28 mei 2018

Hoe wordt de kwaliteit van de centrale examens in Nederland gewaarborgd?

“Examens maken is zoeken naar balans”

De examenperiode zit er bijna op, en de eindexamenkandidaten kunnen met ingehouden adem gaan wachten op de uitslagen. Net als ieder jaar dienden scholieren massaal klachten in bij het LAKS. Maar hoe is het volgens de wetenschap gesteld met de kwaliteit van de Nederlandse eindexamens? Hans Wessels is niet alleen universitair docent Filosofie en vakdidacticus, maar ook toetsdeskundige bij het Cito. “Examens maken, afnemen en beoordelen is een zeer zorgvuldig proces.”

Docent voor de klas.

Ooit bepaalde je docent jouw toekomst, begint Wessels: “Die besloot subjectief welk cijfer hij gaf, met als gevolg dat dezelfde opdracht steeds verschillend beoordeeld werd.” Dat veranderde toen in de jaren ’60 het Centraal Instituut voor Toetsontwikkeling (Cito) werd opgericht. Wessels: “Toen kwam er een wetenschappelijk onderbouwd proces in ontwikkeling van hoe je examens afneemt en beoordeelt. Het komt neer op: je moet valide toetsen, dus de toets moet weergeven welke stof van belang is, maar je moet ook betrouwbaar toetsen. De ene docent die nakijkt moet hetzelfde cijfer geven als de andere docent.”

Het Cito ontwikkelt de examens voor alle middelbare schoolvakken. “Dat begint ermee dat drie ervaren docenten voor hun eigen vak vragen formuleren.” Als Cito-medewerker begeleidt Hans Wessels dit proces en de constructiegroep van docenten. Tevens zorgt hij dat de examenvragen goedgekeurd worden door het College voor Toetsing en Examens (CvTE).

In stappen de kwaliteit verbeteren

Samen bewaken de docenten en toetsexperts de validiteit van de examens. En dat is niet een kwestie van een lijstje criteria afvinken. “Je bent soms wel 9 maanden met een examen van 20 tot 40 vragen bezig,” vertelt Wessels. “Je moet het over het niveau eens zijn: is het niet te moeilijk of makkelijk? Komen alle onderdelen aan bod? En wordt het gewenste denkniveau gevraagd? Gaat het alleen over reproductie van kennis, of gaat het ook over inzicht of zelfs om een standpunt innemen?”

Meisje maakt huiswerk

De vragen worden vervolgens getoetst in de klas. “In de loop van het jaar worden sommige vragen in een repetitie verwerkt, zonder dat leerlingen dat door hebben. En bij vakken waar nog winst te behalen is ontvangen docenten, vlak voordat het examen wordt afgenomen, de examenvragen en antwoorden om daar commentaar op te geven. Het proces zit getrapt in elkaar, waarbij je met elke stap de kwaliteit aan het verbeteren bent.” Dit jaar probeerden docenten ook zelf van tevoren de examens uit, een recente ontwikkeling waardoor direct belanghebbenden nog nauwer bij het proces worden betrokken.

En dan zijn er natuurlijk de leerlingen. Hoe gaat het Cito om met de jaarlijkse klachtenregen tijdens de examenperiode? Wessels: “Het Cito en het LAKS hebben structureel contact. We willen alle twee dat leerlingen het examen zo goed mogelijk kunnen maken. Vanuit dat gezamenlijke belang kijk je: wat kunnen we verbeteren?” Het aantal klachten blijft globaal genomen stabiel, signaleert Wessels. “De hoeveelheid klachten zegt niet alles. Soms gaat het over een grasmaaier die onder het raam voorbij reed. Het LAKS scheidt de incidenten van vakinhoudelijke klachten.”

Juist door vakinhoudelijke discussies beweeg je naar elkaar toe.

Verschillende visies op het vak

Naast leerlingen mengen ook docenten en zelfs de universitaire wereld zich in de discussie: “Dat heeft te maken met verschillende visies op het vak. Bij vakken waarin elke leerling examen doet, zoals Nederlands, heb je een grotere groep betrokkenen. Soms krijg je zelfs fundamentele discussies: is dit wel ons vak?” Ondanks de discussies zijn de examens volgens Wessels goed geregeld in Nederland. “Veel landen, Duitsland bijvoorbeeld, regelen de examens per provincie of deelstaat.” Ons centraal examen wordt erkend als kwaliteitswaarmerk, en dat heeft  grote voordelen. “Je werkt bovendien met elkaar naar een gezamenlijk doel: beter onderwijs. Juist door vakinhoudelijke discussies beweeg je naar elkaar toe. Het is daarbij altijd zoeken naar balans: tussen validiteit en betrouwbaarheid, en tussen de kennis van experts en de kennis en denkvaardigheden van duizenden leerlingen.”

Het proces van examens maken en verbeteren blijft altijd in beweging, denkt hij. “En dat is maar goed ook. De laatste jaren gaan instituten als het CvTE en het Cito meer luisteren en in overleg met de buitenwereld. Dat vind ik goede zaken, waardoor je van elkaar leert. De instituten treden ook steeds meer naar buiten, zo staat er dit jaar voor elk vak een syllabus online waar in grote lijnen in staat wat er gevraagd wordt en wat het niveau is. Dat is goed voor het beeld dat het nieuwe Cito wil uitdragen: we zijn toetsambassadeurs aan het worden. De tijd en het geld die we steken in het zorgvuldig maken van de examens hebben een grote meerwaarde. Die moet je laten zien.”

Onderzoeksthema Jeugd

Wil je maatschappelijke problemen aanpakken, dan kun je het beste beginnen bij kinderen. Het Utrechtse onderzoeksthema Dynamics of Youth investeert in een veerkrachtige jeugd. Wetenschappers uit alle vakgebieden werken samen om kinderontwikkeling beter te leren begrijpen. Hoe helpen we kinderen en jongeren groeien en bloeien in onze snel veranderende samenleving?

Universitair docent
Sociale Wetenschappen - Educatie en Pedagogiek - Educatie
Geesteswetenschappen - Dep. Filosofie en Religiewetenschap - Filosofie - Ethiek