Grijze zeehonden bijten niet alleen bruinvissen: nieuw onderzoek toont eerste schade bij dolfijnen

Foto: Dolfijn met oude verwondingen
Een dolfijn met letsel dat past bij grijze zeehondenbeten. Foto: Lonneke IJsseldijk

Onderzoekers van de Universiteit Utrecht en partners uit het Verenigd Koninkrijk hebben voor het eerst aanwijzingen gevonden dat grijze zeehonden ook dolfijnensoorten kunnen verwonden. Tot nu toe waren dergelijke interacties vrijwel uitsluitend bekend bij bruinvissen. De studie, vandaag gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Diseases of Aquatic Organisms, toont aan dat grijze zeehonden een bredere impact kunnen hebben op kleine walvisachtigen in de Noordzee dan eerder gedacht.

Het onderzoek is gebaseerd op postmortaal onderzoek van vier gestrande dolfijnen: een tuimelaar, een gewone dolfijn en twee witsnuitdolfijnen. Alle dieren hadden letsels die passen bij grijze zeehondenbeten, bevestigd via pathologisch en microbiologisch onderzoek.

Hoewel geen van de onderzochte dolfijnen direct stierven aan een aanval, wijzen de wonden en de gevonden bacteriën erop dat grijze zeehonden ook interacties hebben met andere tandwalvissen dan bruinvissen. Dit suggereert dat zeehonden als toproofdieren een grotere en meer diverse rol spelen in het Noordzee-ecosysteem.

De verwondingen bleken vaak enkele dagen tot weken oud, wat erop wijst dat de dieren de ontmoeting overleefden maar later stierven aan ernstige bacteriële infecties, waaronder bacteriesoorten die specifiek voorkomen bij zeehonden. Dit maakt de gevallen extra relevant voor het begrijpen van ziekteverspreiding tussen mariene zoogdieren.

De populaties grijze zeehonden zijn de afgelopen decennia sterk gegroeid langs de Europese kusten. Met meer dieren neemt de kans op interacties met andere zeezoogdieren toe. Begrijpen hoe deze soorten elkaar beïnvloeden is essentieel om veranderingen in het mariene voedselweb te volgen, de gezondheid van kwetsbare soorten beter te beschermen, en mogelijke zoönotische risico’s (overdraagbare bacteriën) te herkennen.

Volgens de onderzoekers moet bij toekomstige autopsies op dolfijnen vaker worden gekeken naar mogelijke interacties met grijze zeehonden. Hoofdonderzoeker Lonneke IJsseldijk, Universiteit Utrecht: “Onze bevindingen laten zien hoe waardevol goed gecoördineerd strandingsonderzoek is. Door informatie uit verschillende landen te bundelen, krijgen we een scherper beeld van wat er in de Noordzee gebeurt."

Lees de publicatie hier (pdf)

Dit onderzoek kwam tot stand dankzij nauwe samenwerking tussen verschillende strandingsnetwerken:

  • het Nederlandse Stranding Research Program (Universiteit Utrecht),
  • het door ZSL geleide Britse onderzoeksprogramma naar gestrande walvisachtigen (CSIP), en
  • aanvullende contacten met Belgische, Duitse en Schotse netwerken.

Deze samenwerking maakt het mogelijk om veranderingen in gedrag van mariene roofdieren op regionale schaal te detecteren en patronen te herkennen die binnen één land onopgemerkt zouden blijven.

Het Nederlandse strandingsonderzoek wordt gefinancierd door het Ministerie van LVVN. Meer informatie? Bezoek de website van het Strandingsonderzoek of volg onze onderzoekers op Instagram.