27 augustus 2012

ERC Starting Grants voor taalwetenschapper Rick Nouwen en historicus Ewout Frankema

© iStockphoto.com/dem10
 

Taalwetenschapper dr. Rick Nouwen en historicus prof. dr. Ewout Frankema ontvangen van de European Research Council een prestigieuze ERC Starting Grant van elk ca. 1,5 miljoen euro. Daarmee gaan zij de komende vijf jaar onderzoek doen: Frankema’s project behelst een langetermijnbenadering van levensstandaarden in Afrika, Nouwen wil in zijn project aantonen dat er een universeel mechanisme bestaat voor het gebruik en de interpretatie van zogenoemde scalaire expressies.

Met de ERC Starting Grant helpt de Europese Unie jonge, talentvolle onderzoekers een zelfstandige onderzoekslijn op te zetten. Zowel Nouwen als Frankema bouwen met de ERC Starting Grant voort op projecten waarvoor zij eerder een Vidi-subsidie van NWO ontvingen.

Rick Nouwen: ‘ROSE: Restrictie en opheffing bij scalaire expressies’
Dr. Rick Nouwen

Veel talige expressies doen een mededeling over kennis die de spreker mist. Als je zegt: “Het jongetje op de foto is minstens 8 jaar oud” suggereer je dat de precieze leeftijd van het jongetje onbekend is. Als je zijn leeftijd wél precies zou weten, zou je een andere formulering kiezen. Kennelijk zijn er dus restricties aan het gebruik van een expressie als ‘minstens 8’: je kunt hem alleen in bepaalde gevallen gebruiken.

Centraal in dit project staan twee tegenovergestelde krachten in taalgebruik: aan de ene kant restricties op het gebruik van een expressie zoals in het voorbeeld hierboven, en aan de andere kant het opheffen van dergelijke restricties in vrij specifieke gebruikscontexten. In een zin als “Je moet minstens 8 jaar oud zijn als je het park in wilt” weet de spreker namelijk juist precies wat voor leeftijd je moet hebben om het park in te mogen.

Sprekers van het Nederlands hebben onbewust deze kennis: ze weten wanneer ze expressies als “minstens 8″ wel en niet kunnen gebruiken en weten bovendien precies hoe ze een zin met zo’n expressie moeten interpreteren. De vraag is hoe taalgebruikers dit doen. Centraal in het project staat de gedachte dat het hier niet om kennis van idiosyncratische regeltjes binnen een taal gaat, maar om een universeel mechanisme dat in alle talen van de wereld is terug te vinden.

Hoewel voorheen veel patronen van restrictie en opheffing afzonderlijk bestudeerd zijn, richt dit project de aandacht op het mechanisme dat al deze fenomenen gemeen hebben. Op die manier beloven de theoretische consequenties van deze studie een brede impact te gaan hebben. Aan het project zullen twee aio’s en een postdoc meewerken.

Ewout Frankema: ‘Is poverty destiny? A new empirical foundation for long-term African welfare analysis’
Prof. dr. Ewout Frankema

In hoeverre is Afrika altijd armer geweest dan de rest van de wereld? In hoeverre heeft de ‘gewone’ Afrikaan geprofiteerd van de toename in de handel en investeringen gedurende de koloniale periode en de recente periode sinds 2000? En in hoeverre is de economische groei in Afrika belemmerd door structurele geografische/ecologische kenmerken of persistente institutionele onvolkomenheden?

Dit project beoogt om op basis van origineel bronnenonderzoek in koloniale en nationale archieven een nieuwe empirische basis te leggen voor de analyse van langetermijn-welvaartsontwikkelingen in Afrika. Daarmee wil Frankema een nieuw perspectief creëren voor het debat over de wortels van de hedendaagse Afrikaanse armoede. Het onderzoek concentreert zich op grote delen van voormalig Brits en Frans Afrika in de periode 1880-heden.

Het project zal worden uitgevoerd bij de onderzoeksgroep Rural and Environmental History van de Wageningen Universiteit, waar Frankema is aangesteld als hoogleraar. Aan het project zullen twee aio’s, een post-doc en een aantal onderzoeksassistenten meewerken.