Frank Biermann over duurzaamheid studeren in een tijd van planetaire crisis

Hoe kan de wereld reageren op klimaatverandering, biodiversiteitsverlies en oceaanvervuiling wanneer internationale samenwerking zelf onder druk staat? Voor studenten die geïnteresseerd zijn in duurzaamheid is dit geen abstracte vraag. De huidige generatie betreedt een wereld die wordt gevormd door geopolitieke conflicten, omstreden technologieën, ongelijke verantwoordelijkheden en urgente planetaire grenzen. Aan de Universiteit Utrecht helpt hoogleraar Frank Biermann studenten in de bachelor Global Sustainability Science en de master Sustainable Development om deze uitdagingen niet alleen als milieuproblemen te begrijpen, maar ook als diep politieke vraagstukken.

Hoe bestuur je een planeet in crisis?

Frank Biermann werkt al meer dan drie decennia op het snijvlak van politiek, recht en planetaire verandering. Opgeleid als politicoloog en internationaal jurist, begon hij met vragen over internationale samenwerking. Hoe reageren staten, internationale organisaties en juridische kaders op mondiale crises die grenzen overstijgen? In de loop der tijd ontwikkelde dit zich tot een bredere focus op “earth system governance”: het onderzoek naar hoe politieke instituties, economische systemen en maatschappelijke krachten samenhangen met planetaire processen.

Om dit veld verder te ontwikkelen, startte Biermann in 2006 het Earth System Governance Project. Twintig jaar later is dit uitgegroeid tot een wereldwijd netwerk van onderzoekers en onderzoekscentra, met jaarlijkse conferenties, drie boekenreeksen en een eigen wetenschappelijk tijdschrift. Voor studenten betekent dit dat zij duurzaamheid bestuderen in directe verbinding met een internationale onderzoeksgemeenschap. Via gastcolleges, wereldwijde samenwerkingen, stages en Biermanns eigen betrokkenheid bij discussies op VN-niveau maken studenten kennis met de echte debatten die hedendaagse milieubesluitvorming vormgeven.

Onlangs werd Biermann benoemd tot voorzitter van het International Panel on Earth System Governance, een nieuw wereldwijd wetenschappelijk initiatief dat onderzoek samenbrengt naar hoe instituties, beleid en bestuursvormen omgaan met milieu- en duurzaamheidsuitdagingen op planetaire schaal. De Universiteit Utrecht is gastheer van dit panel, dat studenten ook de kans biedt om vanuit de universiteit bij te dragen aan internationaal duurzaamheidsonderzoek.

Waarom mondiale samenwerking moeilijker wordt

Biermann beschrijft het begin van de jaren negentig als een moment van optimisme: de Rio Earth Summit van 1992, het einde van de Koude Oorlog en het geloof in lineaire vooruitgang en universele akkoorden. De aanname was dat mondiaal bestuur zich gestaag zou verbeteren. Er zou meer samenwerking komen, meer vrede, meer milieubescherming. “Dat is allemaal voorbij,” zegt hij scherp.

Door geopolitieke onrust, oorlog in Oekraïne, Soedan, Gaza en andere plaatsen, hernieuwde rivaliteit tussen grootmachten en een groeiende terughoudendheid om zich aan internationale akkoorden te verbinden, worden studenten vandaag geconfronteerd met een andere wereld. In deze gefragmenteerde orde lijken universele verdragen minder realistisch.

Volgens Biermann moeten we onze verwachtingen aanpassen. In plaats van te wachten op mondiale consensus, wijst hij op “plurilateralisme”: kleinere coalities van bereidwillige landen die samen vooruitgaan. Europa, China, India of allianties tussen landen in het Mondiale Zuiden kunnen vooruitgang boeken, ook zonder universele deelname. China’s enorme investeringen in hernieuwbare energie veranderen bijvoorbeeld markten, los van formele akkoorden. Europese koolstofgrensmaatregelen verschuiven prikkels in internationale toeleveringsketens. Zulke ontwikkelingen, suggereert hij, kunnen even belangrijk zijn als — of belangrijker dan — formele mondiale verdragen.

In juni 2026 ontving Biermann een prestigieuze Advanced Grant van €2,5 miljoen van de European Research Council. Met deze financiering bouwt hij een nieuw onderzoeksteam op om deze zogenoemde “plurilaterale planetaire politiek” te bestuderen, met volop mogelijkheden voor studenten om bij te dragen.

De Sustainable Development Goals: belofte en grenzen

De Sustainable Development Goals (SDG’s) zijn een ander belangrijk aandachtspunt in Biermanns onderzoek. De SDG’s werden in 2015 aangenomen door alle lidstaten van de Verenigde Naties en vormen een gezamenlijke mondiale agenda om armoede, ongelijkheid, klimaatverandering, milieudegradatie en andere grote uitdagingen vóór 2030 aan te pakken.

Meer dan tien jaar later is hun politieke status ongelijk. Sommige landen hebben de SDG’s geïntegreerd in nationaal beleid. Andere landen hebben afstand genomen of wijzen ze ronduit af. Critici stellen dat de doelen niet transformerend genoeg zijn en zien ze eerder als het resultaat van compromissen tussen regeringen en het bedrijfsleven dan als een blauwdruk voor radicale verandering. Biermanns beoordeling is genuanceerd: de SDG’s vormen een opmerkelijk mondiaal akkoord, maar zijn slechts zo sterk als de inzet van de regeringen erachter. Hij waarschuwt er ook voor om incrementeel bestuur te snel af te schrijven in een wereld waarin radicale consensus onwaarschijnlijk is. Voor studenten zijn de SDG’s een belangrijke casus. Ze laten zowel de belofte als de grenzen van mondiale akkoorden zien: hoeveel er mogelijk is wanneer de wereld het eens wordt over gezamenlijke doelen, maar ook hoe kwetsbaar die doelen in de praktijk kunnen zijn.

Geo-engineering en de politiek van technologische oplossingen

Een van Biermanns meest controversiële onderzoeksonderwerpen is solar geoengineering: het voorstel om technologieën te ontwikkelen die de aarde kunnen afkoelen door zonlicht terug de ruimte in te kaatsen, bijvoorbeeld door zwaveldeeltjes in de stratosfeer te brengen.

Technisch gezien suggereren klimaatmodellen dat dit de gemiddelde mondiale temperatuur zou kunnen verlagen. Politiek, ethisch en ecologisch ziet Biermann echter grote risico’s. “Er zijn tal van ecologische onzekerheden: verstoorde moessons, regionale klimaatverschuivingen, onbekende gevolgen voor ecosystemen. Ook zijn er grote bestuurlijke problemen. Wie controleert de ‘mondiale thermostaat’? Op basis van welke bevoegdheid? En dan is er het gevaar van ‘mitigation deterrence’: het risico dat alleen al het geloof in een toekomstige technologische oplossing de prikkel vermindert om vandaag te decarboniseren.”

Als reactie lanceerde Biermann met collega’s een internationaal initiatief dat oproept tot een International Non-use Agreement on Solar Geoengineering, gesteund door honderden wetenschappers en meer dan tweeduizend maatschappelijke organisaties. Ook verschillende regeringen, met name in Afrika en kleine eilandstaten, hebben steun uitgesproken.

Voor Biermann vervaagt dit werk de grens tussen wetenschap en activisme, waar academici uit de ivoren toren moeten stappen en zich moeten mengen in sterk gepolitiseerde debatten. “Met de toenemende roep om planetaire beheersing en kunstmatige klimaatengineering betreden we een nieuwe fase van mondiale politiek die soms aanvoelt als sciencefiction, maar die dringend verzet en politieke actie vereist, ook van wetenschappers,” zegt hij.

Wat kunnen studenten nog doen?

Veel jongeren beginnen hun studie in een tijd waarin de wereld steeds instabieler aanvoelt. Klimaatverandering, biodiversiteitsverlies, oorlog, ongelijkheid en politieke polarisatie zijn geen verre, afzonderlijke kwesties meer, maar verbonden crises die de samenleving vormgeven waarin zij hun weg moeten vinden. Dat gevoel van instabiliteit kan verschillende kanten op werken. Sommige studenten richten zich op activisme en sociale bewegingen, anderen voelen zich meer aangetrokken tot vragen rond veiligheid en nationale belangen, terwijl weer anderen zich overweldigd voelen en afhaken.

Voor Biermann blijft de collegezaal centraal. Hij stelt dat duurzaamheid moet worden begrepen als “planetaire politiek”: expliciet politiek, met aandacht voor rechtvaardigheid en macht, en realistisch over toenemende geopolitieke fragmentatie en conflicten. Studenten moeten niet worden voorbereid op een harmonieuze mondiale orde, maar op een gebroken wereld. Maar is ook veel hoop en Biermann blijft optimistisch. 

Tegelijkertijd vindt betekenisvolle verandering op veel verschillende plekken plaats. Alumni van de Universiteit Utrecht die werken bij waterschappen, adviesbureaus, startups of overheden dragen allemaal op hun eigen manier bij aan duurzame transformaties. “Niet iedere student zal later mondiale verdragen onderhandelen, en niet elke oplossing begint bij de VN,” zegt hij.

Aan het Copernicus Institute of Sustainable Development blijft Biermann onderwijs geven en onderzoek doen naar de politieke vragen in het hart van duurzaamheid: wie beslist, wie profiteert, wie neemt verantwoordelijkheid, en hoe kunnen samenlevingen handelen wanneer de mondiale orde steeds gefragmenteerder wordt? Voor studenten betekent dit dat zij duurzaamheid niet bestuderen als slogan, maar als een van de bepalende politieke uitdagingen van deze generatie. Zoals Biermann het zegt: “Iedereen heeft een rol te spelen en kan een belangrijk verschil maken.”

Interesse in een duurzaamheidsgerichte bachelor- of masteropleiding? Lees meer, inclusief toelatingseisen en aanmelddeadlines, op de websites van de bachelor Global Sustainability Science en de master Sustainable Development.