Ewoudt van de Garde benoemd tot hoogleraar Klinische Farmacotherapie
Nieuwe hoogleraar is ook actief als ziekenhuisapotheker
De Universiteit Utrecht heeft Ewoudt van de Garde benoemd tot hoogleraar Klinische Farmacotherapie. Van de Garde houdt zich bezig met farmacotherapie, de behandeling van ziektes met geneesmiddelen, in ziekenhuizen. Hij is niet alleen verantwoordelijk voor het farmacotherapieonderwijs aan Utrechtse studenten die opgeleid worden tot apotheker, maar doet ook onderzoek naar de werking van geneesmiddelen in de ziekenhuispraktijk. Bovendien blijft hij actief als ziekenhuisapotheker in het St. Antonius Ziekenhuis.
Van de Garde ziet veel voordelen in de combinatie van de rollen van docent, onderzoeker en ziekenhuisapotheker. “De ontwikkelingen in het vakgebied gaan snel, en het risico bestaat dat het onderwijs achter gaat lopen,” vertelt hij. “Dankzij mijn werk als ziekenhuisapotheker blijf ik op de hoogte van de laatste ontwikkelingen en kan ik het onderwijs up-to-date houden. Met mijn onderzoek werk ik juist weer aan de toekomst.”
Veel onderwijs
Van de Garde besteedt het grootste deel van zijn aanstelling aan de Universiteit Utrecht aan onderwijs. Hij houdt zich niet alleen bezig met het opzetten en geven van vakken voor zowel bachelor- en masterstudenten, maar ook met het begeleiden van studenten tijdens hun co-schappen.
Studenten die een masterdiploma in de Farmacie halen, zijn bevoegd om als apotheker aan de slag te gaan. Tijdens een viertal co-schappen doen de studenten praktijkervaring op als apotheker, buiten de universiteit. “Dat is veel leertijd die goed besteed moet worden, in een goed leerklimaat,” geeft Van de Garde aan. Hij begeleidt ook onderzoeksprojecten van studenten, waarbij ze hun eigen onderzoeksvraag uitwerken.
Ik denk dat wat een apothekersopleiding goed maakt, is dat je studenten leert om onderbouwd af te kunnen wijken van protocollen.
Ervaringen uit de apothekerspraktijk deelt Van de Garde graag met zijn studenten. “Studenten houden van authentiek onderwijs,” vertelt hij. “Aan de andere kant helpen de studenten mij juist ook, doordat ze me vaak aan het denken zetten.”
Onderbouwd afwijken
Er zijn heel wat dingen veranderd sinds Van de Garde zelf begon als apotheker. “De farmacotherapie is veel complexer geworden. Er zijn meer mogelijkheden, en er wordt veel meer gepersonaliseerd: behandelingen worden meer aangepast aan de kenmerken van een specifieke patiënt. Ook heeft de patiënt tegenwoordig meer regie en spelen kosten en doelmatigheid een grotere rol.”
Nieuwe behandelingen en geneesmiddelen worden continu ontwikkeld. “In de geneeskunde volgen artsen en apothekers richtlijnen,” vertelt Van de Garde. “Die richtlijnen zijn waardevol: wie ze volgt, behandelt een patiënt volgens wat de beroepsgroep als de beste zorg beschouwt. Maar de richtlijnen lopen wel vaak achter bij nieuwe ontwikkelingen en inzichten. Als verschillende recente studies een bepaald nieuw inzicht laten zien, dan is het te verantwoorden om van de richtlijn af te wijken. Ik denk dat wat een apothekersopleiding goed maakt, is dat je studenten leert om onderbouwd af te kunnen wijken van protocollen.”
Geneesmiddelen in de ziekenhuispraktijk
Van de Gardes onderzoek draait om de vraag hoe geneesmiddelen in de praktijk werken. Voordat geneesmiddelen op de markt komen, worden ze getest in klinische studies. Deze zijn niet altijd representatief. “Deelnemers aan dit soort studies zijn vaak relatief fitte, jonge mensen. Patiënten in het ziekenhuis hebben vaak nog andere aandoeningen naast die waar het geneesmiddel voor bedoeld is. Die patiënten willen die nieuwe behandeling ook. Dan is het wel goed om een beeld te hebben van wat de patiënt kan verwachten.”
Het is voor de patiënt heel nuttig om te weten wat er te verwachten valt als deze bepaalde geneesmiddelen neemt.
Van de Garde werkt samen met verschillende ziekenhuizen om voldoende patiëntengegevens te verzamelen. “We vergelijken de resultaten van de patiënten in klinische onderzoeken met die van onze ziekenhuispatiënten. Zitten daar verschillen tussen, en zo ja, zijn die te verklaren aan de hand van de eigenschappen van de patiënten of hoe we de zorg hebben georganiseerd? Uiteindelijk is het doel dat je beter weet wat de meeste kans van slagen heeft bij een patiënt zodat er samen met de patiënt een keuze gemaakt kan worden.”
Data-gedreven farmacotherapie
Voor Van de Garde zijn gegevens over ingezette behandelingen en de bijbehorende uitkomsten in de dagelijkse praktijk onmisbaar bij het bepalen van de best passende behandeling. “Slimme algoritmen kunnen helpen om op basis van deze gegevens in te schatten welke behandeling het meeste bijdraagt aan een bepaalde uitkomst. Deze inzichten kunnen vervolgens een plek krijgen in het keuzeproces voor de best passende behandeling voor een individuele patiënt. Immers, wat een patiënt belangrijk vindt, is heel persoonlijk. Bijvoorbeeld bij ziekten met een slechte prognose, zoals uitgezaaide longkanker, is een vraag: hoe wil je de laatste periode van je leven invullen? Bijwerkingen en kwaliteit van leven spelen daarbij een grote rol. Het is voor de patiënt heel nuttig om te weten wat er te verwachten valt als deze bepaalde geneesmiddelen neemt.”
Van de Garde werkte eerder aan een keuzehulp bij longkanker die gepersonaliseerde inzichten geeft in bereikte uitkomsten van verschillende geneesmiddelen binnen Nederland. Patiënten krijgen een overzicht met gegevens over vergelijkbare patiënten uit het recente verleden: zoveel procent koos voor dit middel, en dat verliep op deze manier. “De patiënt kan dan, in overleg met zijn zorgverleners, een beter geïnformeerde afweging maken.”
In het onderwijs wil Van de Garde het begrip van data en AI bij studenten versterken, zodat zij als apotheker, met kennis van farmacologie en ondersteuning van slimme technologie, kunnen bijdragen aan de best passende farmacotherapie. Van de Garde: “Zo dragen gemaakte behandelkeuzes en bereikte uitkomsten bij patiënten van gisteren bij aan passende farmacotherapie voor de patiënt van vandaag.”