Geïnformeerd argumenten afwegen in het klimaatbeleid

Fabrieksterrein met rokende schoorstenen
Foto: istock.com/sjo

Welke klimaatbeleid is het meest effectief, en wat zijn de gevolgen voor bedrijven en de industrie? En betalen zij wel in gelijkwaardige mate mee aan de klimaattransitie? Wat is de waarde van argumenten over werkgelegenheid en investeringen in bedrijven in dit maatschappelijke en politieke debat? Een team van onderzoekers onder leiding van milieu-econoom Inge van den Bijgaart van de Utrecht University School of Economics (U.S.E.) gaat daar de komende vijf jaar onderzoek naar doen. Op basis van hun onderzoek willen zij bij gaan dragen aan het maken van belangrijke beleidskeuzes in de klimaattransitie. Ik vind het interessant om inzicht te krijgen in welk argument nu zwaarder kan wegen of: wanneer welk argument zwaarder weegt, zegt Van den Bijgaart.

Voor het onderzoeksproject ‘Wie betaalt wat: bedrijfsheterogeniteit en klimaatbeleid’ werd aan Inge van den Bijgaart een VIDI-beurs toegekend door NWO. De komende jaren doet zij, samen met haar team bestaande uit promovendi en een postdoc, onderzoek naar de effecten van klimaatbeleid op bedrijven. Het project loopt tot 2030.

Effect van klimaatbeleid op bedrijven en huishoudens

De economie is de afgelopen jaren al aan het vergroenen, maar om klimaatdoelen te halen zal er nog flink doorgepakt moeten worden. Een belangrijke vraag nu en de komende jaren is hoe we dit gaan doen, en vooral ook hoe de kosten verdeeld gaan worden.

Effecten van klimaatbeleid in Nederland

We gaan binnen dit project aan de slag met Nederlandse data, om inzichten te krijgen over de effecten van klimaatbeleid in Nederland. Voor gedegen onderzoek is het belangrijk om de context goed te snappen, en dan is het gunstig om dicht bij huis te blijven, vertelt Inge van den Bijgaart. Dit geeft ook kansen, in het opzetten van samenwerkingsverbanden. We gaan dan ook intensief met andere onderzoekers en kennisinstellingen samenwerken, zoals bijvoorbeeld het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL), het Centraal Planbureau (CPB), en TNO.

Deelprojecten

Naast milieu-econoom Van den Bijgaart maken onder andere ook Laura Egelmeers en Leon Bremer deel uit van het onderzoeksteam. Zij nemen kennis uit eerder onderzoek mee, bijvoorbeeld over productienetwerken (Egelmeers) en over het klimaatbeleid in Nederland en effecten daarvan op de industrie (Bremer).

Het onderzoeksproject bestaat zowel uit empirische en kwantitatieve als ook meer theoretische delen. Wat gaan de onderzoekers zoal doen?
 

  • Beter in kaart krijgen wat de indirecte blootstelling aan Europese CO2 prijzen is. Sommige bedrijven moeten betalen voor hun emissies, maar niet allemaal. En sommige bedrijven kopen in bij bedrijven die moeten betalen. De onderzoekers gaan proberen daar patronen in te ontdekken, en bijvoorbeeld te zien welke sectoren en wat voor type bedrijven relatief zwaar belast worden.
     
  • Het effect van klimaatbeleid op bedrijven onderzoeken, mogelijk ook in de nasleep van de energiecrisis. Wat is het effect van beleidsmaatregelen als CO2 belasting of het stimuleren van groene investeringen?
     
  • Er zijn verschillende manieren om klimaatdoelen te halen. Zo kun je bijvoorbeeld de vergroening van je huidige industrie subsidiëren. Een voorbeeld zijn de subsidies voor Tata Steel via de maatwerkafspraken. Dat klinkt wellicht goed, maar er zijn ook zorgen dat je hiermee bedrijven die in de groene economie eigenlijk geen plaats hebben toch overeind houdt. Wat betekenen dit soort afwegingen voor je klimaatbeleid?

Hoeksteen van het klimaatbeleid: het Europese emissie handelssysteem

Het belangrijkste klimaatbeleid in Nederland is het Europese emissie handelssysteem (ETS), zegt Inge van den Bijgaart. Dat systeem, waarin bedrijven de rechten voor uitstoot kunnen kopen, is de hoeksteen van klimaatbeleid in Europa – en daarmee ook in Nederland. Dat valt voor de gemiddelde krantenlezer misschien niet zo op, en de discussie in Den Haag gaat er ook minder over. Maar van het ETS weten we dat het effectief is geweest. Het heeft voor groene innovatie en emissiereductie gezorgd, en het heeft tot op heden nog maar beperkte kosten gehad als je kijkt naar het banen- of omzetverlies voor bedrijven.

Nog niet alle bedrijven en sectoren zitten echter in het systeem en de verwachting is dat de prijzen de komende jaren fors gaan stijgen en de emissies gaan dalen. Was een prijs van 40-50 euro per ton CO2 blijkbaar nog niet pijnlijk, geldt dat dan ook als die 140-150 wordt, of 200?

We hebben inzicht nodig in de verdeling van de kosten en de afhankelijkheden binnen het economische systeem.

Inge van den Bijgaart

Klimaatdoelen en concurrentie

Met het huidige beleid gaan de klimaatdoelen niet gehaald worden. Dit geldt voor de wereld als geheel, en ook voor Nederland. De laatste regering heeft de prioriteiten veel meer op de korte termijn gezet. Dit is jammer, want zelfs op basis van een simpele kosten-batenanalyse zijn de wereldwijde kosten van klimaatverandering vele malen hoger dan de kosten van emissiereducties. Hoe dan ook hebben we wel inzicht nodig in de verdeling van de kosten en de afhankelijkheden binnen het economische systeem.

Zo werken we in Europa goed samen, zoals in het ETS-systeem, maar er is ook strategisch concurrentie op industriebeleid. Iedereen wil bepaalde industrie hebben, met als risico dat je tegen elkaar op gaat subsidiëren. Dat is niet ideaal, want het levert vooral die bedrijven iets op en niet de maatschappij van de desbetreffende landen, dat weten we uit onderzoek.

Geïnformeerd argumenten afwegen

In de politieke discussies worden heel veel valide argumenten gegeven, zegt Van den Bijgaart. Bijvoorbeeld: ‘als er bedrijven omvallen, raken veel mensen hun baan kwijt’; ‘klimaatverandering is een groot probleem, daar moeten we iets aan doen’; ‘we kunnen elke euro maar een keer uitgeven, dus als we die uitgeven aan investeringen in bedrijven kunnen we die niet in de zorg uitgeven, daar zullen we belastingen voor moeten verhogen’; ‘als je bedrijven hier belast, verplaatsen ze hun productie mogelijk naar elders’. Het zijn allemaal argumenten in het debat. Ik vind het wetenschappelijk gezien interessant om te inzicht te krijgen in welk argument nu zwaarder kan wegen of beter: wanneer welk argument zwaarder weegt. 

Minder klimaatbeleid of ander klimaatbeleid?

Betekent bijvoorbeeld het argument van banenverlies nu dat je minder klimaatbeleid moet gaan doen of moet je ander klimaatbeleid gaan voeren? Zonder gedegen wetenschappelijk onderzoek en een team van mensen dat daar op een transparante manier over nadenkt, wordt dat niet inzichtelijk.

Ik word echt geïnspireerd door dit soort maatschappelijke discussies, en specifiek op het gebied van klimaatbeleid. We willen met ons onderzoek ook effectief bijdragen aan het debat en aan het maken van keuzes; met behulp van data en modellen blinde vlekken minder blind maken, argumenten beter afwegen en hopelijk voorkomen dat er te snel makkelijke conclusies worden getrokken.

De samenwerking en kennisuitwisseling met organisaties als TNO, het PBL en CPB, die ons onderzoek ook belangrijk vinden is heel waardevol, en wij kunnen veel van hen leren. Samen kunnen we wetenschappelijk onderzoek doen op wereldniveau, en dat direct relevant maken in de uitwisseling met beleidsmakers en politici hier in Nederland.

Onderzoeksteam

Het onderzoeksteam bestaat uit: Inge van den Bijgaart (projectleider), Leon Bremer, Laura Egelmeers, en Koert Rang.

Meer informatie

Wilt u meer weten over dit project, neem dan contact op met Inge van den Bijgaart (projectleider): i.m.vandenbijgaart@uu.nl.