29 juni 2017

Beatrice de Graaf in NRC

Hoeveel concessies moet je als wetenschapper doen?

"Wie vecht niet dagelijks met al die andere noden en zorgen, van beleidsmatige tot familiale, die de onderzoeker afhouden van zijn diepste wetenschappelijke hartstocht?", vraagt prof. dr. Beatrice de Graaf (Geschiedenis van de internationale betrekkingen) zich af in haar column in NRC Handelsblad (16 juni).

Met man en macht probeert De Graaf een boek af te schrijven, maar steeds weer komen er andere zaken tussendoor die haar aandacht opeisen: een advies voor de gemeente, een student die wil afstuderen, kinderen die aandacht nodig hebben, archiefstapels die doorgeploeterd moeten worden. "Maar ik weet niet wanneer ik dat moet doen. En vooral wat ik dan NIET moet doen. Maar dat Boek moet af!"

Prof. dr. Beatrice de Graaf.  Foto Ed van Rijswijk
Prof. dr. Beatrice de Graaf

De perfecte boom

Ze vergelijkt de moderne wetenschapper met een schilder uit een parabel van C.S. Lewis: die probeerde zijn hele leven de perfecte boom te schilderen, maar voortdurend namen andere beslommeringen hem in bezit. Aan het einde van zijn leven had hij slechts één perfect blad geschilderd. 

Één perfect blad

Concessies doen is de enige oplossing, concludeert ze. Wetenschappers zijn namelijk geen negentiende-eeuwse kunstenaars, het wetenschapsbedrijf valt eerder te vergelijken met een peloton wielrenners: "die helpen elkaar en in elkaars zog houd je het vol", zegt De Graaf. Concessies zijn dan ook de olie van het wetenschapsbedrijf. Dus vanzelfsprekend doe je die extra scriptie erbij, vertaal je je onderzoek naar maatschappelijke activiteiten en koester je je vrienden en familie, die je kunnen troosten als je weer achter het net van die subsidieaanvraag grijpt. Toch is het een kunst daarbij niet je eigen doel uit het oog te verliezen. "Eén perfect blad heb ik. Maar ik weet nog steeds niet hoe ik ooit mijn boek afkrijg", besluit De Graaf.