24 juli 2018

Marc Bierkens in Nieuwsuur

Grote verschillen in droogte binnen Nederland

Het is een extreem droog jaar. Een neerslagtekort eind juli komt maar eens in de vijftig jaar voor. Hoe erg is dat? En hoe komt het dat de verschillen binnen Nederland zo groot zijn? Hoogleraar hydrologie Marc Bierkens van de Universiteit Utrecht legde het 18 juli uit in Nieuwsuur.

De verschillen binnen Nederland zijn groot. In het hoger gelegen oosten en zuidoosten zijn de watertekorten het grootst. “Dat komt doordat we het water uit de rivieren, die lager liggen, daar niet kunnen krijgen. Bovendien is grond in die gebieden zandgrond. Die houdt niet zoveel water vast”, legt Bierkens uit. “In de lager gelegen gebieden kun je zoet rivierwater in de polders laten stromen. Daar zijn de gevolgen van droogte dus minder groot.”

Zouttong

Maar Bierkens wijst erop dat dit niet het hele verhaal is. Het water dat we de polders in laten stromen, komt van de Rijn. “De rivierafvoer op de Rijn is nu lager, onder de 1200 m3 per seconde. Dat betekent dat er vanaf zee een zouttong de rivier op komt. Als het rivierwater te zout wordt, is het niet meer geschikt voor bijvoorbeeld boomkwekerijen. Dan kunnen de lager gelegen gebieden ook problemen krijgen.”

Drinkwater

Hoe erg is de droogte? “De boeren zitten denk ik al in een kritieke fase,” waarschuwde Bierkens in Nieuwsuur. “Zeker in Oost-Nederland. In West-Nederland kunnen we dat nog redelijk volhouden.”

Over het drinkwater hoeven we ons volgens Bierkens minder zorgen te maken. “Van drinkwater is er bijna altijd genoeg. Het meeste komt uit grondwater, of oppervlaktewater dat we in de duinen infiltreren en weer oppompen, of uit grote spaarbekkens. Over het algemeen is het huishoudelijk waterverbruik in Nederland, zelfs in dit soort extreme jaren, zodanig qua grootte dat we het wel aankunnen. Maar voor de boeren moet de droogte niet veel langer duren.”