Gevoeligheid voor lichamelijke onzekerheid beïnvloedt waarneming van buikgrenzen, blijkt uit VR-onderzoek

Hoe zeker weet u eigenlijk waar uw buik precies begint? Voor de meeste mensen is dat een vanzelfsprekende vraag, maar voor sommigen voelt onduidelijkheid over de eigen lichaamsomvang onaangenaam of zelfs beangstigend. Onderzoekers Manja Engel (Universiteit Utrecht) en Valeria Peviani (Radboud Universiteit) onderzochten of deze zogeheten ‘lichamelijke intolerantie van onzekerheid’ invloed heeft op hoe mensen hun buikgrenzen waarnemen en aanpassen wanneer wat ze zien en voelen niet met elkaar overeenkomt.

Voor het onderzoek, gepubliceerd in Consciousness and Cognition, deden 34 vrouwelijke deelnemers mee aan een virtual-realitytaak. Met een VR-bril op en een virtuele stok in de hand schatten zij waar ze de grens van hun buik voelden. Vervolgens kregen ze visueel-tactiele feedback: ze raakten hun buik aan met een fysieke stok, terwijl ze in VR een virtuele stok zagen. Bij de ene groep deelnemers kwamen de lengtes van de virtuele en fysieke stok overeen (congruente feedback); bij de andere groep was de virtuele stok korter dan de fysieke stok, wat de indruk wekte van een groter wordende buik (incongruente feedback). Na deze feedback schatten deelnemers opnieuw waar hun buikgrens lag.

Deelnemers die vooraf hoger scoorden op lichamelijke intolerantie van onzekerheid, lieten na de incongruente feedback een sterkere verschuiving zien in hun inschatting van de buikgrens dan deelnemers met een lage intolerantie van onzekerheid. Bij congruente feedback trad dit verband niet op: daar maakte de mate van lichamelijke intolerantie van onzekerheid geen verschil.

Dit patroon past bij de gedachte dat de hersenen voortdurend voorspellingen over het lichaam bijstellen op basis van binnenkomende zintuiglijke signalen, en dat mensen die moeite hebben met onzekerheid over hun lichaam sterker geneigd zijn deze signalen te herwegen zodra de informatie tegenstrijdig is. Volgens de onderzoekers laat dit zien dat niet alleen de directe zintuiglijke situatie, maar ook stabiele persoonlijkheidskenmerken zoals lichamelijke intolerantie van onzekerheid meespelen in hoe stabiel iemands lichaamsbeeld is.

De onderzoekers benadrukken dat vervolgonderzoek nodig is, onder meer met grotere en meer diverse groepen deelnemers, om te bepalen of deze bevindingen ook gelden voor mannen en non-binaire personen, en om te onderzoeken of dit soort inzichten kunnen bijdragen aan interventies gericht op een stabieler lichaamsbeeld.