2 maart 2018

Hoogleraar Annelien Bredenoord houdt vandaag haar oratie

'Ethiek kan de medische wetenschap er weer bovenop helpen'

Annelien Bredenoord
Foto: Sebastiaan ter Burg (CC BY 2.0)

Kan ethiek de biomedische wetenschap redden? Die vraag onderzoekt Annelien Bredenoord, hoogleraar Ethiek van Biomedische Innovatie aan het UMC Utrecht en de Universiteit Utrecht, vandaag tijdens haar oratie. ‘We streven naar een ethiek die van binnenuit biomedische innovaties begeleidt van het lab naar de maatschappij.’

In de jaren zestig van de vorige eeuw was de academische ethiek op sterven na dood, betoogt Annelien Bredenoord. Ethiek was te abstract, te theoretisch en te veel naar binnen gericht. Dat veranderde toen de medische wetenschap de ene na de andere doorbraak beleefde – van prenatale diagnostiek tot de anticonceptiepil en van beademingstechnieken tot transplantatiegeneeskunde.

Bredenoord: “Waar enerzijds een groot optimisme heerste over de ongekende mogelijkheden van de technologie, werd anderzijds ook aandacht gevraagd voor de keerzijde van technologie.” En zo ontstond een nieuw discipline: de bio-ethiek, die tegenwoordig floreert als nooit tevoren.

'Het lijkt wel of de biomedische wetenschappen hetzelfde overkomt als de ethiek zeventig jaar geleden.'

De laatste jaren is het juist de medische wetenschap die onder vuur ligt – en flink ook. De lijst verwijten is lang: veel studies zijn niet reproduceerbaar, er is een sterke publicatiebias, door de publicatiedruk gaat kwantiteit van studies boven kwaliteit en de vragen die onderzocht worden zijn ‘low priority’. Ook is er een grote zogenaamde ‘valley of death’, wat betekent dat weinig studies in het lab uiteindelijk daadwerkelijk tot een nieuwe behandeling leiden.

“Het lijkt wel of de biomedische wetenschappen en de geneeskunde hetzelfde overkomt als de ethiek zeventig jaar geleden: het is naar binnen gericht, niet gefocust op de belangrijkste vraagstukken en er is te weinig betrokkenheid van patiënten en de buitenwereld over de onderzoeksagenda”, aldus Bredenoord. “Ik denk dat de medische ethiek – die zijn bestaan onder andere dankt aan medische innovatie – nu als wederdienst de medische wetenschap er weer bovenop kan helpen.”

Co-productie

De oplossing ligt deels in wat Bredenoord ethisch parallel onderzoek noemt. Hierbij wordt de medisch-ethicus in de allereerste fase van een (bio)medisch onderzoek al bij het proces betrokken. De ethicus werkt samen met de onderzoeker in het lab, de data scientist achter de computer, de patiënt en proefpersonen, en de arts die een klinische trial wil starten.

'De ethiek kan de eerste hulp bieden die nu zo hard nodig is'

“We moeten streven naar co-productie, waar wetenschap, biomedische technologie, ethiek en maatschappij elkaar vormgeven. Het is de tegenhanger van het klassieke beeld waar wetenschap en ethiek en maatschappij sterk gescheiden werelden zijn, met gescheiden afgebakende rollen. De vraag moet niet zijn: ‘ben je voor of tegen een nieuwe biomedische techniek, zoals het genetisch veranderen van embryo’s?’ Beter is: ‘hoe kun je nieuwe biomedische technologie ethisch verantwoord vormgeven?’ Alleen door co-productie kunnen we kwesties adresseren die aansluiten bij de wensen en behoeften van bijvoorbeeld patiënten. En in de huidige maatschappij is dat de enige oplossing voor de zogenaamde Grote Vraagstukken waar we mee worstelen. Een ethicus kan daarbij helpen.”

Publiekslezingen

Daarnaast – zo betoogt Bredenoord - legt een ethicus met ethische parallel onderzoek eventuele impliciete waardeoordelen in (de opzet van) het onderzoek vroegtijdig bloot én zorgt een ethicus voor een natuurlijke verbinding tussen de academie en de buitenwereld – bijvoorbeeld via publiekslezingen en social media. Kan ethiek hiermee de (bio)medische wetenschap redden? “We kunnen in ieder geval de eerste hulp bieden die nu zo hard nodig is”, aldus Bredenoord.