2 augustus 2018

Goede zomer voor zonnepanelen, maar staar je niet blind op cijfers KNMI

Het ene zonne-uur is het andere niet

Zonnepanelen op een dak

De maand juli was warm, droog en zonnig. Gouden tijden voor bezitters van zonnepanelen, zou je zeggen. Een blik op het aantal zonne-uren doet dat inderdaad vermoeden. Maar de zaak ligt een stuk genuanceerder, betoogt zonne-energiedeskundige Wilfried van Sark van de Universiteit Utrecht hieronder.

‘Juli brak veel records. Het was uitzonderlijk droog en zonnig. Het aantal zonne-uren was volgens KNMI 341 uur, het hoogste aantal ooit, terwijl dat normaal in juli gemiddeld 206 is. Zonnepanelen leveren daarom veel meer op dan in een normale julimaand, of toch niet?

Zonneschijnduur is van oudsher een belangrijk gegeven voor landbouw en recreatie, aldus de KNMI-website. Maar met de enorme groei in het aantal zonnepanelen in Nederland wordt die informatie meer en meer ook van belang voor bezitters van zonnepanelen. Daarmee beantwoordt je bijvoorbeeld de vraag: “Kan ik vandaag gratis de was doen met energie van de zon?”

Bezitters van zonnepanelen hadden een zeer goede maand in juli. Maar ze moeten zich niet blindstaren op het aantal zonne-uren

Maar het ene zonne-uur is het ander niet. Een felle zon of een zwak zonnetje kunnen allebei even lang schijnen, terwijl de hoeveelheid zonne-energie aanzienlijk kan verschillen. Hoe kan dat?

De zonneschijnduur werd door KNMI tot 1992 bepaald met de zogenaamde Campbell-Stokes zonneschijnmeter. Een bolvorming brandglas beeldt de zon af op een stuk papier, en als de zon sterk genoeg is dan zie je een brandspoor. De lengte daarvan over een dag gemeten geeft dan de zonneschijnduur. Tegenwoordig wordt de zonne-intensiteit gemeten in watt per vierkante meter (W/m2), en daarvan wordt de zonneschijnduur afgeleid. De zonneschijnmeter maakt alleen een brandspoor als de zonne-intensiteit tenminste 120 W/m2 is. Maar bij volle zon is de zonne-intensiteit bijna tien maal zo groot: 1000 W/m2. Of de zon een uur lang bij volle intensiteit schijnt of veel zwakker (maar wel meer dan 120 W/m2) maakt voor het bepalen van de zonneschijnduur niet uit. Maar wel voor de opbrengst van zonnepanelen! 

Een uur lang volle zon levert veel meer energie op dan een uur lang een zwak zonnetje. De relatie tussen zonne-intensiteit en zonneschijnduur is weergegeven in bijgaande figuur, voor alle beschikbare gegevens sinds 1 januari 1900 voor de Bilt. Inderdaad, hoe langer de zonneschijnduur, hoe meer instraling, maar de relatie is niet eenduidig. In dezelfde figuur zijn ook de gegevens voor de maanden juli 2017 en 2018 weergegeven.

Tabel zonneschijnduur

De maand juli 2018 was inderdaad veel zonniger dan juli 2017, met ruim 70% meer zonne-uren. Maar wat betreft zonne-intensiteit was juli 2018 ‘slechts’ 33% zonniger dan juli 2017. Daar komt nog bij dat juli dit jaar uitzonderlijk warm was, hetgeen de opbrengst van zonnepanelen negatief beïnvloedt.  

Conclusie: bezitters van zonnepanelen hadden een zeer goede maand in juli. Maar ze moeten zich niet blindstaren op het aantal zonne-uren. Het zou het KNMI sieren voortaan ook de zonne-intensiteit te communiceren naast de zonneschijnduur.’