24 december 2017

Financiering Zwaartekrachtproject MCEC gecontinueerd

Na een tussentijdse evaluatie heeft het ministerie van OCW bekendgemaakt de financiering van zes projecten uit het Zwaartekrachtprogramma te continueren voor een periode van vijf jaar. Het ministerie volgt hierin het advies van de NWO (Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek). Een van die projecten betreft het Netherlands Center for Multiscale Catalytic Energy Conversion (MCEC). Het MCEC brengt de kennis rondom katalyse samen van de Universiteit Utrecht (penvoerder), de TU Eindhoven en de Universiteit Twente.

Met het Zwaartekrachtprogramma stimuleert de overheid excellent onderzoek in Nederland. Het is bedoeld voor wetenschappelijke consortia die de potentie hebben om tot de wereldtop op hun gebied te gaan behoren, of daarin te blijven. Het gaat om financiering uit de eerste geldstroom (direct via de Rijksoverheid). Het ministerie van Onderwijs Cultuur en Wetenschappen (OCW) heeft NWO gevraagd de selectieprocedure voor Zwaartekracht uit te voeren alsmede de monitoring en evaluatie.

Zwaartekrachtprojecten

De tussentijdse evaluatie betrof zes Zwaartekrachtprojecten die zijn gehonoreerd in de tweede financieringsronde, in 2013. Aanleiding hiervoor was de wens van de opdrachtgever, het ministerie van OCW, om van NWO vier jaar na de start van de projecten een tussenevaluatie te ontvangen. Op basis van deze evaluatie en het advies van de raad van bestuur van NWO heeft het ministerie van OCW besloten de financiering van de projecten te continueren voor een tweede periode van vijf jaar. Naast … gaat het om de volgende projecten: Perturbations of System Earth: Reading the Past to Project the Future – A proposal to create the Netherlands Earth System Science Centre (NESSC), Microbes for health and environment: Soehngen Institute of Anaerobic Microbiology (SIAM), Networks, The Institute for Chemical Immunology (ICI) en Research Centre for Integrated Nanophotonics.

Evaluatiecriteria

Een nationaal samengestelde commissie toetste de kwaliteit van de uitwerking van het ingediende onderzoeksprogramma. Daarbij vroeg de commissie zich af of de projecten goed uit de startblokken en op stoom gekomen zijn en of er aan de randvoorwaarden voldaan wordt om deze projecten tot een succes te brengen. De commissie lette daarbij op de volgende punten: Deelnemende onderzoekers, kwaliteit onderzoekslijnen, institutionele en organisatorische inbedding, realisatie en begroting, en kennisbenutting. De commissie had in deze fase niet de taak om ook de wetenschappelijke voortgang en kwaliteit van de consortia te beoordelen. Omdat in de subsidieronde van 2013 voor het eerst genderbalans en ethiek als criteria werden toegevoegd, was er in deze tussentijdse evaluatie ook aandacht voor deze criteria.

De evaluatiecommissie vormde zijn oordeel op basis van door de consortia aangeleverde beknopte zelfevaluaties en een evaluatiebijeenkomst op 31 mei en 1 juni 2017, waar de consortia een presentatie gaven en waar de commissie gesprekken voerde met maximaal vijf personen per consortium, waaronder in elk geval de wetenschappelijk directeur, de managing director en één lid van het college van bestuur van de penvoerende universiteit. De commissie had ook de beschikking over de oorspronkelijke onderzoeksplannen van de consortia.

Op basis van de zelfevaluaties, de presentaties van de consortia en de interviews met het management van de consortia constateerde de commissie dat elk van de consortia aan alle evaluatiecriteria voldoet. Daarom adviseert de commissie de financiering van alle zes de consortia te continueren voor de tweede periode van vijf jaar. Wel heeft zij voor alle consortia een aantal aanbevelingen. De commissie adviseert dat de consortia na één jaar rapporteren aan de raad van bestuur van NWO over de voortgang van de implementatie van de aanbevelingen van de commissie en dat deze voortgang bij de eindevaluatie nogmaals wordt getoetst.