Een sprankje groen tijdens je woon-werkverkeer kan wonderen doen voor je mentale gezondheid

Uit een grootschalig onderzoek van de Universiteit Utrecht blijkt dat sociale cohesie en een groene omgeving cruciaal zijn voor het mentale welzijn. Maar je hoeft niet midden in het bos of het drukke stadscentrum te wonen om van deze voordelen te profiteren. Sociaal geografen Paulien Hagedoorn en Hannah Roberts namen mobiliteit als variabele mee in hun analyses. We gaan naar ons werk, we bezoeken familie, we gaan winkelen. Ook wonen we gedurende ons leven op verschillende plekken. Al deze verplaatsingen betekenen dat we gedurende de dag veel verschillende omgevingen ervaren. Goed nieuws! Want deze studie toont aan dat zelfs als je midden in Amsterdam op vijfhoog zonder tuin woont, een sprankje groen tijdens je woon-werkverkeer of op weg naar de supermarkt al wonderen kan doen voor je mentale gezondheid.

Roberts en Hagedoorn voerden dit onderzoek uit als onderdeel van het NEEDS-project, gefinancierd door de ERC (European Research Council) onder leiding van Marco Helbich. De mobiliteit van mensen in hun dagelijks leven en gedurende hun levensloop was zelden eerder in dergelijke studies meegenomen. Met behulp van een combinatie van gegevens van smartphones, microdata van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en geavanceerde analysemethoden konden de onderzoekers de verplaatsingen van mensen nauwkeurig traceren en de ervaren fysieke en sociale omgeving van de respondenten bepalen. 'Met de app, die speciaal voor dit onderzoek is ontwikkeld, konden we mensen via GPS volgen en bijhouden hoeveel tijd de respondenten in een groene omgeving doorbrachten. Daarnaast hield de app bij hoeveel smartphones er in de buurt waren door de Bluetooth-apparaten in de directe omgeving van een persoon te scannen. Dit is een schatting van het aantal sociale interacties van de respondent. Het aantal telefoongesprekken, sms-berichten die de respondent ontving of verstuurde en de tijd die hij doorbracht met sociale media werd ook bijgehouden", legt Roberts uit.

Gevolgen lockdown

We kennen allemaal de verhalen van mensen die er tijdens de coronacrisis voor kozen de stad te verlaten en naar het platteland te verhuizen. Meer ruimte, meer groen, minder drukte. Interessant genoeg blijkt uit het onderzoek dat juist een stedelijke omgeving het risico op zelfmoord verkleint. Betere toegang tot mentale gezondheidszorg en een groter aantal sociale interacties zouden hier een rol kunnen spelen. Er zijn berichten over een verslechterde mentale gezondheid, vooral onder jongeren, gerelateerd aan de lockdown. De lockdown was immers bedoeld om het aantal sociale interacties en reisbewegingen te beperken.

De NEEDS-studie levert nieuwe inzichten op die mensen kunnen helpen die mentaal worstelen met de beperkingen van de afgelopen maanden. Denk aan een korte dagelijkse wandeling in een groene omgeving, of een kopje koffie met familie of vrienden. Maar overheden kunnen ook meer doen. Bijvoorbeeld het realiseren van meer groenvoorzieningen, meer plekken die sociale interactie stimuleren, zoals buurthuizen, of meer politie op straat. Want het gevoel van veiligheid blijkt ook een belangrijke factor te zijn voor onze mentale gezondheid.

Als we weten welke omgevingsfactoren van invloed zijn op de mentale gezondheid van mensen, kunnen we ingrijpen

Toekomstige ambities

Het NEEDS-project is in januari 2022 afgerond en had een looptijd van vijf jaar. De ambities van Marco Helbich zijn hoog: "We willen graag beter begrijpen hoe de omgeving de mentale gezondheid van mensen be√Įnvloedt, en hoe die invloed heeft op het risico op zelfmoord. Dat is een belangrijke kennisbasis, want als we weten welke omgevingsfactoren van invloed zijn op de mentale gezondheid van mensen, kunnen we ingrijpen. Op lange termijn is het onze ambitie om die factoren te identificeren die kunnen worden veranderd om de mentale gezondheid van mensen op bevolkingsniveau te verbeteren. In deze laatste maanden van het project werken we aan een beknopt beleidsadvies dat we willen overbrengen aan overheden en instellingen voor geestelijke gezondheidszorg, in de hoop dat onze resultaten in de praktijk zullen worden gebracht."