16 oktober 2014

Grote vraag naar palmolie kan haar weg vinden via gedegradeerde gronden

Duurzame palmolie is mogelijk

Wetenschappers van de Universiteit Utrecht hebben een nieuwe methodologie ontwikkeld die in kaart brengt waar oliepalm duurzaam uitgebreid kan worden, door inzet van gedegradeerde gronden. Wetenschappers en een voormalig student van het Copernicus Institute of Sustainable Development hebben, in nauwe samenwerking met oa. The Nature Conservancy en WWF Indonesië, verschillende economische, ecologische en maatschappelijke criteria gebundeld tot één methodologie, die gebruikt kan worden voor duurzame ontwikkeling van de oliepalm sector.

Palmolie

De oliepalm is de meest productieve plant voor plantaardige olie, namelijk palmolie. Palmolie wordt in veel producten gebruikt, zoals margarine, sauzen en koekjes, als grondstof voor zeep en in groeiende mate voor biodiesel. De vraag naar deze olie neemt alleen maar toe, onder andere door een groeiende wereldbevolking en een toenemende levensstandaard. Toch is er niet alleen maar vreugde rond deze wonderplant: de uitbreiding van palmolieplantages in Zuidoost-Azië en andere tropische gebieden leidt tot grootschalige ontbossing en conflictsituaties met de lokale bevolking. Ook komt door het succes van de palmolie de lokale voedselproductie in gevaar. De plant zelf is niet het probleem maar de schaal waarop het verbouwd wordt. Het verduurzamen van de productie van palmolie is daarom erg belangrijk.

Gedegradeerde gronden en oliepalmplantages

Voormalig student Hans Smit, nu medewerker bij SNV in Jakarta, en onderzoekers van het Copernicus Institute of Sustainable Development hebben een methode ontwikkeld waardoor het nu mogelijk is om gebieden in kaart te brengen waar oliepalm duurzaam uitgebreid kan worden.  Hans Smit et al. hebben voor hun onderzoek definities gebruikt van de huidige duurzame initiatieven en methoden die verifieerbare criteria hanteren voor het begrip ‘duurzaamheid’. De duurzaamheidsinitiatieven die gebruikt zijn voor het onderzoek zijn de Roundtable on Sustainable Palm Oil, Roundtable on Sustainable Biofuel en de Renewable Energy Sources-Directive. Door dit alles te bundelen hebben de onderzoekers een aantal economische, ecologische en maatschappelijke criteria bepaald. Op basis van de criteria uit de initiatieven kunnen geschikte gronden gevonden worden voor de uitbreiding van oliepalmplantages. Voorwaarde is wel dat vervolgens de lokale landrechten en lokaal gebruik grondig onderzocht en gerespecteerd worden. Ook moet de kwaliteit van de bodem bepaald worden en waar nodig verbeterd. Zo worden deze vaak gedegradeerde gronden toch ingezet voor plantages en hoeven er geen kostbare bossen worden gekapt.

Kaartmateriaal

Om de methode ruimtelijk expliciet te maken hebben de wetenschappers kaartmateriaal ontwikkeld. Hiermee wordt de methode tastbaarder en concreter. Op de kaarten is gemakkelijk te zien welke gebieden in West Kalimantan, Borneo hoge of lage risico’s voor de omgeving met zich meebrengen bij het aanplanten van een oliepalmplantage. Het is de eerste keer dat er op dit nauwkeurige niveau kaarten zijn ontwikkeld die de kwetsbaarheid van de omgeving in kaart brengen. De kaarten zijn een case study, ze kunnen een aantal jaren mee en zijn eenvoudig te actualiseren. De methode en kaarten kunnen gebruikt worden door overheden, de private sector en ngo’s. “Wat dit onderzoek interessant maakt is dat deze methodologie zowel wetenschappelijk relevant als praktisch toepasbaar is” aldus Carina van der Laan, één van de coauteurs. Als er een nieuwe oliepalmplantage gepland wordt kunnen de planners gebruik maken van de methode van Smit et al. Vervolgens moet er natuurlijk ook nog wel met de stakeholders om de tafel gezeten worden.

Samenwerking

Hans Smit begon met het onderzoek in het kader van zijn Masterscriptie en heeft het afgerond tijdens zijn werk bij SNV. Al gauw waren er verschillende partners bij betrokken, waaronder The Nature Conservancy, WWF en Jan Cees Vis, Global Director Sustainable Sourcing Development bij Unilever en de toenmalige president van de ‘Roundtable on Sustainable Palm Oil’. Ook sloot het onderzoek goed aan bij een NWO project binnen het eigen onderzoeks instituut. Smit:  “Het onderzoek was erg interessant, omdat het voor het eerst in kaart brengt welke gebieden volgens deze duurzaamheidsinitiatieven geschikt is. Smit: “Ik ben erg blij dat het heeft geleid tot een resultaat dat bijdraagt aan de transparantie van de mogelijke impact van deze duurzaamheidsinitiatieven en het mogelijk maakt om geïnformeerde keuzes te maken voor uitbreiding van de sector. Bij SNV gebruiken we deze methode nu voor het informeren van stakeholders en we gaan de aangepaste methode ook gebruiken voor de koffie en cacao sectoren.”

Win win situatie

Deze methode maakt mogelijkheden voor duurzame ontwikkeling inzichtelijk, waardoor zowel ontwikkelings- als ook milieu doelstellingen kunnen worden behaald. Een win win situatie voor zowel de plantagehouder als het milieu. De methode wordt momenteel getest en toegepast in andere landen en voor andere gewassen.

Onlangs verscheen een artikel over dit onderzoek in PLOS ONE

Universiteit Utrecht en duurzaamheid

Binnen onderzoek, onderwijs, valorisatie en bedrijfsvoering neemt duurzaamheid een belangrijke plaats in. De universiteit neemt haar maatschappelijke verantwoordelijkheid om in ecologisch, economisch en sociaal opzicht een actieve bijdrage te leveren aan een duurzame samenleving. Ook ziet de Universiteit Utrecht het als onderdeel van haar maatschappelijke taak om studenten en medewerkers bewust te maken van de uitdagingen op het gebied van duurzaamheid, en middels onderzoek bij te dragen aan oplossingen voor deze uitdagingen.

 

Meer informatie

Copernicus Institute of Sustainable Development   

Carina van der Laan en Pita Verweij    

Artikel in PLOS ONE: Breaking the Link between Environmental Degradation and Oil Palm Expansion: A Method for Enabling Sustainable Oil Palm Expansion

Faculteit Geowetenschappen: een duurzame Aarde voor toekomstige generaties