24 mei 2017

Hoe je mobieltje de wetenschap kan helpen

Don't worry, BeHapp

Een paar jaar geleden zat neurobioloog Martien Kas met kinder- en jeugdpsychiater Jacob Vorstman te bomen over sociaal gedrag. Hoe kun je dat nu op een objectieve manier meten? Ze kwamen op het idee om de mobiele telefoon in te zetten. Met als ultiem doel: beter begrijpen hoe afwijkend gedrag ontstaat.

'Wetenschappers gebruiken vaak vragenlijsten over gedrag die de patiënt zelf invult’, vertelt Kas. ‘Een hele subjectieve maat. Ik heb zelf veel ervaring met dierexperimenteel werk. Daar brengen we diergedrag nauwkeurig in kaart met trackingsystemen. Toen dachten Jacob en ik: kunnen we sociaal gedrag van mensen niet ook op zo’n objectieve manier gaan meten?’

appen en bellen

Ze bedachten dat de mobiele telefoon een mooi medium zou kunnen zijn. ‘Die heeft iedereen altijd bij zich.’ Het was het startschot voor BeHapp, een app die puur kwantitatieve data verzamelt. Als eigenaar van het mobieltje hoef je niets te doen, benadrukt Kas. ‘Je installeert de app één keer, en daarna willen we dat je hem vergeet.’ De onderzoekers melden vooraf welke gegevens ze registreren. Als deelnemer geef je toestemming om deze op te slaan.

Nu meten, later weten

BeHapp meet ongemerkt uitgaande en inkomende communicatie: niet de inhoud van je berichten, maar wel hoelang of hoe vaak je bijvoorbeeld WhatsApp gebruikt. En hij houdt bij waar je bent. ‘GPS-tracking is op zich vrij simpel, maar wij geven er een sociale context aan. We kunnen zien of je in een dichtbevolkt gebied zit, en bluetoothsignalen en informatie over WiFi-accesspoints geven een indicatie van de sociale gebieden waar je rondloopt.’

MRI-onderzoek bij YOUth

BeHapp is klaar om te gebruiken binnen onderzoek van Dynamics of Youth, zoals het YOUth-onderzoek dat duizenden kinderen volgt in hun ontwikkeling. ‘YOUth is gestart met kinderen van 8, 9 en 10 jaar. Het plan is om de app in de studie op te nemen als deze kinderen terugkomen op 12-, 13- of 14-jarige leeftijd.’

BeHapp wordt al ingezet bij andere cohorten, zoals de SCIP-studie en de BRIDGE-studie: ‘De BRIDGE-studie gaat over kinderen van schizofrene en bipolaire ouders. Jonge adolescenten met een hoog risico om ziek te worden. De vraag is: kunnen we in een vroeger stadium al verschillen zien met een controlegroep, zoals het YOUth-cohort?’ De hoop is dat die kennis helpt om problemen te voorspellen. ‘Mogelijk kunnen we straks in het jonge leven al zeggen: die persoon maakt kans om een gedragsstoornis te ontwikkelen.’

"Laten we 'even' een device maken voor objectieve maten."

Bedrieglijk simpel

BeHapp is nu een goed product, maar daar is wel het een en ander aan voorafgegaan. ‘Jacob en ik waren in het begin heel naïef: laten we even een device maken voor objectieve maten. Dan vergeet je compleet dat er heel veel privacygevoelige gegevens binnenkomen, die veilig opgeslagen moeten worden. En smartphonetechnologie innoveert zeer snel, dus hoe ga je ervoor zorgen dat jouw app blijft meedoen?’

Martien Kas werkt inmiddels in Groningen, maar de samenwerking met Jacob Vorstman in Utrecht bestaat nog steeds. Verder bestaat het team uit Raj Jagesar, die samen met een IT-bedrijf de app doorontwikkelt. En wiskundige Niels Jongs ontwikkelt algoritmes waarmee de onderzoekers bruikbare informatie uit de ruwe data kunnen halen.

Data

De technische en wetenschappelijke expertise binnen het team is hard nodig. Met het privacyvraagstuk zijn ze wel even zoet geweest, en niet voor niets: het is één van de eerste dingen waar (potentiële) deelnemers naar vragen. ‘Het lijkt simpel, maar ondertussen…  Hoe verzamel je informatie zonder dat je bekend maakt over wie het gaat?’

Zo willen de onderzoekers weten naar hoeveel verschillende telefoonnummers iemand belt. ‘We zorgen dat elk nummer een eigen, unieke encryptie krijgt. Dus we zien niet welk telefoonnummer het is, maar wel of je dezelfde persoon belt of niet. Ook GPS-data is identificeerbaar. Dus Niels heeft algoritmes ontwikkeld waarbij hij je bewegingspatroon uit de data kan halen zonder dat er een geolocatie aan vastzit.’  

De grondslag van gedrag

Na het ophalen van de ruwe gegevens komt het spannende deel: hoe koppel je die aan afwijkend gedrag? Kas heeft een concreet doel voor ogen. ‘Ik ben bioloog, dus ik wil begrijpen wat de grondslag is van gedrag. Ik probeer via dierexperimenteel onderzoek te begrijpen hoe de biologie achter sociale interactie bij dieren werkt.’ Kinder- en jeugdpsychiater Jacob Vorstman wil de opgedane kennis toepassen op zijn vakgebied: wat kunnen de objectieve gedragsmetingen van BeHapp vertellen over hoe psychiatrische stoornissen zich ontwikkelen?

Wat kan BeHapp ons vertellen over hoe afwijkend gedrag ontstaat?

Het team ontwikkelt nu algoritmes die toepasbaar zijn op GPS-trackingdata van mensen én op videotrackingdata van dieren. ‘Zo proberen we een brug te slaan tussen die twee, en meer te leren over de biologie van humaan gedrag,’ legt Kas uit. Mogelijk kunnen we het zo beter begrijpen als er iets misgaat. Welke rol spelen genen, hersenverbindingen of omgeving daarbij? Als we weten hoe afwijkend gedrag ontstaat kunnen we beter ingrijpen. Maar goed, dat is de horizon, en ik besef dat we daar nog lang niet zijn.’

Dynamics of Youth

BeHapp is klaar om te gebruiken binnen Dynamics of Youth, een van de vier strategische thema’s van de Universiteit Utrecht. Dynamics of Youth verbindt excellent kinder- en jeugdonderzoek uit alle zeven faculteiten, en zoekt het antwoord op een cruciale vraag voor volgende generaties: hoe kunnen we onze kinderen helpen bij hun ontwikkeling tot gebalanceerde individuen, die zich succesvol kunnen handhaven in een snel veranderende omgeving?