26 maart 2012

Drie projecten over begrijpelijke taal krijgen subsidie van NWO

De Utrechtse leerstoelgroep Taalbeheersing en Communicatie (Nederlands / UiL OTS) heeft drie projecten gehonoreerd gekregen binnen het NWO-themaprogramma ‘Begrijpelijke Taal – fundamenten en toepassingen van effectieve communicatie’. De drie projecten gaan over digitale stemadvieshulpen, communicatie over hypotheken en pensioenen, en de ontwikkeling van een index die aangeeft voor welke lezer een bepaalde tekst geschikt is.

Het NWO-themaprogramma Begrijpelijke Taal stimuleert fundamenteel en toegepast onderzoek naar begrijpelijkheid in taal en communicatie. Een belangrijk aspect van het programma is de publiek-private samenwerking: maatschappelijke organisaties leveren een substantiële bijdrage aan het onderzoek. Begrijpelijke Taal wordt gesteund door de NWO-gebieden Geesteswetenschappen en Maatschappij- en Gedragswetenschappen, en door Gezondheid- en Medische Wetenschappen (ZonMW).

In een open competitieronde zijn nu zeven projecten gehonoreerd, waarvan er dus drie naar de Utrechtse Geesteswetenschappen gaan. Elk van de projecten krijgt ruim 500.000 euro, die worden gecofinancierd door NWO en maatschappelijke partners.

Stemadvies via internet

Onderzoekers: dr. Bregje Holleman (UU), prof. dr. Claes de Vreese (UvA, ASCOR)
Partners: o.a. KiesKompas B.V., de Gemeente Utrecht, en de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid

Wat te stemmen tijdens de verkiezingen? Er zijn in Nederland steeds meer zwevende kiezers en via internet kunnen zij stemadviesinstrumenten vinden die hen helpen bij hun stemkeuze. Het doel van deze ‘Voting Advice Applications’ is de ‘politieke geletterdheid’ van burgers te vergroten, en daarmee hun motivatie om zich verder in politiek te verdiepen én om te gaan stemmen.

Dit project onderzoekt hoe het gebruik van voting advice applications bijdraagt aan politiek begrip, en hoe dit begrip vervolgens verbonden is aan motivatie, attitudes en stemgedrag. Onderzocht wordt ook of subtiliteiten in de inhoud en formulering van de stellingen, of in het advies, hierop verdere invloed hebben. Het onderzoek verenigt inzichten uit de taalgerichte communicatie (dr. Bregje Holleman - UU) en uit de politieke communicatiewetenschap (prof. dr. Claes de Vreese - UvA, ASCOR).

De resultaten van dit vierjarige project zullen niet alleen leiden tot een beter begrip van het politieke keuzeproces bij burgers, maar ook bijdragen aan de verdere ontwikkeling van goede en objectieve stemadvieshulpen.

Complexe communicatie over financiën

Onderzoekers: prof. dr. Leo Lentz, dr. Henk Pander Maat en dr. Tom Koole (UU)
Partners: ABN-AMRO, Zwitserleven

Mensen vinden hypotheken en pensioenen ingewikkeld. Vaak is het taalgebruik moeilijk, maar ook de hoeveelheid brieven, brochures, offertes, adviesgesprekken en websites zorgt voor problemen. In dit project vindt onderzoek plaats naar die complexe multimodale informatie-omgeving. Zowel bij pensioenen als hypotheken gaat het om verplichtingen die mensen aangaan met consequenties op de lange termijn. En die verplichtingen zijn ingebed in een complexe juridische context.

Toch verlangt de overheid dat er over deze producten begrijpelijk wordt gecommuniceerd met klanten. Daartoe zijn dan ook richtlijnen uitgevaardigd waar banken, verzekeraars en pensioenfondsen zich aan moeten houden. Hoe zien die regels er precies uit? En helpen ze om de informatie meer toegankelijk en begrijpelijk te maken? In de eerste fase van het project wordt een diagnose gemaakt van problemen met financiële communicatie. In de tweede fase worden interventies ontwikkeld, samen met ABN-AMRO en Zwitserleven, die beide in het project participeren. Vervolgens wordt getest of die interventies de verwachte effecten opleveren.

Een leesbaarheidsindex voor het Nederlands

Onderzoekers: prof. dr. Ted Sanders, dr. Henk Pander Maat, prof. dr. Antal van den Bosch (Radboud Universiteit Nijmegen)
Partners: CITO, Nederlandse Taalunie

Hoe kun je nagaan welke tekst geschikt is voor welke lezer? Die vraag leidde in de jaren ‘20 van de vorige eeuw al tot de ontwikkeling van de zogenoemde leesbaarheidsformules, meetinstrumenten die precies zouden voorspellen hoe leesbaar een bepaalde tekst is voor een bepaalde doelgroep. Later bleek er nogal wat aan te merken op de leesbaarheidsformules. De formules werkten vaak met oppervlakkige tekstkenmerken als zins- en woordlengte en dat is een te eenzijdige opvatting van begrijpelijkheid als Jip-en-Janneke-taal.

Maar de vraag naar een meetinstrument dat in een paar tellen iets zegt over de moeilijkheid van een tekst voor een bepaalde lezer is nooit verminderd. Dit project gaat de uitdaging aan: er wordt een leesbaarheidsvoorspeller voor het Nederlands ontwikkeld. Die moet uiteindelijk deze vraag kunnen beantwoorden: “Voor welke lezer is deze tekst geschikt?” Behalve op computationele inzichten wordt deze Leesbaarheidsindex voor het Nederlands (LIN) gebaseerd op leesprocesonderzoek met oogbewegingsregistratie en tekstbegriponderzoek met schoolboek- en krantenteksten.