18 juli 2018

De Groene Amsterdammer

Dieren & wij

Het was begin deze maand een berichtje dat veel reacties uitlokte. In een Zuid-Afrikaans reservaat werden de resten gevonden van twee of drie mensen die waren gedood door een groep leeuwen. Vermoedelijk ging het om stropers, op jacht naar neushoorns. De politie vond onder meer een jachtgeweer met geluiddemper, een bijl en draadknippers tussen de stoffelijke resten, die lagen verspreid over een groot gebied. ‘Als het leeuwen-eten-neushoornstropers-verhaal je niet opvrolijkte, weet ik niet wat dat wel doet’, twitterde de Amerikaanse schrijfster Barbara Ehrenreich – een tweet die duizenden keren werd geliked.

(...)

Onze verhouding tot dieren is hoe dan ook dubbelzinnig. Als huisdier zijn ze ons nabijer dan ooit. Als onze geliefde Fikkie of poes Minoes ziek is gunnen we hem of haar een medische behandeling door de hondenneuroloog of kattenoncoloog; na hun dood rouwen we om ze als lid van het gezin. We voelen ons, gevoed door Walt Disney en een hele bibliotheek van antropomorfe dierenverhalen, verbonden met Dombo het vliegende olifantje en beertje Paddington, en dat breidt zich uit tot Knut het ijsbeertje en Cecil, de beroemdste leeuw van Zimbabwe die werd gedood door een Amerikaanse tandarts. Maar tegenover onze compassie met individuele dieren staat onze onverschilligheid voor het verdwijnen van veel soorten en ons wegkijken van de instrumentele omgang met dieren in de bio-industrie.

(...)

Reden voor ons om ons zomernummer aan ‘dieren en wij’ te wijden. We lopen mee met de specialisten van de Universiteitskliniek voor Gezelschapsdieren in Utrecht, duiken in de dilemma’s van de moderne dierentuin, de Arken van Noach van onze tijd, en volgen het spoor van Milou, de hond ‘die alleen maar hond wilde zijn’ en als ding in beslag werd genomen door het OM. We portretteren de dierenliefhebbers in de politiek, zien hoe schrijfster Pauline de Bok uit jagen gaat, duiden de Indiase liefde voor de Heilige Koe en vragen ons af of vissen ook pijn voelen.

Het volledige artikel is verschenen in de Groene Amsterdammer, 18 juli 2018