7 december 2017

Evaluatie quick scan Welzijn van Vleeskippen

Op donderdag 30 november jl. vond de evaluatie van de quick scan over vleeskippenwelzijn plaats in Utrecht. In de quick scan werd door CenSAS onderzocht wat de dierenwelzijnsstatus van vleeskippen is, wat daarin de rol van fokkerij is en hoe verschillende stakeholders hierover denken. Hiertoe werden een literatuurstudie en stakeholderanalyse uitgevoerd. Er werd gesproken met 13 personen uit 9 organisaties, waaronder onderzoekers, dierenartsen, fokkerijorganisaties, dierenwelzijnsorganisaties en de pluimveeverwerkende industrie. Tijdens de evaluatie presenteerde Maite van Gerwen (projectcoördinator bij CenSAS) de uitkomsten van de quick scan aan de stakeholders. Vervolgens werd onder leiding van Franck Meijboom (hoofd van CenSAS) verder gebrainstormd over het thema.

Huidige welzijnsstatus van vleeskuikens lastig te bepalen

Uit de quick scan kwam geen eenduidig beeld naar voren van de huidige welzijnsstatus van vleeskuikens in relatie tot fokkerij. In de wetenschappelijke literatuur worden welzijnsproblemen, waaronder pootproblemen en kreupelheid als gevolg van snelle groei, wel genoemd. Verschillende stakeholders geven echter aan dat veel van de beschreven problemen door de fokkerij voor een groot deel al flink zijn verminderd of helemaal zijn opgelost. De literatuur loopt dus wat achter op de huidige praktijk. De fokkerij is in staat om in 4-5 jaar tijd veel verbeteringen op het gebied van gezondheid en welzijn tot stand te brengen. De laatste jaren is er onder andere steeds meer aandacht voor balans in de groei van de dieren, zodat het lichaam de snelle groei van de kuikens beter aan kan. Uiteraard heeft het management in de vleeskuikenhouderij invloed op het welzijn, dus naast de fokkerij-gerelateerde aspecten moet ook naar management worden gekeken. Om de huidige welzijnsstatus te bepalen is meer onderzoek in de huidige praktijk nodig.

Voerrestrictie bij ouderdieren is punt van zorg

In de quick scan werd, naast het welzijn van de vleeskuikens, ook gekeken naar het welzijn van de vleeskuikenouderdieren (vaders en moeders van de vleeskuikens). Waar er onduidelijkheid bestaat over het huidige welzijn van de vleeskuikens, is dit minder het geval voor de ouderdieren. Hoewel bij deze dieren niet zo zeer poot- en locomotieproblemen zorgen voor een aantasting van het welzijn, hebben de stakeholders zorgen over de beperkte hoeveelheden voer die deze dieren op bepaalde momenten van hun leven krijgen. In de wetenschappelijke literatuur wordt dit welzijnsprobleem ook omschreven als de ‘broiler breeder paradox’ (broiler breeder is de Engelse benaming voor ouderdieren). Net zoals de vleeskuikens, hebben de ouderdieren de potentie om snel te groeien. Dit is echter ongewenst, omdat die harde groei later in het leven (de ouderdieren leven ongeveer 60 weken, dit in tegenstelling tot vleeskuikens die 6 weken leven) tot gezondheids-, welzijns-, en voortplantingsproblemen leidt. Om deze reden krijgen de ouderdieren in bepaalde periodes van hun leven slechts een beperkte hoeveelheid voer. Dit zorgt ervoor dat dieren honger ervaren en zijn aangetast in hun welzijn. Voor dit probleem is tot op heden nog geen werkbare oplossing gevonden. In Nederland, maar ook in Europees verband worden verschillende onderzoeken uitgevoerd naar deze problematiek, waar ook onderzoekers van Wageningen University & Research bij betrokken zijn.   

Positieve blik op alternatieve concepten

In de wetenschappelijke literatuur en door stakeholders worden genetische aanpassingen en het gebruik van langzamer groeiende dieren en/of dwerghennen (als moederdier) als mogelijke oplossingen voor de welzijnsproblemen genoemd. Om die reden wordt er door de stakeholders ook positief gekeken naar concepten zoals het Beter Leven keurmerk en de ‘kip van morgen’ (de nieuwe variant van gangbare kip die verkrijgbaar is in supermarkten). In deze concepten worden, afhankelijk van welk concept, kippenrassen gebruikt die langzamer groeien waardoor vleeskuikens minder pootproblemen hebben en ouderdieren in mindere mate of niet beperkt hoeven te worden in hun voer. Daarnaast wordt binnen de concepten aandacht besteed aan managementaspecten die van invloed zijn op dierenwelzijn.

Stakeholders geven echter wel aan dat er bij alle alternatieve concepten ook aandacht besteed moet worden aan de thema’s milieu, volksgezondheid, voedselzekerheid en economie. Dit is een uitdaging. Een belangrijke reden dat er in de fokkerij wordt geselecteerd op snelle groei, is namelijk dat er zo efficiënt mogelijk (zo min mogelijk input voor een maximale output) geproduceerd moet worden. Dat wordt gedaan met het oog op milieu, economie en voedselzekerheid. Een keuze voor minder snelgroeiende dieren heeft effect op andere duurzaamheidsaspecten.

Naast dierenwelzijn kijken naar andere aspecten van duurzaamheid

Tijdens de brainstorm gingen de stakeholders verder in gesprek over dierenwelzijn in relatie tot deze andere aspecten van duurzaamheid. De aanwezigen moesten in 3 groepjes eerst aangeven hoe voor hen per aspect (dierenwelzijn, milieu, economie, voedselzekerheid en volksgezondheid) de ideale situatie eruit zou zien (een score 10 in onderstaande figuur). Daarna moesten ze in de figuur aangeven hoe zij op dit moment naar de vleeskuikensector kijken en welke score zij in de praktijk zouden toekennen aan elk van de aspecten.

Wat opvalt is dat er op alle aspecten nog verbeteringen kunnen worden doorgevoerd, volgens de stakeholders. Ze gaven daarbij aan dat Nederland het best goed doet, maar dat er zeker ruimte is voor verbetering.

Weergave van hoe stakeholders verschillende duurzaamheidsaspecten in de vleeskippensector beoordelen. Een score 10 verwijst naar de ideale situatie.

Onderdelen van een ideaal dierenwelzijn die werden genoemd waren: een maximale score voor welzijn op basis van de Welfare Quality methodiek, welzijn meetbaar verbeteren, het toepassen van de 5 vrijheden voor alle dieren in de keten en dieren moeten natuurlijk gedrag kunnen vertonen.

Bij milieu werden als onderdeel van de ideale situatie genoemd: een CO2 en biodiverstiteitsvoetafdruk van 0, een proportionele bijdrage leveren aan internationale klimaatdoelen, minimale emissies, minimale mestproductie en een flinke daling van de bodembelasting. 

Voor economie betekent de ideale situatie volgens de stakeholders: een betaalbaar product voor consumenten, kostprijsbeheersing, een leefbaar loon in de hele keten, (lokale) vierkantsverwaarding (zodat het product helemaal wordt benut en verwaard) en de productie beter laten aansluiten op de vraag.

Voor voedselzekerheid vonden de aanwezigen het van belang dat er meer wordt gekeken naar wat de mens aan dierlijk eiwit nodig heeft per dag. Ook moet de vraag worden gesteld of we als Nederland de wereld moeten willen voeden. In Nederland is geen sprake van een probleem ten aanzien van voedselzekerheid, er is eerder een overschot. Als Nederland zouden we volgens een aantal stakeholders eerder kennis moeten exporteren in plaats van producten, zodat in andere delen van de wereld voedsel lokaal wordt geproduceerd en wordt afgestemd op de behoefte en de vraag. Bij de productie van kippenvlees is het volgens een aantal stakeholders verder van belang dat het vlees een hoogwaardige en efficiënte eiwitbron is.

Voor volksgezondheid is het volgens de stakeholders belangrijk dat het antibioticagebruik laag is, er sprake is van een goede gezondheid van zowel mens als dier (in volle breedte), er geen risico’s op (dier)ziektes zijn (dit heeft ook effect op voedselzekerheid) en emissies zo laag mogelijk worden gehouden.
 

Vraagstukken over de omgang met dieren integraal bekijken

De aanwezige stakeholders waren het erover eens dat maatschappelijke vraagstukken over de omgang met dieren en dierenwelzijn altijd integraal bekeken moeten worden. Alleen dan kunnen er oplossingen worden gevonden die echt duurzaam zijn en de toekomst hebben. Een ontwikkeling zoals het bedrijf Kipster (productie van eieren) werd als goed voorbeeld genoemd.

Op dit moment wordt vanuit CenSAS verder gekeken of met dit thema wordt verdergegaan of dat er op dit moment voldoende initiatieven lopen, waarbij eventueel kan worden aangesloten. De volledige quick scan zal later nog worden gedeeld met de stakeholders en via deze website. 

Franck en Maite willen alle stakeholders bedanken voor de open gesprekken en aanwezigheid bij de evaluatie. Er is veel informatie gedeeld en iedereen heeft zich zeer open en coöperatief opgesteld. Dit geeft veel vertrouwen voor toekomstige samenwerking op de weg naar het duurzaam en verantwoord samenleven van mens en dier.

Ook gaat er veel dank naar Animal Sciences studente Mariska Mesman, die in het kader van haar afstuderen meewerkte aan de quick scan.

Klik hier voor het volledige rapport.