Een kijkje in de verborgen wereld van bestrijdingsmiddelen

University College Utrecht ('13) en UU ('16) alumnus Dirk de Bekker volgt een controversieel milieuvraagstuk, van de achteruitgang van de insectenpopulatie tot het wereldwijde gebruik van bestrijdingsmiddelen.

WETENSCHAP | 5 MIN LEESTIJD


Toen onderzoeksjournalist Dirk de Bekker begon te werken aan een documentaire over de afnemende insectenpopulaties in Europa, verwachtte hij een uitdagend wetenschappelijk verhaal. Wat hij niet had verwacht, was hoe snel het onderwerp hem zou meevoeren naar een veel complexere en omstreden wereld.

Zeven jaar geleden publiceerden Duitse en Nederlandse onderzoekers bevindingen die zowel wetenschappers als beleidsmakers met verbazing vervulden: de populaties van vliegende insecten in heel Europa waren in slechts drie decennia met ongeveer 75 procent afgenomen. Insecten vormen de ruggengraat van veel ecosystemen: ze bestuiven gewassen, ondersteunen voedselketens en dragen bij aan het behoud van gezonde bodems. Een afname van deze omvang roept dringende vragen op over de stabiliteit van de natuurlijke systemen die de landbouw en de biodiversiteit in stand houden.

Voor De Bekker vormde het onderzoek het uitgangspunt voor een documentaire, Wat nekt ’t insect?, die hij produceerde voor de NPO. Terwijl hij met wetenschappers sprak over mogelijke oorzaken, kwam één verklaring steeds weer naar voren: het wijdverbreide gebruik van pesticiden.

Wereldwijd wordt naar schatting vier miljard kilo pesticiden per jaar gebruikt. Deze chemicaliën zijn bedoeld om gewasetende insecten en ander ongedierte te doden, en na gebruik verspreiden ze zich vaak door de omliggende bodem, het water en de ecosystemen. Veel onderzoekers denken dat de effecten ervan veel verder reiken dan de velden waar ze worden gebruikt.

Een discussie die al snel hoog oplaaide

Toen De Bekker deze kwestie probeerde te bespreken met landbouworganisaties, regelgevende instanties en vertegenwoordigers van de pesticidenindustrie, liep het gesprek al snel spaak. “Er was sprake van totale ontkenning”, herinnert hij zich. “De reactie was dat er geen oorzakelijk verband was aangetoond. Einde discussie.”

Wat hem het meest verbaasde, was niet alleen het meningsverschil, maar de heftigheid ervan. Tijdens de productie van de documentaire ontving hij boze berichten en zelfs bedreigingen die bedoeld waren om hem te ontmoedigen het onderzoek voort te zetten. In plaats van zich terug te trekken, maakte de ervaring hem juist nieuwsgieriger.

“Alleen al het noemen van pesticiden leek sterke emoties op te roepen”, zegt hij. “Dat zette me aan het denken: wat maakt dit onderwerp precies zo gevoelig – en welke belangen spelen er achter de schermen mee?”

Een diepere blik op het systeem van bestrijdingsmiddelen

Nadat de documentaire was uitgezonden, besloot De Bekker verder te graven. Wat begon als een enkel project, groeide geleidelijk uit tot een veel breder onderzoek naar het wereldwijde pesticidensysteem: hoe deze chemicaliën worden ontwikkeld, onderzocht, gereguleerd en verdedigd.

In de loop van enkele jaren voerde hij meer dan 400 interviews, bestudeerde hij duizenden documenten en sprak hij met wetenschappers, regelgevers, boeren, beleidsmakers en vertegenwoordigers van de industrie. Het onderzoek leidde uiteindelijk tot zijn eerste onderzoeksboek, Het Pesticidenparadijs, waarin de gevolgen van pesticiden voor het milieu en de gezondheid worden onderzocht, evenals de complexe belangen rondom het gebruik ervan.

Het eerste onderzoeksboek van De Bekker, verschenen in januari 2026

Tijdens zijn onderzoek kwam één conclusie duidelijk naar voren: de moderne landbouw is sterk afhankelijk geworden van chemische bestrijdingsmiddelen. “In zekere mate dragen deze producten bij aan het stabiliseren van de voedselproductie”, legt De Bekker uit. “Maar onze afhankelijkheid is zo groot geworden – en het overmatig gebruik zo wijdverbreid – dat het systeem steeds meer op een verslaving begint te lijken.”

Die afhankelijkheid creëert ook krachtige economische belangen. Volgens De Bekker kunnen er op verschillende plaatsen belangenconflicten ontstaan, van regelgevende instanties tot academisch onderzoek dat wordt gefinancierd door partners uit de industrie. In een dergelijke omgeving kan het steeds moeilijker worden om wetenschappelijk bewijs te scheiden van economische of politieke invloed.

Onze afhankelijkheid is zo groot geworden – en het overmatig gebruik zo wijdverbreid – dat het systeem steeds meer op een verslaving begint te lijken.

Dirk de Bekker

Waarom onafhankelijke journalistiek belangrijk is

Het onderzoeken van complexe en controversiële onderwerpen vereist doorzettingsvermogen, vooral wanneer debatten gepolariseerd raken.

Lobbyorganisaties die banden hebben met de agrochemische industrie, zegt De Bekker, zijn vaak bedreven in het gebruik van onzekerheid en selectieve interpretaties van wetenschappelijke bevindingen om het publieke debat te sturen. "Als journalist is dat juist het moment waarop het belangrijk wordt om dieper te graven“, zegt hij. "Anders blijven de belangrijkste feiten verborgen.“

Door zijn jarenlange werk rond pesticiden en andere complexe onderwerpen begon De Bekker ook breder na te denken over de rol van de journalistiek zelf.

“Onafhankelijke journalistiek staat momenteel van vele kanten onder druk”, zegt hij. In heel Europa en daarbuiten worden publieke omroepen geconfronteerd met krimpende budgetten, en in sommige landen krijgen journalisten te maken met toenemende politieke druk en beperkingen op hun werk. “Politieke leiders die journalisten publiekelijk aanvallen om geloofwaardigheid te winnen bij hun achterban, of die verslaggevers ‘uitschot’ en ‘vijand van het volk’ noemen, dragen verder bij aan het wantrouwen van het publiek in de journalistiek.”

Tegelijkertijd zorgt de snel evoluerende kunstmatige intelligentie ervoor dat de manier waarop informatie geproduceerd en geconsumeerd wordt ingrijpend verandert. “Ons collectieve vermogen als samenleving om feiten van fictie te onderscheiden, wordt door deze ontwikkelingen bedreigd”, zegt De Bekker. Juist in de journalistiek ziet De Bekker een belangrijk tegengif. “De samenleving heeft sterke, onafhankelijke journalistiek nodig om transparantie en verantwoordingsplicht te waarborgen. Zonder deze waarden verdwijnen onze vrijheden sneller dan we misschien denken.”

Voor De Bekker werd het onderzoek dat begon met verdwijnende insecten uiteindelijk iets groters dan een enkel milieuverhaal. Het werd een verkenning van hoe wetenschap, politiek en economische belangen elkaar kruisen – en van de rol die de journalistiek speelt bij het blootleggen van die verbanden.

Soms, zegt hij, beginnen de belangrijkste onderzoeken met een eenvoudig besef: dat er iets in het publieke debat niet helemaal klopt.

Over Dirk de Bekker

Dirk de Bekker studeerde sociale wetenschappen aan het University College Utrecht, met als minor geschiedenis, waarna hij aan de Universiteit van Cambridge studeerde en een master in politieke geschiedenis behaalde aan de Universiteit Utrecht. Terwijl hij zijn master afrondde, trad hij in dienst bij de Nederlandse Publieke Omroep (NPO), waar hij als onderzoeker, regisseur en presentator werkte voor wetenschaps- en actualiteitenprogramma’s.

In 2015–2016 hielp hij samen met dr. Rosemary Orr bij het opzetten van het grote media-burgerwetenschapsproject Sprekend Nederland, waarin werd onderzocht hoe accenten en dialecten de sociale perceptie beïnvloeden.

Tegenwoordig werkt De Bekker als onderzoeksjournalist, regisseur en producent. Vier jaar geleden richtte hij Handstand Media op, een productiebedrijf dat zich richt op het toegankelijk maken van complexe en controversiële onderwerpen voor een breder publiek. Zijn werk omvat televisiedocumentaires, onderzoeksjournalistiek voor De Groene Amsterdammer en de podcastserie Red de Lente.