ERC Consolidator Grants voor vier Utrechtse onderzoekers

Dit jaar ontvangen vier Utrechtse onderzoekers een ERC Consolidator Grant van zo’n 2 miljoen euro per stuk. Met deze subsidie van de Europese Unie krijgen zij de kans om hun onderzoeksgroep verder te versterken en hun meest veelbelovende wetenschappelijke ideeën te bestuderen.  

De Utrechtse onderzoekers die een subsidie voor hun onderzoek krijgen, zijn: Robert de Vries (faculteit Betawetenschappen), Lennart de Groot (faculteit Geowetenschappen), Riccardo Levato (faculteit Diergeneeskunde en UMC Utrecht) en Borja Martinovic (faculteit Sociale Wetenschappen).

Projecten en laureaten

SPARK – Nanomagnetic Tomography: unlocking the Vortex Realm for Paleomagnetism and Rock-magnetism

Deze beurs stelt me in staat om een nano-magnetische techniek te gaan ontwikkelen waarmee we voor het eerst het magnetische geheugen van de allerkleinste deeltjes in gesteenten kunnen gaan meten

Magnetische signalen in gesteenten spelen een belangrijke rol in de aardwetenschappen. Met kennis over magnetische signalen in het verleden kunnen we namelijk meer te weten komen over bijvoorbeeld tektonische processen, planeetdynamieken, en het gedrag van het geomagnetisch veld. Maar deze signalen kunnen we nu vaak niet meten omdat ze opgeslagen liggen in heel kleine mineralen. Met SPARK gaat De Groot een innovatieve nano-magnetische techniek ontwikkelen die deze verborgen informatie over het aardmagneetveld wel toegankelijk maakt.

SMART-AGENT: Biologische functies printbaar gemaakt — slim bioprinten met controle over het lot van cellen en de ontwikkeling van menselijk weefsel 

We willen een stappenplan ontwikkelen voor de productie van doorbloede weefsels van elk type, ondersteund door een 3D-printer die cellen actief begeleidt in hun groei en ontwikkeling

Universitair hoofddocent Riccardo Levato werkt aan de ontwikkeling van een labversie van een menselijke alvleesklier die, net als een echte alvleesklier, hormonen kan afscheiden. Hiervoor maakt hij gebruik van een innovatieve, baanbrekende 3D-bioprinter die zijn team aan de Universiteit Utrecht en het UMC Utrecht heeft ontwikkeld. Deze printer doet meer dan alleen weefsels printen: hij leert en ontwerpt mee dankzij geïntegreerde kunstmatige intelligentie. Daardoor kunnen onderzoekers nauwkeurig volgen hoe cellen groeien, zich organiseren en op elkaar reageren, en waar nodig subtiele aanpassingen aanbrengen, zoals het aanleggen van bloedvatnetwerken. Zo gaan lab-gekweekte weefsels steeds meer lijken op hun natuurlijke tegenhanger.

Met het SMART-AGENT-project wil Levato deze technologie verder uitbreiden op drie fronten. De printer krijgt de mogelijkheid om (1) verschillende celtypen te herkennen en hun positie in kaart te brengen, (2) het gedrag van cellen te sturen via lichtgestuurde synthetische biologie en optogenetica, en (3) een menselijk pancreasmodel te maken mét bloedvaten. Dit model is in potentie een belangrijk hulpmiddel voor onderzoek naar de alvleesklier en voor het testen van diabetesbehandelingen. Het uiteindelijke doel van het project is echter breder. “We willen een stappenplan ontwikkelen voor de productie van doorbloede weefsels van elk type, ondersteund door een 3D-printer die cellen actief begeleidt in hun groei en ontwikkeling”, aldus Levato.

INTER-MIN: INTER-MINority relations in Western Europe

Met dit onderzoek brengen we de relaties tussen minderheden van etnische groepen in West-Europa in kaart

West-Europa in de 21e eeuw is een regio van immigratie. Wetenschappers op het gebied van sociale cohesie hebben in het verleden uitgebreid onderzoek gedaan naar de relaties tussen etnische meerderheden en etnische minderheden van immigrantenoorsprong. Nu minderheden in West-Europa zich steeds meer blijvend vestigen en groter en diverser worden, is het van cruciaal belang om hun houding en gedrag ten opzichte van elkaar te begrijpen. Toch is onderzoek naar dergelijke inter-minderheidsrelaties verrassend schaars. Dit is zorgwekkend gezien de spanningen tussen sommige minderheden in West-Europa, zoals tussen Turken en Koerden, Indiërs en Pakistanen, en Joden en Arabieren.

Het overkoepelende doel van INTER-MIN, een onderzoeksproject van Borja Martinović, is om een breder perspectief te bieden op sociale cohesie in Europa, en een eerste systematisch onderzoek te bieden naar relaties tussen minderheden. Martinović: “Met dit onderzoek brengen we de relaties tussen minderheden van etnische groepen in West-Europa in kaart. Ook willen we het profiel van individuen die vatbaar zijn voor spanningen tussen minderheden identificeren. Daarnaast proberen we de onderliggende sociaalpsychologische mechanismen die relaties tussen minderheden verklaren, bloot te leggen. Tot slot hopen we instrumenten aan te reiken voor het verbeteren van relaties tussen minderheden.” 

Martinović en haar collega’s zullen hun onderzoek uitvoeren onder minderheden in Nederland, het Verenigd Koninkrijk en Duitsland – landen met diverse minderheidsgroepen – en vervolgfocusgroepen organiseren voor diepere inzichten in de relaties tussen minderheden. “Onze bevindingen zullen de weg vrijmaken voor een meer samenhangend en etnisch divers Europa.”

Sugar-Viro: Cracking the Host Sugar Code: Insights into H5Nx Influenza A Virus Adaptation and Pathogenesis

Ik kijk er erg naar uit om mijn labwerk voort te zetten om zo de interacties tussen influenza A-virussen en receptoren beter te begrijpen

In het project Sugar-Viro gaat Robert de Vries op zoek naar antwoorden op cruciale vragen over de biologie van H5Nx influenza A-virussen (IAV), de ziekteverwekkers die aviaire influenza of “vogelgriep” veroorzaken. Deze virussen verspreiden zich sinds kort onder een groter aantal vogel- en zoogdiersoorten en worden beschouwd als een pandemisch risico. De bevindingen van het project zullen bijdragen aan een betere monitoring van de virussen en bij de ontwikkeling van nieuwe antivirale behandelingen.

Om een nieuwe gastheer te infecteren, moeten influenzavirussen een interactie aangaan met complexe suikermoleculen, glycanen genaamd, die zich op de bekleding van de luchtwegen bevinden. Deze glycanen zijn zeer divers en complex, en het is nog niet precies duidelijk hoe de interactie tussen H5Nx influenza A-virussen en de glycanen werkt.

De Vries gaat onderzoeken hoe H5Nx influenza A-virussen de interactie aangaan met glycanen in het ademhalingssysteem van verschillende diersoorten en weefseltypes. Als eerste stap brengt hij in kaart welke glycanen aanwezig zijn in verschillende organen van de luchtwegen van diverse vogel- en zoogdiergastheren. Aan de hand van deze informatie maakt hij deze complexe glycanen vervolgens na in het laboratorium, met behulp van methoden die verder gaan dan de huidige stand van de techniek.

Influenza A-virussen zijn in staat zich aan nieuwe gastheren aan te passen door mutaties in de genen die coderen voor hemagglutinine en neuraminidase, twee eiwitten op het oppervlak van deze virussen. De Vries gaat in detail bestuderen hoe deze eiwitten zich binden aan de nieuw gesynthetiseerde complexe glycanen.