15 januari 2018

Pedagoog Marjolijn Vermande en bioloog Liesbeth Sterck over hun samenwerking

Groepsgedrag bij kinderen en apen: hoe krijg je wat je wilt hebben?

Pedagoog Marjolijn Vermande was op zoek naar een bioloog. Waarom? Omdat dieren en mensen veel overeenkomsten vertonen in gedrag. ‘Ik werd getriggerd door een onderzoek over kleuters waar ik las dat de dominantste meisjes in een groep niet per se de agressiefste meisjes zijn. En bij Indische olifanten werd hetzelfde aangetoond.’ Vermande vond uiteindelijk biologe Liesbeth Sterck (Elisabeth Sterck). Zij onderzoekt apen; makaken.

Marjolijn Vermande and Liesbeth Sterck in this project work together with Albert Reijntjes (Educational Sciences) and Han de Vries (Biology)
Marjolijn Vermande en Liesbeth Sterck werken in dit project samen met Albert Reijntjes (pedagogiek) en Han de Vries (biologie). Foto: Ed van Rijswijk.

Goede relaties om te kunnen overleven

Mensen en apen leven in groepen. Dat biedt voordelen, maar je moet ook concurreren met de anderen uit de groep. De een is daar handiger in dan de ander, en dat zorgt voor verschil in positie. Een maat voor het bepalen van iemands positie is de mate waarin zij beschikken over gewilde bronnen (ook wel resource control genoemd). Bij kinderen is dat bijvoorbeeld speelgoed, het leukste vriendje of vriendinnetje, de beste plek op het schoolplein. Bij apen gaat het om eten, seks en vlooien. Het gaat erom hoe je die bronnen bemachtigt. Lang werd er vanuit gegaan dat mens en dier met agressie de controle kregen over hun bronnen. Maar er blijken ook andere strategieën te zijn die werken.

Sterck: ‘Aaponderzoek laat zien dat het hebben van goede relaties helpt om te overleven. Het helpt niet alleen individuen met goede relaties, maar ook hun kinderen. Dus naast dominantie, zijn goede relaties in de groep belangrijk om dingen voor elkaar te krijgen. Waar dominantie samenhangt met agressie, bereik je goede relaties via sociaal geaccepteerde strategieën. En zelfs door pro-sociaal gedrag zoals vlooien.’ Vermande: ‘Ook bij kinderen zie je dat zij gelijktijdig agressieve en sociaal geaccepteerde strategieën toepassen. Van alle kinderen zijn zij het meest succesvol in het bemachtigen van gewilde bronnen.’

Beide onderzoekers kijken in hun onderzoek naar sociale vaardigheden: de een bij kinderen, de ander bij makaken. De gewilde bronnen zijn makkelijk te krijgen als je over goede sociale vaardigheden beschikt en goed bent in manipulatie. Sterck: ‘Misschien goed om uit te leggen dat  agressie niet perse alleen negatief is. Overmatig agressie is negatief. Maar assertiviteit, dat je niet over je heen laten lopen, is ook een vorm van agressie.’

Lees verder onder de foto.

A group of crab-eating macaques.
Makaken
"De vraag is welke strategieën kinderen inzetten om een goede positie te bereiken als de groep net nieuw is."

Wel of geen pester?

Pesten is een subtype van agressief gedrag waarbij een of meerdere individuen bij herhaling een betrekkelijk machteloze ander aanvallen, vernederen en/of buitensluiten. Amerikaanse onderzoekers beargumenteren dat kinderen die zowel agressie als sociaal geaccepteerde strategieën inzetten (en over de meeste bronnen beschikken) het niet nodig hebben om te pesten. Zij zouden hun agressie juist op leeftijdgenoten van gelijke status richten om hun positie te verbeteren. Vermande: ‘Wij hebben dat in Nederland in een langlopend onderzoek onderzocht. Helaas is wat wij vonden minder rooskleurig. Wij ontdekten dat die kinderen juist de grootste pesters van de klas zijn.’

Vermande vervolgt: ‘De vraag is welke strategieën kinderen inzetten om een goede positie te bereiken als de groep net nieuw is. We onderzoeken daarom kinderen in de brugklas.’ Een hypothese uit de literatuur is dat kinderen in het begin vooral agressie inzetten om bij de bronnen te komen. En dat eenmaal dominante kinderen daarna sociaal geaccepteerde strategieën en pro-sociaal gedrag gebruiken om hun positie te handhaven. Vermande kijkt ook naar het kunnen inspireren van anderen. Dat wil zeggen, anderen enthousiast kunnen maken om een doel na te streven. Vooral dat laatste is nieuw in het onderzoek naar resource control bij kinderen.

En hoe zit het dan met de kinderen die al deze strategieën niet inzetten? ‘In het Amerikaanse onderzoek worden non-controllers - dus kinderen die bijna geen strategie toepassen - afgeschilderd als losers. Wij vinden dat meevallen. Ze hebben gewoon andere interesses. Die kinderen kunnen prima gelukkig zijn. Ze zijn tevreden met hun rol omdat die bij hen past, aldus Vermande.’

Gezondheidsvoordelen door goede relaties

Kunnen de uitkomsten straks toegepast worden in de praktijk? Dominante kinderen hebben een hoge positie in de groep en beschikken daardoor over waardevolle zaken. De keerzijde is dat deze kinderen vaak veel agressie vertonen. ‘Stel dat je kinderen kan leren om op andere manieren hun zin te krijgen. Als we beter begrijpen hoe deze processen werken kunnen we bijvoorbeeld ook leerkrachten informatie geven over hoe zij dit soort groepsprocessen kunnen begeleiden.’

Sterck: ‘Het aaponderzoek is van belang voor dierentuinen met wilde dieren. Vaak denken dierverzorgers dat als na de introductie van nieuwe dieren in een groep de mate van agressie afneemt, alles in orde is. Maar zeker voor groepslevende soorten is het belangrijk dat ze goede relaties aangaan en onderhouden. Om dat te achterhalen moet je weten waar je op moet letten.’

Maar ook voor huisdieren en productiedieren zijn dit soort processen belangrijk. ‘Het gaat duidelijk om het welzijnsaspect van het dier, en daar zouden we beter naar moeten kijken. Het hebben van goede relaties heeft bij mensen positieve invloed op de gezondheid. En dat is bij dieren niet anders, denk ik.’

We kijken wat er gebeurt, ik bij de apen en Marjolijn bij kinderen in de brugklas.
Slimme mensen, slimme apen?

Wat betekent dominantie?

Apen en kinderen: het klinkt leuk, maar hoe ziet zo’n gezamenlijk onderzoek er in de praktijk uit? Sterck: ‘We kijken wat er gebeurt, ik bij de apen en Marjolijn bij kinderen in de brugklas.’  Beide wetenschappers kijken naar vergelijkbare dingen. Sterck: ‘Voor mij was dat een eyeopener! We weten dat dominantie en aardig zijn gezondheidsvoordelen oplevert. Maar hoe ze dat bereiken weten we helemaal niet.’ Bij kinderen is al meer over deze mechanismen bekend. Zo werd Liesbeth Sterck geïnspireerd door het kinderonderzoek.

Maar soms bedoelen wetenschappers uit de twee onderzoeksgebieden compleet iets anders bij eenzelfde term: ‘Het grote verschil is dat bij sociale wetenschappen dominantie betekent: alles wat er toe leidt om je hulpbronnen te bemachtigen. Het is een uitkomstmaat, ongeacht het gedrag. En bij apen betekent dominantie de richting van agressief gedrag. Het gaat over gedrag dat tot een bepaalde uitkomst kan leiden.’

Seed Money. Foto: Tax Credits

Ieder z’n vaktermen

Of samenwerken leuk is hoef je deze wetenschappers niet te vragen. Dat zie je meteen aan hoe de beide dames met elkaar aan tafel zitten. De vraag of samenwerken met iemand uit zo’n ander vakgebied ook moeilijkheden meebrengt, levert een lach van beide onderzoekers op. Sterck: ‘Het is niet lastig, maar soms wel moeilijk. Het is echt heel leuk om samen te werken en met elkaar ideeën uit te wisselen. Maar om de stap te maken naar hoe alles in elkaar past is wel moeilijk. Accepteren van spraakverwarringen hoort daarbij. Daar praat je met elkaar over, en dan ga je weer door.’

Vermande en Sterck zijn het met elkaar eens dat je niet te veel moet vasthouden aan je eigen vaktermen. Elk vakgebied gebruikt andere woorden voor hetzelfde. Je moet open staan voor wat de ander bedoelt. Daar moet je tegen kunnen, anders lukt het niet om samen te werken. En hoe nu verder? Vermande: ‘Ons onderzoek is nog niet klaar. Met het zaaigeld van Dynamics of Youth is het zaadje geplant, en nu kunnen we verder door een subsidie van NWO.’

Dynamics of Youth

Dit onderzoeksproject is gestart binnen Dynamics of Youth, een van de vier strategische thema’s van de Universiteit Utrecht. Dynamics of Youth verbindt excellent kinder- en jeugdonderzoek uit alle zeven faculteiten, en zoekt het antwoord op een cruciale vraag voor volgende generaties: hoe kunnen we onze kinderen helpen bij hun ontwikkeling tot gebalanceerde individuen, die zich succesvol kunnen handhaven in een snel veranderende omgeving?