Duurzame landbouw in de praktijk brengen
Ontmoet onze alumni
Alumnus Sustainable Development Teun Bastiaans maakte snel de stap van het bestuderen van duurzaamheidstransities naar het werken eraan op internationaal niveau. Bij de World Business Council for Sustainable Development werkt hij aan het breder toepassen van regeneratieve landbouw. Maar of hij nu praat met boeren in Colombia of samenwerkt met internationale bedrijven, steeds staat dezelfde vraag centraal: wat is er eigenlijk nodig om duurzaamheidsambities te vertalen naar verandering in de praktijk.
Voordat Bastiaans naar de Universiteit Utrecht kwam, volgde hij een bachelor waarin aardwetenschappen, milieuwetenschappen, ecologie en biologie werden gecombineerd. Hoewel hij de natuurwetenschappen fascinerend vond, kreeg hij steeds sterker het gevoel dat alleen begrijpen wat milieuproblemen veroorzaakt niet genoeg is om ze op te lossen. Dat bracht hem bij de track Politics, Ecology and Society (PES) van de master Sustainable Development. Voor Bastiaans bood die track een manier om zijn kennis van milieusystemen te verbinden met vragen over maatschappij, governance en economie.
“Ik wilde vanuit de natuurwetenschappen meer richting de sociale wetenschappen gaan en die twee combineren,”
De opleiding moedigde hem ook aan om aannames over duurzaamheid zelf ter discussie te stellen: duurzaamheid voor wie? Wat betekent duurzaamheid eigenlijk? En hoe creëer je alternatieven die daadwerkelijk duurzaam zijn, zowel wereldwijd als op de lange termijn? “Wat ik tijdens mijn master heb geleerd, zie ik als punten aan de horizon. Daar moeten we uiteindelijk naartoe,” zegt hij. “Maar om daar te komen, zijn grote veranderingen nodig in de manier waarop we nu met duurzaamheidsambities omgaan en ernaar handelen.” Tegenwoordig bevindt hij zich precies in dat spanningsveld bij de World Business Council for Sustainable Development, waar hij werkt aan de overgang van traditionele naar regeneratieve landbouw. Zijn focus ligt niet alleen op de vraag hoe duurzamere landbouw eruit kan zien, maar ook op wat bedrijven nodig hebben om daar op grote schaal in te kunnen investeren.
“Wat ik tijdens mijn master heb geleerd, zie ik als punten aan de horizon. Daar moeten we uiteindelijk naartoe.”
Aan de hand van grote internationale fastfoodbedrijven legt hij uit: “Hoe kunnen zij ervoor zorgen dat de boeren met wie ze samenwerken beter bestand zijn tegen extreem weer, bodemdegradatie en andere gevolgen van klimaatverandering, en dat regeneratieve landbouw meer de norm wordt?” Een deel van het antwoord ligt volgens hem in het creëren van de juiste voorwaarden voor bedrijven om in de transitie te investeren. Daarvoor is nauwere samenwerking tussen overheden en bedrijven nodig. “Idealiter begrijpen overheden wat bedrijven nodig hebben om regeneratieve landbouw op te schalen en werken ze samen met bedrijven om te investeren in boeren die deze transitie maken.” Uiteindelijk is het doel volgens hem eenvoudig: “Het verbouwen van gewassen zou de bodem of het ecosysteem niet moeten uitputten, en het zou het voor boeren ook niet moeilijker moeten maken om in hun levensonderhoud te voorzien.”
Waarom de lokale praktijk ertoe doet
Bastiaans kwam de uitdaging om duurzaamheidsideeën in de praktijk te brengen al tegen tijdens zijn masterscriptie. Hij bracht acht maanden door in Colombia voor onderzoek naar bamboe, en specifiek naar de vraag hoe boeren beloond kunnen worden voor het verbouwen of beschermen van bamboebossen in plaats van voor winstgevendere gewassen zoals avocado, koffie of bakbanaan, die aanzienlijk meer water, kunstmest of bestrijdingsmiddelen nodig hebben. Op papier leek bamboe duidelijke milieuvoordelen te bieden. Maar zijn tijd in Colombia liet hem zien dat beslissingen over landgebruik van veel meer afhangen dan alleen milieuprestaties.
“Uiteindelijk gaat het om een breder bewustzijn van wat het betekent om goed voor onszelf, de mensen om ons heen en de planeet te zorgen.”
Hij onderzocht de economische prikkels voor boeren, maar liep ook tegen praktische beperkingen aan rond budgetten, uitvoering van wetgeving, politieke bereidheid en lokale omstandigheden. “Als je met lokale boeren praat, merk je dat ze willen doen wat het beste is voor hun gezin én voor het milieu. Ze zien met eigen ogen hoe hun omgeving verandert.”
De ervaring bevestigde een van de centrale inzichten uit zijn studie: duurzaamheidstransities kunnen alleen slagen als we begrijpen binnen welke systemen en omstandigheden mensen beslissingen nemen. Het versterkte ook zijn overtuiging dat mondiale duurzaamheidstransities verbonden moeten blijven met de mensen die er direct door worden geraakt. “Op de lange termijn wil ik die verbinding met het veld behouden, met mensen blijven praten en ter plekke zijn om hun realiteit te begrijpen.”
Werken aan verandering
Van onderzoek naar de keuzes waar boeren in Colombia voor staan tot samenwerking met grote internationale bedrijven aan regeneratieve landbouw: Bastiaans’ loopbaan weerspiegelt het interdisciplinaire perspectief dat hij tijdens de master Sustainable Development ontwikkelde. Milieuvraagstukken staan daarbij nooit op zichzelf, maar hangen samen met de politieke, economische en sociale omstandigheden die bepalen of oplossingen in de praktijk kunnen werken.
Voor Bastiaans is het uiteindelijke doel een toekomst waarin duurzaamheid niet langer als alternatief wordt gezien, maar de norm is. Om daar te komen, moeten moeilijke keuzes worden gemaakt. “Er zijn lastige afwegingen tussen wat ecologisch, politiek en economisch belangrijk is, en al die aspecten zijn heel sterk met elkaar verweven,” zegt hij. Maar die complexiteit maakt het doel niet minder belangrijk. “Uiteindelijk gaat het om een breder bewustzijn van wat het betekent om goed voor onszelf, de mensen om ons heen en de planeet te zorgen.”