'Ik kijk terug op een prachtige carrière met impactvol onderzoek'
Interview met Hans Kromhout naar aanleiding van zijn emeritaat
Hoogleraar Hans Kromhout gaat per 5 december 2025 met emeritaat. Na een academische loopbaan van ruim veertig jaar neemt hij afscheid als hoogleraar Arbeidshygiëne en blootstellingskarakterisering aan de faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht (Institute for Risk Assessment Sciences). Op 9 december 2025 geeft hij een afscheidscollege 'Van Lips tot Lexces: Arbeidshygiëne en -epidemiologie voor preventie en compensatie' in de aula van het Academiegebouw, samen met Dick Heederik die dan ook afscheid neemt.
Hoe kijk je terug op het hoogleraarschap?
“Als zeer eervol. Mijn leerstoel was de allereerste leerstoel Arbeidshygiēne in Nederland. Ik behoorde ook in Wageningen tot de eerste lichting studenten die zich specialiseerde in dit vakgebied, waarin onderzoek en preventie zo dicht bij elkaar liggen.”
Met welk onderzoek heb je de meeste impact gemaakt?
“Dat is een moeilijke vraag. Ik zou naar citaties van mijn wetenschappelijke output kunnen kijken, of kiezen op basis van maatschappelijke impact. Ik doe het laatste, en moet dan de samenwerking met de Industrial Minerals Association Europe noemen, meer dan twintig jaar. Samen met Remko Houba van het Nederlands Kenniscentrum Arbeid en Longaandoeningen (NKAL), enkele PhD-studenten en lokale specialisten in de arbeidshygiëne verzamelden we in die tijd meer dan 50.000 persoonlijke stofmetingen in 36 bedrijven in 23 landen en op 178 locaties. Daarbij is het gelukt om in een hele industrietak de persoonlijke blootstelling aan kristallijnsilica – een bewezen kankerverwekkende stof – met een factor drie tot vier te verminderen. We hebben recent berekend dat we daarmee 12% van de silicosegevallen en 20% van de longkankergevallen hebben weten te voorkomen. Dat is zeker iets waar ik zeer trots op ben. Ik zou graag zien dat dit prachtige project navolging krijgt, maar helaas nemen niet alle industrieën de gezondheid van hun werknemers zo serieus.”
Helaas nemen niet alle industrieën de gezondheid van hun medewerkers zo serieus
Waar liggen de grootste uitdagingen voor de toekomst?
“Er is geen academische opleiding arbeidshygiëne in Nederland meer. Voor mijn opvolger en voor de Nederlandse arbeidshygiëne zal het ontwikkelen van een (deeltijd) postdoctorale opleiding arbeidshygiëne essentieel zijn om het vakgebied op peil te houden, maar vooral verder uit te breiden en te verdiepen. Zeker gezien het feit dat in Nederland recent het landelijk expertisecentrum stoffen-gerelateerde beroepsziekten LEXCES is opgericht. Ook zijn er onderzoeksgelden vrijgemaakt voor onderzoek naar preventie en compensatie van beroepsziekten. Daarvoor is een sterke arbeidshygiënische input noodzakelijk."
"Een andere grote uitdaging is om in onderzoek op het gebied van arbeidsepidemiologie de mensen te betrekken die in onze huidige samenleving de beroepsmatige blootstellingen oplopen. Denk aan arbeidsmigranten, maar ook aan de werknemers die bijvoorbeeld in India en China onze kleren, schoeisel, maar ook rubberbanden en staal produceren. Of de vrouwen en mannen in Ethiopië, die tegen een schamel loon en met blootstelling aan pesticiden die bij ons al lang verboden zijn, goedkope rozen voor onze Valentijnsdag produceren. In het tegenwoordige onderzoek beperken we ons liever tot verontruste burgers die in de buurt van lelievelden wonen en witte-boorden werknemers. Die zijn nu eenmaal gemakkelijker te bereiken en te onderzoeken. We raken het zicht kwijt op de mensen die het grootste risico lopen door werk-gerelateerde blootstellingen.”
Wat zou je, met de kennis van nu, anders hebben aangepakt?
“Ik kan zo snel niet iets bedenken. Ik kijk terug op een prachtige carrière met impactvol onderzoek in Nederland, maar ook ver daarbuiten. Verder ben ik ook heel trots op mijn studenten en promovendi die in Nederland en ook in het buitenland zeer succesvol bezig zijn. Ik zou het zo weer doen.”

En wat ga je nu doen?
“Ik hoop meer te gaan wielrennen, afgewisseld met mijn grootste hobby: dammen. Verder blijf ik voorlopig editor-in-chief van het wetenschappelijk tijdschrift Occupational and Environmental Medicine. En ik moet nog wat aio’s naar de eindstreep brengen. Ik ga me zeker niet vervelen.”