6 augustus 2018

“Laten we vooral zorgen dat er het hele jaar door aandacht is voor acceptatie”

Homo-acceptatie in Nederland: toen en nu

In dit gebouw vonden in 1969 de Stonewall-rellen plaats, die het symbool werden worden homo-emancipatie in de Verenigde Staten. Foto via: iStock@mizoula

Afgelopen week stond Amsterdam in het teken van de Gay Pride: één week lang wordt er extra aandacht gevraagd en gegeven aan homo-acceptatie en LHBTI+ rechten, met als afsluiter de wereldberoemde Amsterdamse Pride Parade. Tijdens deze parade en het aansluitende festival worden LHBTI+ rechten gevierd. Maar hoe staat het er eigenlijk voor met homo-acceptatie en LHBTI+ rechten in Nederland? Vier vragen aan John de Wit, hoogleraar sociale wetenschappen en deskundige op het gebied van homoseksualiteit en maatschappijwetenschappen.

Nederland staat bekend als voorloper op het gebied van homo-acceptatie. Terecht?

We denken graag dat Nederland een tolerant land is, ook op het gebied van homoseksualiteit. Maar in hoeverre is er sprake van een specifiek Nederlandse tolerantie en zelfs een voortrekkersrol? Ik ben daar in de loop der jaren sceptischer over geworden. De afschaffing van de strafbaarstelling van homoseksualiteit, meer specifiek sodomie, vindt haar oorsprong in de Franse tijd aan het begin van de 19e eeuw, en de sociaal-maatschappelijke emancipatie, sinds het einde van de 19e eeuw is, geënt op ontwikkelingen in Duitsland. Het is zeker zo dat Amsterdam in de laatste decennia van de 20e eeuw een internationaal trekpleister was, vooral voor homoseksuele mannen. Nederland heeft ook een lange traditie van homo-organisaties, waarvan het huidige COC de erfgenaam is. Ook was Nederland het eerste land ter wereld dat het burgerlijk huwelijk openstelde voor mensen van hetzelfde geslacht.

Wat betreft acceptatie doet Nederland het juist goed, maar dat vindt kennelijk geen weerklank in wetgeving op sommige terreinen.
Hoogleraar Maatschappijwetenschappen

Internationaal is dat echter niet bijzonder meer en volgens de Rainbow Europe index van ILGA Europe is Nederland zeker geen koploper op het gebied van mensenrechten voor de LHBTI+ gemeenschap in Europa; Nederland staat zelfs niet in de top 10. Dat kan ik alleen beschamend noemen.

Hoe staat het ervoor met homo-acceptatie (en LHBTI+) in Nederland?

Wat betreft acceptatie doet Nederland het juist goed, maar dat vindt kennelijk geen weerklank in wetgeving op sommige terreinen. Nederland doet het vooral slecht op het gebied van wat ik kort samenvat als bescherming tegen homofobe uitlatingen en homofoob geweld. De aandacht wat betreft het bevorderen van homo-acceptatie richt zich de afgelopen jaren vooral op de intolerantie van anderen, van migranten, van mensen met een islamitische achtergrond. Naarmate de meeste mensen bekend raken met onze samenleving, veranderen ook hun opvattingen en gedrag. En dan zijn we terug bij de vraag hoe tolerant wij zijn, in hoeverre we anderen accepteren, ook of juist met wat hen anders maakt dan wij gewend zijn.

Dit jaar rommelde het in Nederland: denk hierbij aan de mishandeling van de twee homoseksuele mannen in Arnhem of de homofobe reacties op de campagne van Suitsupply. Zegt dit iets over de huidige staat van homo-acceptatie in Nederland?

Ik denk niet dat we deze gebeurtenissen moeten zien als uitingen van kortetermijntrends in homo-acceptatie, maar als meer diepgewortelde kwesties. Uit opinieonderzoek blijkt telkens weer dat nagenoeg alle Nederlanders die aan een dergelijk onderzoek meedoen homoseksualiteit accepteren. Volgens deze metingen is Nederland een koploper op het gebied van homo-acceptatie. Deze gebeurtenissen roepen terecht vragen op, maar wel een specifiek soort vragen.

De context en beleving van de slachtoffers kunnen belangrijke informatie geven en zou een belangrijke rol moeten spelen, naast de informatie die de daders geven.

De mishandeling van Jasper en Ronnie Vernes-Sewratan in Arnhem roept vooral de vraag op waarom er volgens de Officier van Justitie geen sprake was van anti-homoseksueel geweld en, meer in het algemeen wat geweld homofoob in Nederland maakt. Als sociale wetenschapper lijkt mij dat de context en beleving van de slachtoffers hier belangrijke informatie over kunnen geven en een belangrijke rol zouden moeten spelen, naast de informatie die de daders geven. Wat mij opvalt is dat er niet of nauwelijks debat is geweest over deze verstrekkende stellingname. Dat is op z’n minst opmerkelijk, en beschamend in de context van de slechte score die Nederland in Europees perspectief op dit gebied heeft.

De Suitsupply campagne en de reacties daarop houden ons als hele maatschappij een ongemakkelijke spiegel voor en het is niet fraai wat daarin te zien is

De campagne van SuitSupply roept de vraag op wat homo-acceptatie eigenlijk betekent. Er is een lange traditie van oppervlakkige tolerantie in Nederland, wat betreft homoseksualiteit maar ook andere sociale verschillen: Je mag het wel zijn, zolang ik het maar niet merk.

De campagne van Suitsupply. Beeld via: Suitsupply

Maar is het acceptatie als mensen zeggen dat homoseksuelen hun leven mogen leven zoals ze willen, maar dat de rapen gaar zijn zodra mannen liefdevol worden afgebeeld? De Suitsupply campagne houdt ons als hele maatschappij een ongemakkelijke spiegel voor en het is niet fraai wat daarin te zien is. En het is helaas te makkelijk om intolerantie uitsluitend toe te schrijven aan jonge mannen met een andere culturele achtergrond. Een ander belangrijk thema is de rechten voor meeroudergezinnen die moeilijk te realiseren zijn, en waar ook veel heteroseksuelen mee te maken hebben. De traditionele heteronormatieve kaders blijken echter nog steeds invloedrijk, zeker als het om kinderen gaat, ook al zien de levens van de meeste mensen er al lang heel anders uit.
 

Steeds meer landen hebben hun versie van de Gay Pride, maar de Gay Pride kent zijn oorsprong als protest tegen politiegeweld tegen homoseksuelen, lesbische vrouwen en transgenders in New York. Heeft de huidige Gay Pride, zoals wij het kennen, nog iets te maken met deze oorspronkelijke boodschap, of heeft het z’n doel voorbijgestreefd?

Dit is een vraag die ook dit jaar bediscussieerd wordt, in Amsterdam en andere steden met een lange traditie van Prides, zoals Sydney met de bekende Mardi Gras. Het pragmatische antwoord van de organisatoren is dat zonder de financiële bijdragen van commerciële partijen er geen Pride zou zijn. Daar hebben ze gelijk in. Althans; geen Pride in de vorm waar die organisaties aan hechten. Een andere aspect, dat minder aandacht krijgt, is dat een meer politieke manifestatie, wat soms gezien wordt als de echte Pride, voor veel minder mensen interessant is.

Laten we vooral zorgen dat er het hele jaar door aandacht is voor seksualiteit, diversiteit en acceptatie, in grote en kleine plaatsen, op scholen, werkplekken en sportverenigingen, en vooral ook achter de voordeur.

Kijk naar Roze Zaterdag, de Nederlandse reactie op Stonewall die al sinds 1977 jaarlijks plaatsvindt. In Gouda kwamen er dit jaar duizenden mensen op af, maar de Canal Pride in Utrecht trekt tienduizenden bezoekers. Amsterdam Pride heeft uiteraard het voordeel van de locatie, maar een feest van vrijheid en diversiteit spreekt ook een breder LHBTI+ publiek aan. Wat mij betreft is er een plaats voor allerlei vormen van aandacht voor diversiteit en acceptatie en mogen mensen kiezen waar ze zich thuis bij voelen. Laten we vooral zorgen dat er het hele jaar door aandacht is voor seksualiteit, diversiteit en acceptatie, in grote en kleine plaatsen, op scholen, werkplekken en sportverenigingen, en vooral ook achter de voordeur.