Een jaar Living Lab Digital Humanities, hoe bevalt het?

Gezamenlijk programmeren in Python, de beste plek voor hybride vergaderingen en gepuzzel met beeldschermen en microfoons. Het Living Lab Digital Humanities, een samenwerking van de Universiteitsbibliotheek en het Centre for Digital Humanities, bestaat nu een jaar. Wie gebruiken deze ‘werkplaats’ voor digitaal onderzoek en onderwijs? Wat kun je er doen en wat kan beter? We vroegen hoogleraar Hugo Quené, universitair docent Pim Huijnen en wetenschappelijke ontwikkelaars Jelte van Boheemen en Julian Gonggrijp naar de ervaringen.

Het Living Lab Digital Humanities in de Universiteitsbibliotheek Binnenstad

Het Living Lab DH is nu een jaar open, hoe bevalt het en waarvoor gebruik jij het zoal?
Hugo Quené, hoogleraar Kwantitatieve Methoden van Empirisch Onderzoek in de Geesteswetenschappen, founding director van het Centre for Digital Humanities en medeoprichter van het Living lab: “Het Living Lab DH biedt ons de gelegenheid om bij elkaar te komen en te werken aan gezamenlijke projecten. Je kunt er makkelijk samen aan een groot scherm zitten, bronnen raadplegen, digitale methoden zoals topic modeling of netwerkanalyse toepassen en de uitkomsten onmiddellijk bespreken en aanpassen. Het bevalt goed, maar naar mijn idee zou er nog wel intensiever gebruik van gemaakt kunnen worden. Zelf kom ik het meest in het LLDH om trainingen te geven of om er aan deel te nemen. Die trainingen zitten meestal vol en dan zitten we hier met zo'n zestien personen. De opstelling is ideaal om als spreker iets aan een groep te laten zien, maar ook om werk van een groepje of deelnemer te projecteren op het grote scherm en dan te bespreken.”

Jelte van Boheemen, wetenschappelijk ontwikkelaar Digital Humanities: “We gebruiken het Living Lab voor het geven van interne presentaties en het verzorgen van (programmeer)cursussen. Meestal met een à twee instructeurs/presentators met een kleine tot middelgrote groep deelnemers van vier tot vijftien personen.”

Ook Julian Gonggrijp is wetenschappelijk ontwikkelaar: “Het lab is wat mij betreft een welkome aanvulling op de bestaande voorzieningen. Vooralsnog de beste plek in de binnenstad die ik ken om hybride presentaties en vergaderingen te houden, waarbij sommige deelnemers fysiek aanwezig zijn en sommige online. Alle hardware lijkt goed te werken: goede beeldweergave, goede audio en een snelle en stabiele internetverbinding.”

Universitair docent Pim Huijnen richt zich met zijn onderzoek op het gebruik van digitale tekstanalyse om de geschiedenis van de wetenschap en ideeën te onderzoeken: “Ik heb het lab tot dusver gebruikt voor mijn onderwijsproject History in Code. Daarbij leert een kleine groep studenten (drie à vier) programmeren in python en hun vaardigheden in te zetten voor een gezamenlijk onderzoek. Het fijne van het lab zijn de faciliteiten, zoals de mogelijkheid om eigen laptops aan te sluiten op externe schermen: zowel aan het grote scherm als aan de kleinere. Ik kan mijn laptopscherm delen op het grote scherm, maar de studenten kunnen in kleine groepjes ook eenvoudig hun scherm delen. Dit bevordert de samenwerking enorm. Bovendien kunnen de studenten en ik zo eenvoudig met de verschillende groepjes meekijken.”

Vooralsnog is het Living lab de beste plek in de binnenstad die ik ken om hybride presentaties en vergaderingen te houden.

Het lab is opgezet als ontmoetingsruimte, waar onderzoekers, docenten, data- en software-experts elkaar kunnen ontmoeten, samenwerken en kennis uitwisselen. Het wordt - door kenners - bijna dagelijks gebruikt. Maar leeft het bij Geesteswetenschappen? Zijn jouw collega’s er voldoende mee bekend?
HQ: “Door de coronatijd is het LLDH nog niet bij iedereen bekend en leeft het nog niet echt in de Faculteit GW. Dat zou nog wel beter kunnen. Docenten hebben erg hard moeten werken om hun onderwijs online te geven, en later in hybride vorm. Maar langzamerhand komt er weer meer mentale (en fysieke) ruimte om nieuwe dingen te leren, nieuwe samenwerkingen op te starten en nieuwe plekken zoals het LLDH te bezoeken. Dat merk ik ook bij mijn collega docenten en onderzoekers: sommigen hebben wel van het LLDH gehoord maar velen ook niet. We hebben allemaal twee jaar thuisgewerkt, en dan is het ineens onwennig om op een andere wijze samen te werken op een nieuwe locatie.”

Heb je nog tips? Wat kan beter?
HQ: “Eerder vond ik de techniek inderdaad ook lastig te bedienen, maar gelukkig waren er altijd deskundige mensen in de buurt, en inmiddels is er ook een handleiding.”
* Ondersteuning in het lab wordt verzorgd door het Digital Humanities Support team van de bibliotheek.
PH: “Ik heb wel een software wensenlijst. Als de vaste computers bijvoorbeeld Anaconda en Jupyter Notebooks zouden hebben, zijn mijn studenten niet meer aangewezen op hun soms oude laptops. En als je écht wilt dat het een living lab wordt, zet er dan een paar VR-brillen neer en een PS5 of iets dergelijks om wetenschappelijk gecontroleerd te kunnen gamen.”

Ingewijden weten de weg naar het lab goed te vinden, maar staat er ook wat op het programma voor DH-beginnelingen?
HQ: “Zeker! Binnenkort willen we beginnen met een periodiek inloopspreekuur. Door de coronabeperkingen is dat tot nu toe nog niet goed van de grond gekomen. Maar het zou erg handig zijn om een regelmatig spreekuur te hebben waar iedereen kan binnenlopen zonder afspraak, voor adviezen en antwoorden op korte vragen over data, databeheer, statistische analyse, Python code, R code, enzovoort. Hopelijk kan dat binnenkort van start gaan.”

Het Living Lab Digital Humanities in de Universiteitsbibliotheek Binnenstad