
Gisterochtend ontvingen we het verdrietige bericht dat onze collega Stijn Franken die nacht is overleden. Hij was al langere tijd ziek. Stijn Franken was als hoogleraar straf(proces)recht verbonden aan de afdeling strafrecht, het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen van het departement Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Utrecht.
Stijn Franken heeft zijn gehele loopbaan de wetenschap gecombineerd met de rechtspraktijk. Hij promoveerde op 26-jarige leeftijd in 1993 aan de Universiteit Tilburg op het proefschrift ‘Voeging ad informandum in strafzaken’ bij prof.mr. Marc Groenhuijsen. Na zijn promotie werd Stijn advocaat, want daar lag zijn roeping, het verdedigen van verdachten in strafzaken. Hij werkte onder meer bij Sjöcrona, Van Stigt, De Roos en Pen. In 2010 richtte hij met drie collega’s een eigen advocatenkantoor op, Franken Zuur Van Baarlen Van Kampen advocaten. Gedurende zijn loopbaan als advocaat heeft hij in tal van grote en spraakmakende zaken cliënten vertegenwoordigd.
Als advocaat bleef Stijn wetenschappelijke publicaties schrijven. Dat leidde in 2002 tot een aanstelling als onderzoeker bij de afdeling strafrecht. Een jaar later werd Stijn benoemd tot hoogleraar strafrechtspraktijk bij het departement Rechtsgeleerdheid. Deze benoeming aanvaarde Stijn door het uitspreken van zijn oratie ‘Voor de vorm’. Twee jaar later werd Stijn benoemd tot hoogleraar straf(proces)recht. Hij werd voorzitter van de afdeling strafrecht, een taak die hij met kracht en overtuiging heeft vervuld. Ondertussen bleef Stijn werkzaam als advocaat. Zijn inzet voor grote, belangwekkende strafzaken in die periode en de oprichting van zijn eigen advocatenkantoor, maakten dat Stijn in 2010 het voorzitterschap van de afdeling strafrecht overdroeg. In 2011 koos Stijn voor de advocatuur en bracht hij zijn hoogleraarschap terug tot een dag per week.
Hij was geliefd bij studenten, omdat hij moeilijke stof helder, prikkelend en gelardeerd met vele praktijkvoorbeelden kon uitleggen.
In zijn academische loopbaan legde Stijn zich toe op het geven van inspirerende colleges over het strafprocesrecht. Hij was geliefd bij studenten, omdat hij moeilijke stof helder, prikkelend en gelardeerd met vele praktijkvoorbeelden kon uitleggen. Samen met collega’s als Rob van der Hoeven en later Petra van Kampen was hij verantwoordelijk voor het succes van de Profileringscursus strafrecht en de Specialisatie opleiding strafrecht voor advocaten. Altijd benadrukte hij het grote belang van aandacht voor de mens achter de verdachte. In veel opzichten heeft hij zo zijn studenten ingeprent om voorbij de letter van de wet en het systeem van het strafrecht te kijken. Hijzelf zei daarover: ‘De aandacht voor de mens in het strafrecht, voor de verdediging in strafzaken, voor de mogelijkheden die een inter- of multidisciplinaire benadering biedt: het is soms best moeilijk om daar concreet handen en voeten aan te geven, maar het is en het blijft een geweldige ambitie.’ En zo is het.
Ook in zijn wetenschappelijke publicaties heeft Stijn altijd de verbinding gelegd met de rechtspraktijk. In zijn oratie vroeg hij aandacht voor de implicaties van ontwikkelingen in wetgeving en jurisprudentie voor de strafrechtadvocaat. Samen met Johannes Bijlsma en Petra van Kampen schreef Stijn een fraai preadvies voor de Nederlandse Juristenvereniging over het thema ‘De repressieve samenleving’ (2022). Het preadvies wijst erop dat speciale preventie in het strafrecht een andere invulling heeft gekregen, namelijk door toezicht en controle op de naleving door de verdachte of de veroordeelde van aan hem opgelegde geboden en verboden. Deze inzet van het strafrecht verlangt dat de strafvorderlijke overheid steeds meer bevoegdheden heeft om in te grijpen in de persoonlijke levenssfeer. De samenleving dient te worden beschermd tegen de verdachte of de veroordeelde. Preventief strafrecht versterkt het repressieve karakter van het strafrecht. Het preadvies gaat in op de vraag hoe de praktijk, in het bijzonder de reclassering en de rechtspraak, hiermee om kunnen gaan. Aan verdachte en veroordeelde dient juist hulp en steun te worden verleend. Het preadvies bepleit dat er een normatief kader komt voor het preventief strafrecht en geeft daartoe een aanzet. Dat is vooruit denken.
Deze en de vele andere wetenschappelijke publicaties kenmerken zich stuk voor stuk door een enorme kennis van zaken, overkoepelende beschouwingen en een prachtig, maar ook geserreerd taalgebruik. Het is derhalve niet zonder reden dat in het voorwoord van het liber amicorum voor Stijn, getiteld ‘Vooruit verdedigen’ en bezorgd door Petra van Kampen, Patrick van der Meij en Bart Stapert, staat vermeld: ‘bij Stijn zijn vorm en inhoud onlosmakelijk met elkaar verbonden.’
Stijn was een betrokken collega, die bereid was om in allerlei opzichten bij te springen en mee te denken.
Niet alleen in academisch en professioneel opzicht was hij een aanwinst voor het Willem Pompe Instituut, ook toonde hij zich altijd belangstelling voor zijn collega’s – als collega en als mens. Stijn was een betrokken collega, die bereid was om in allerlei opzichten bij te springen en mee te denken. Met zijn pragmatische, nuchtere kijk bleek hij meer dan eens in staat om significant bij te dragen aan het oplossen van kleinere en grote uitdagingen. Hij had daarbij een duidelijke visie op wat er diende te gebeuren, en Stijn zorgde er dan voor dat het dan ook gebeurde. Het komt allemaal goed was een gevleugelde uitdrukking van Stijn.
De afgelopen jaren heeft Stijn, al voordat zijn ziekte zich openbaarde, zich nog meer toegelegd op zijn werk als advocaat. Niettemin is Stijn de Universiteit Utrecht en het Willem Pompe Instituut altijd een warm hart blijven toedragen. Hij liet recent nog weten: ‘Met plezier in het werk en door plezier met elkaar te maken, kan veel worden bereikt. In het nastreven van de mooie ambities van de Utrechtse school, maar ook en vooral in de samenwerking met elkaar, tussen de verschillende disciplines en ten behoeve van de mensen voor wie een ietsje betere en rechtvaardiger strafrechtspleging zo belangrijk is.’
Laten wij die boodschap ter harte blijven nemen. Intussen gaan onze gedachten uit naar zijn vrouw, zijn kinderen, familie en vrienden.
Geschreven door: François Kristen, Leonie van Lent, Joep Lindeman en Michiel Luchtman.