Een succesvolle energietransitie vraagt om andere benadering van burgers

Foto: Frank Hanswijk

De energietransitie vraagt om een brede betrokkenheid van burgers, maar in veel wijken lopen participatieprocessen stroef en leiden zij vaak tot onbegrip, teleurstelling en weerstand. In haar proefschrift stelt Irene Bronsvoort dat het probleem niet zozeer ligt bij burgers die niet mee willen doen, maar bij de manier waarop ontmoetingen tussen bewoners en overheden worden vormgegeven. “Ogenschijnlijk kleine details zoals waar je afspreekt of wie er spreekt tijdens een bijeenkomst, hebben een grote invloed op de betrokkenheid van burgers.” 

Het belang van vormgeving 

Voor haar proefschrift deed Bronsvoort drie jaar lang etnografisch veldwerk in de Rotterdamse wijk Bospolder-Tussendijken, een van de landelijke proeftuinen voor het aardgasvrij maken van woningen, en een wijk die al jaren bekend staat als ‘kwetsbaar’. In deze wijk onderzocht ze hoe bewoners en professionals elkaar ontmoeten rond de overstap naar duurzame warmte — en hoe die ontmoetingen bepalen wie zich gehoord voelt en wie niet.

Burgerbetrokkenheid ontstaat niet vanzelf, maar krijgt vorm in concrete ontmoetingen: in buurthuizen, aan keukentafels, op straat en in creatieve activiteiten. De manier waarop die ontmoetingen zijn ingericht, bepaalt wie mee kan doen en op welke manier.

Uit haar onderzoek blijkt dat ogenschijnlijk kleine keuzes — zoals hoe een bijeenkomst is opgezet, wie het gesprek leidt en hoe het vraagstuk wordt gepresenteerd — grote invloed hebben op welke stemmen doorklinken en welke juist naar de achtergrond verdwijnen.

Drie manieren waarop betrokkenheid vorm krijgt

Bronsvoort onderscheidt in haar proefschrift drie manieren van vormgeven aan burgerbetrokkenheid — die zij ‘dramaturgieën van burgerbetrokkenheid’ noemt:

  • De dramaturgie van controle, waarin bijeenkomsten vooral gericht zijn op het uitleggen en uitvoeren van reeds gemaakte beleidskeuzes. Kritische bewoners voelen zich hierbij vaak niet gehoord.
  • De dramaturgie van contact, waarin persoonlijke relaties en ondersteuning centraal staan. Deze benadering versterkt onderling vertrouwen, maar biedt weinig ruimte voor politieke discussie of invloed.
  • De dramaturgie van inleving, waarin creatieve en ervaringsgerichte vormen zoals theater, verhalen en gezamenlijke verbeelding zorgen voor wederzijds begrip tussen bewoners en professionals.

Elke dramaturgie produceerde een ander type ‘betrokken burger’ — van afwachtend of uitvoerend, tot zorgzaam of ervaringsdeskundig — met ieder hun eigen mogelijkheden én beperkingen. Om de in- en uitsluitingsmechanismen in burgerbetrokkenheid beter te begrijpen, dienen onderzoekers en beleidsmakers dan ook rekening te houden met de manier waarop praktijken om burgers te betrekken worden vormgegeven, stelt Bronsvoort. 

Investeren in meervoudige relaties met de burger 

Het onderzoek laat zien dat het democratisch gesprek tussen overheid en burger niet op één moment of één plek plaatsvindt, maar terugkomt in een veelvoud van vormen, relaties en praktijken die in de wijk over de tijd heen vorm krijgen. Daarmee werpt dit onderzoek nieuw licht op het veelbesproken ‘democratisch tekort’ in de energietransitie: het probleem ligt niet zozeer bij burgers die onvoldoende meedoen, maar bij het onvoldoende herkennen en verbinden van de vele plekken en manieren waar democratie al in de praktijk wordt gebracht. 

De energietransitie betekent een ingrijpende verandering in het dagelijks leven en raakt aan vragen rond wonen, leefbaarheid en gezondheid in de wijk. Het is belangrijk dat gesprekken daarover onderdeel worden van de besluitvorming in de energietransitie.

Volgens Bronsvoort vraagt een rechtvaardige energietransitie om meer aandacht voor de kwaliteit van relaties en ontmoetingen in de wijk. Het herkennen van verschillende vormen van betrokkenheid, het benutten van ervaringskennis en het investeren in langdurige relaties tussen burgers en overheden zijn hierbij cruciaal.

Samen leren: onderzoek in en mét de wijk

Het onderzoek werd uitgevoerd volgens een transdisciplinaire aanpak, waarbij Bronsvoort niet alleen observeerde, maar ook actief samenwerkte met bewoners en professionals. Zo maakte zij samen met collega’s de documentaire Nieuwe Aansluitingen, die de impact van de energietransitie in Bospolder-Tussendijken in beeld brengt, en zette deze in als gespreksstarter tussen bewoners en wijkprofessionals. Ook schreef zij– tegen de wetenschappelijke gebruiken in – een Nederlandstalig en publieksvriendelijk boek als proefschrift, om zo haar onderzoeksresultaten toegankelijk te maken voor zowel onderzoekers als beleidsmakers en bewoners. 

Promotie

Irene Bronsvoort verdedigt haar proefschrift ‘Nieuwe Aansluitingen? Vormgeven aan burgerbetrokkenheid in de energietransitie in de wijk’ op 15 december 2025 aan de Universiteit Utrecht.