Een beter begrip van radicalisering dankzij AI
Promotie Mijke van den Hurk bij het Nationaal Politielab AI
Radicalisering is een ingewikkeld proces, onderhevig aan vele variabelen die elkaar in meer of mindere mate beïnvloeden. AI-wetenschapper Mijke van den Hurk heeft onderzocht of kunstmatige intelligentie kan helpen bij het ontrafelen van dit complexe samenspel. Ze promoveerde cum laude, op 29 juni.
In het voorjaar van 2019 was Mijke van den Hurk op vakantie in Sri Lanka toen daar een terroristische aanval werd gepleegd. Meer dan 250 mensen kwam om het leven bij zelfmoordaanslagen op kerken en luxehotels. De aanslagen werden opgeëist door een groepering, gelieerd aan het radicaal-islamitische IS.
“Het was shockerend om er getuige van te zijn. Er was zoveel angst en onzekerheid. De daders waren rijk, hoogopgeleid en sommigen van hen waren vrouw. Ze voldeden niet aan het stereotiepe beeld dat veel mensen hebben van terroristen. Mede daardoor vroeg ik me af wat mensen ertoe brengt elkaar dit aan te doen”, vertelt Van den Hurk.
Ze ging zich verdiepen in het onderwerp: ze las boeken, luisterde podcasts en bekeek documentaires. “Het werd me duidelijk dat die vraag niet makkelijk te beantwoorden is. Er zijn vele redenen waarom mensen zich aansluiten bij extremistische bewegingen. Het is onder meer afhankelijk van iemands behoefte aan erkenning, sociale status, groepsdruk, externe omstandigheden.”
Nationale Politielab AI
Het belang om radicalisering te begrijpen is groot, gezien de grote impact die terroristische aanslagen hebben. Van den Hurk, cum laude afgestudeerd bij de Msc Artificial Intelligence en destijds net begonnen als datawetenschapper bij de politie, vroeg zich af of kunstmatige intelligentie kon helpen.
Dankzij de samenwerking tussen de Universiteit Utrecht en de Nederlandse politie, kon ze zich binnen het Nationale Politielab AI in een promotietraject langdurig richten op het onderwerp. “Het mooie van de samenwerking tussen wetenschap en praktijk is dat je een gedeelde representatie van een ingewikkeld onderwerp creëert en de collectieve kennis erover vergroot.”
Ondanks jarenlang onderzoek is er nog steeds geen eenduidige theorie die adequaat uitlegt waarom en, belangrijker nog, hóe mensen radicaliseren, aldus Van den Hurk. “Je aangetrokken voelen tot een ideologie die oproept tot geweld, is nog vele stappen verwijderd van daadwerkelijk geweld uitvoeren. De veelheid aan factoren en hun onderlinge dynamiek maakt het lastig om op de juiste manier en op het juiste moment te interveniëren.”
Je aangetrokken voelen tot een ideologie die oproept tot geweld, is nog vele stappen verwijderd van daadwerkelijk geweld uitvoeren
Van den Hurk onderzocht of Agent-Based Modelling (ABM) uitleg kon bieden. ABM is een modelleertechniek waarmee je de complexiteit van menselijk gedrag in kaart kunt brengen. Zo kun je simuleren hoe individuele entiteiten met elkaar interacteren over tijd en welke effecten dit heeft op het gedrag. “Je kunt het zien als een soort virtuele omgeving waar duizenden mensen rondlopen met verschillende karaktereigenschappen die volgens bepaalde gedragsregels op elkaar en de omgeving reageren. Door te kijken wat er gebeurt wanneer die personen elkaar beïnvloeden, kun je onderzoeken hoe radicalisering zich ontwikkelt.”
Van den Hurk ontwikkelde een model waarbij verschillende theorieën over hoe iemand radicaliseert worden gecombineerd, en waarbij iemands handelingsvrijheid toe- of afneemt door de interactie tussen verschillende sociale en psychologische mechanismen. Door simulatie werd zichtbaar hoe bijvoorbeeld sociale invloed, gevoelens van uitsluiting, identiteitsvorming of blootstelling aan extremistische ideeën elkaar versterkten of juist afremden.
Binnen het model ontstond radicalisering vanuit normale sociale processen die alleen onder unieke omstandigheden samenvallen en elkaar versterken, en zo leiden tot radicaal gedrag. Van den Hurk: “Welke kant het opgaat, wordt niet bepaald door iemands vaste persoonlijke eigenschappen, maar door welke mechanismen op een bepaald moment de grootste invloed hebben. We zagen bijvoorbeeld dat sommige kleine groepen gingen radicaliseren als tegenreactie op een grote meerderheid, maar alleen als de leden van die groep geen alternatief hadden om in hun sociale behoeften te voorzien.”
Interactief dashboard
Het model van Van den Hurk kan helpen inzicht te krijgen in de processen die een rol spelen bij radicalisering: waarom radicaliseert de ene persoon onder vergelijkbare omstandigheden wel en de andere niet? “Het model kan niet voorspellen wanneer een individu gaat radicaliseren of wanneer iemand een aanslag zal plegen. Wel kan het in de toekomst misschien mogelijk zijn om een interactief dashboard te maken waarin je verschillende knoppen kunt draaien om mogelijke scenario’s voor radicalisering te analyseren. Dit kan bijdragen aan beter beleid en passende interventies.”
De vraag waarmee Van den Hurk bleef zitten na de terroristische aanslagen tijdens haar vakantie op Sri Lanka heeft ze met haar proefschrift niet kunnen beantwoorden. “Maar het onderzoek in samenwerking met de politie heeft me wel geholpen om radicalisering beter te begrijpen, zowel als maatschappelijk fenomeen als vanuit mijn eigen ervaring ermee.”
Vaccinweigeraar Bob
In het proefschrift van Mijke van den Hurk volgen we de fictieve Bob, die zich tijdens de coronapandemie aansluit bij een anti-vaccinatiegroep en daarnaast lid is van een sportvereniging waar de meeste leden voorstander zijn van vaccinatie. Hij zit daarmee in twee sociale omgevingen met verschillende normen, waarden en verwachtingen.
De antivaccinatiegroep is sterk verbonden: leden delen pamfletten uit, voeren actie en vinden erkenning bij elkaar. Tegelijkertijd voelen zij zich bedreigd door de meerderheid, waardoor een sterk wij-zij-gevoel ontstaat. Het sportteam heeft een lossere structuur en benadert vaccinatie vooral praktisch: als voorwaarde om samen te kunnen blijven sporten.
Het model laat zien dat Bobs ontwikkeling voortkomt uit een samenspel van sociale en individuele processen, zoals zijn behoefte aan erkenning en verbondenheid, de dynamiek tussen groepen, verwachtingen over anderen en de keuzes die hij op basis daarvan maakt. Als Bob zich sterker verbonden voelt met de antivaccinatiegroep, kan hij afstand nemen van zijn sportteam. Daardoor verandert zijn sociale netwerk en kunnen alternatieve perspectieven afnemen.
Het model laat zo zien hoe sociale processen elkaar kunnen versterken, zonder te voorspellen of iemand daadwerkelijk zal radicaliseren.