Hoe signaleren rechters dat een wet niet goed werkt?

Proefschrift Rechterlijk terugkoppeling, Wendy Yan
Froukje Vernooij Fotografie

Rechters moeten regels toepassen op concrete situaties en zien vaak als een van de eersten waar wetgeving niet goed aansluit op de werkelijkheid. Wanneer, of en hoe ze dat terugkoppelen aan de wetgever verschilt. Wendy Yan promoveerde onlangs aan de Universiteit Utrecht op een onderzoek naar rechterlijke terugkoppeling. Op basis van data en interviews met mensen uit de rechterlijke en wetgevende macht, heeft ze in kaart gebracht welke vormen van terugkoppeling bestaan, hoe rechters afwegen om een signaal af te geven, hoe ze dat doen en hoe wetgevingsjuristen met die signalen omgaan.

Wetgeving maken is ingewikkeld. Een wet moet toepasbaar zijn op heel veel verschillende situaties, vaak ook voor langere tijd. En het is lastig om van te voren precies te overzien hoe een regel in de praktijk zal uitpakken. Daardoor kunnen er wetgevingsknelpunten ontstaan: denk aan onduidelijkheden, tegenstrijdige regels of regels die op een andere manier in de praktijk niet goed werken of tot onbedoelde gevolgen leiden. Knelpunten kunnen daardoor in wetgeving sluipen. Zo'n knelpunt wordt vaak zichtbaar bij de rechter. Rechters moeten die regels toepassen op concrete situaties, en daardoor zien zij als een van de eersten waar wetgeving niet goed aansluit op de werkelijkheid. 

Signaal afgeven

Soms zijn er structurele problemen die aandacht van de wetgever vragen. Wat kan de rechter dan doen? Een signaal afgeven naar de wetgever, bijvoorbeeld door in een uitspraak duidelijk te maken:

  • Hier loopt de wet vast, of:

  • Wetgever, het is aan u om hier met een oplossing te komen.

Dat signaal aan de wetgever, is rechterlijke terugkoppeling. In haar onderzoek onderscheidt Wendy Yan vier vormen: formeel en informeel, impliciet en expliciet. Terugkoppeling kan plaatsvinden via formele routes, zoals rechterlijke uitspraken 'De rechter spreekt via zijn vonnis', of jaarverslagen. Maar ook via informelere lijnen: een gesprek, een opiniestuk in de krant, of een wetenschappelijk artikel. Binnen die verschillende routes kan terugkoppeling uiteenlopen van heel expliciet, bijvoorbeeld wanneer een rechter in een uitspraak aangeeft dat de wetgever wordt uitgenodigd een bepaling opnieuw te bekijken, tot veel subtieler, terug te vinden in de motivering zonder dat het knelpunt letterlijk wordt benoemd.

Ook laat het onderzoek zien dat er geen standaardroute bestaat voor terugkoppeling. Er is niet één manier waarop rechters hun signalen kunnen zenden, en er is ook geen centrale plek waar wetgevingsjuristen die signalen kunnen terugvinden.

Machtsevenwicht

De hamvraag "hoe" maar ook "of" rechters signalen zenden, hangt sterk af van hoe zij hun eigen constitutionele rol zien binnen het staatsbestel, maar ook van omstandigheden zoals politieke context en soms gewoon van toevalligheden. Hoe verhoudt zich dit tot de trias politica, oftewel de scheiding der machten? In Nederland kennen we geen "strikte" scheiding van machten: de machten opereren niet volledig los van elkaar. Rechter en wetgever hebben juist ieder hun eigen rol, taken en bevoegdheden, maar functioneren binnen ons staatsbestel wél in samenhang met elkaar. We spreken daarom van een machtsevenwicht. 

In het onderzoek van Yan is te zien dat rechters daar verschillend over denken. Sommige rechters vinden het belangrijk om structurele problemen te signaleren. Andere rechters zijn terughoudender. Dit onderzoek laat zien dat beide visies goed passen binnen de staatsrechtelijke ruimte van de trias politica, maar ook dat de wisselwerking tussen staatsmachten zich niet makkelijk laat passen in bestaande staatsmodellen. De verhouding is complexer dan dan modellen laten zien.

Sommige rechters vinden het belangrijk om structurele problemen te signaleren. Andere rechters zijn terughoudender. Beide visies passen goed binnen de trias politica.

De "trias" is dynamisch 

Wendy Yan bepleit in haar onderzoek niet voor meer of minder rechterlijke terugkoppeling. Haar doel was om in kaart te brengen wat er al gebeurt: welke vormen van terugkoppeling bestaan, hoe rechters afwegen óf en hóe zij signalen over wetgevingsknelpunten geven aan de wetgever, en hoe wetgevingsjuristen dan met deze signalen omgaan. 

Rechterlijke terugkoppeling laat zien dat hoe de verhouding tussen de rechter en wetgever zichtbaar wordt in het handelen van beide staatsmachten, in hun interpretatie van de constitutionele rollen en in hun onderlinge interactie. Daarmee is rechterlijke terugkoppeling een voorbeeld van die verhoudingen in de praktijk: een trias die óók dynamisch, interactief en iteratief is. 

Het promotieonderzoek is gefinancierd door het KNAW Programma Fonds Staatsman Thorbecke. Het proefschrift wordt uitgegeven door Boom Juridisch in de Montaigne Reeks.