Gestrande spitssnuitdolfijn was in slechte voedingsconditie

De jonge spitssnuitdolfijn die 17 augustus dood op de Roggenplaat bij de Oosterschelde in Zeeland werd aangetroffen was aan de magere kant en had al even niet gegeten. Daarnaast waren er aanwijzingen dat het dier een longontsteking had. Dat zijn de voorzichtige eerste conclusies van het onderzoek door de Universiteit Utrecht. 

Het onderzoek werd bemoeilijkt doordat de spitssnuitdolfijn al in staat van ontbinding verkeerde. Vijf dagen voor de stranding werd nog een levende spitssnuitdolfijn voor de kust van Wassenaar gezien. Het is goed mogelijk dat het om hetzelfde dier gaat. 

Spitssnuitdolfijnen zijn diep duikende walvisachtigen die gewoonlijk niet voorkomen in de ondiepe zuidelijke Noordzee. Dit was de achtste stranding van deze soort op de Nederlandse kust in de laatste tien jaar. Veelal gaat het om jonge dieren die om onduidelijke reden de Noordzee in dwalen en hier uiteindelijke komen te stranden en overlijden. 

Aanvullend onderzoek aan het maagdarmstelsel zal bij Wageningen Marine Research plaats vinden. De schedel is bewaard voor de collectie van Naturalis. Meer lezen over het strandingsonderzoek van de Universiteit Utrecht? Kijk op www.uu.nl/strandingsonderzoek of volg onze onderzoekers op Instagram.