De wetgever moet nú in actie komen om donorconceptie beter te reguleren
Lisette ten Haaf doet onderzoek naar de rechten van donorkinderen, en van ongeboren en toekomstig leven
De wettelijke regulering van donorconceptie en de rechtspositie van donorkinderen – zoals het recht op toegang tot hun afstammingsgegevens en op het leren kennen van, en eventueel contact met, de biologische vader – laat volgens belangenorganisaties voor donorkinderen nog veel te wensen over. Het gebrek aan toezicht en regels droeg bij aan de misstanden rond ‘fertiliteitsfraude’ en ‘massadonoren’ die recent (mede dankzij de mogelijkheid van laagdrempelige dna-tests) aan het licht kwamen. Het is volgens Lisette ten Haaf – juridisch onderzoeker aan de Universiteit Utrecht en gepromoveerd op onderzoek naar de rechten van toekomstige kinderen – de hoogste tijd om de rechten van donorkinderen nu goed vast te leggen. Hierbij pleit zij tevens voor een inhoudelijk debat over wat we bij donorconceptie, en voortplanting in bredere zin, aan ons nageslacht verschuldigd zijn – enigszins vergelijkbaar met de waarde die we in het klimaatrecht inmiddels toekennen aan het belang van ‘toekomstige generaties’.
In een recent opinieartikel in het Nederlands Juristenblad (Wetgever moet in actie komen bij donorconceptie) betoogt Lisette ten Haaf dat rechten van donorkinderen, rechten rond donorconceptie in het algemeen, en nog een slag breder: rond allerlei vraagstukken van bio-ethische aard, dringend op de politieke agenda moeten komen. “Nederland staat bekend als een progressief land op het gebied van bio-ethische vraagstukken, maar dat betekent niet dat de rechten van betrokkenen wettelijk duidelijk zijn vastgelegd”, schrijft zij.
Op 2 juni 2026 nam de Tweede Kamer een motie aan die oproept tot een onafhankelijk onderzoek naar de misstanden bij donorconceptie in Nederland.
Leeswijzer
In dit artikel staat een overzicht van verschillende misstanden rond donorconceptie, waaronder ‘fertiliteitsfraude’ en ‘massadonoren’ die afgelopen jaren in het nieuws kwamen. Ook volgt iets meer uitleg: Wat is donorconceptie, Over draagmoederschap en een Tijdlijn Donorconceptie. Helemaal onderaan staan verwijzingen naar een podcast en video waarin Lisette ten Haaf de rechtspositie van donorkinderen, ongeboren kinderen (dat zijn kinderen in de baarmoeder) én toekomstige kinderen (kinderen die nog niet zijn verwekt) inzichtelijk maakt – donorconceptie raakt immers aan alle drie deze categorieën. Ook is daar meer te lezen over Lisette ten Haaf, die verbonden is aan het departement Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Utrecht, en over andere onderzoekers en verdere bronnen over donorconceptie.
‘Het zaad van Karbaat’
In 2016 bleek, dankzij het beschikbaar komen van laagdrempelige DNA-tests en -matching via DNA-banken, dat de arts Jan Karbaat bij een groot aantal KID-behandelingen (kunstmatige inseminatie met donorzaad) zijn eigen zaad gebruikte in plaats van 'anoniem' donorzaad. Karbaat was gespecialiseerd in KID, en hij runde een eigen spermakliniek op het moment dat IVF (in vitro fertilisatie) nog niet bestond. Zijn nakomelingen zijn het onderwerp van de documentaireserie Het Zaad van Karbaat. Ook is er een aflevering van het tv-programma Andere Tijden over de beginjaren van de spermadonatie en KID in Nederland waarin Karbaat een belangrijke rol speelde (zie Tijdlijn donorconceptie).
Recenter kwam hier de gynaecoloog Jan Wildschut bij, die in dienst van een fertiliteitscentrum in Zwolle (tegenwoordig onderdeel van het Isala-ziekenhuis) in de jaren tachtig en negentig eveneens zijn eigen sperma gebruikte voor inseminaties zonder toestemming of medeweten van de wensouders, en minstens zeventien donorkinderen verwekte. Het Isala is onlangs aansprakelijk gesteld voor deze fertiliteitsfraude. Deze uitspraak van het gerechtshof kan gevolgen hebben voor andere zaken van fertiliteitsfraude, die pas nu aan het licht komen maar plaatsvonden toen de fertiliteitszorg minder gereguleerd was. Voor het eerst is nu de verjaringstermijn in dit soort zaken doorbroken, al zijn vele artsen van destijds inmiddels overleden en kunnen niet meer verantwoordelijk gehouden worden. Overigens legt Isala zich niet neer bij de uitspraak (zie verderop, Hier mag de wetgever zich wel uitspreken).
Onderzoek laat zien dat fertiliteitsfraude geen incident van één arts was, maar een systeemprobleem uit een tijd met weinig toezicht en vrijwel onbeperkte professionele autonomie. Er zullen ongetwijfeld nog anderen gevallen van fertiliteitsfraude uit het (soms niet eens zo heel verre) verleden opduiken.
Wat is donorconceptie?
De term 'donorconceptie' omvat alle vormen van voortplanting waarbij genetisch materiaal (zaadcellen, eicellen of embryo's) van iemand anders dan de sociale ouder(s) wordt gebruikt. Er zijn drie methoden: spermadonatie, eiceldonatie en embryonatie. Je leest er meer over in de uitklapparagraaf hieronder. Ook is er (soms) een rol weggelegd voor draagmoeders; dat onderwerp komt daaronder aan bod. Verder is een aantal belangrijke momenten in de ontwikkeling van donorconceptie sinds 1950 op een rijtje gezet, in de Tijdlijn donorconceptie.
Meer over massadonoren
De fertiliteitsfraude binnen vruchtbaarheidsklinieken gebeurde dus vaak in de vorm van het bewust creëren van massadonoren. De intentie was doorgaans niet om te frauderen, maar juist om zoveel mogelijk wensouders te kunnen helpen en aan de vraag te voldoen. Soms was er een tekort aan donorzaad, simpelweg omdat een donor niet kwam opdagen. Dit blijkt ook uit in een ander recent geval, de kliniek Medisch Centrum Kinderwens (MCK) in Leiderdorp. Onderzoek van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) bevestigt dat MCK bewust massadonoren creëerde. Wensmoeders en donoren werden niet, of niet volledig, geïnformeerd over het afwijken van de professionele norm. Niet alleen zijn 36 donoren ongewild massadonor geworden, ook ruim 900 moeders en 1200 kinderen zijn de dupe, aldus een artikel op de NOS-website.
Alle ‘goede bedoelingen’ van vruchtbaarheidsklinieken ten spijt, heeft hun handelen grote impact op de samenleving. Donorkinderen die afstammen van één en dezelfde massadonor weten dit niet van elkaar, met als gevolg het risico dat onbewust grote verwantschapsnetwerken in de bevolking kunnen ontstaan (verbonden door bloedverwantschap ofwel ‘consanguiniteit’) en daarmee een potentieel verhoogd risico op erfelijk ziekten. Daarnaast speelt natuurlijk ook de impact hiervan op de menselijke psyche, hoe donorkinderen met deze wetenschap om moeten gaan. Want wat als je ineens ontdekt dat er honderden halfbroers en -zussen van jou rondlopen? Je zult om moeten leren gaan met het niet-weten wie dat zijn.
Dat de gevolgen van fertiliteitsfraude verstrekkend kunnen zijn, blijkt goed uit een artikel over de impact ervan op het leven van een vrouw en haar gezin. In plaats van 'opgewerkt' zaad van haar man, werd zij geïnsemineerd met dat van Wildschut, en kreeg in 1988 een drieling en daarmee begon een “heel lastig gezinsleven”. Pas toen in 2021 in de fertiliteitsfraude door Wildschut in het nieuws kwam, en na een DNA-test, viel alles langzamerhand op zijn plek. Maar na de pijnlijke ontdekking volgde ook nog een moeizame zoektocht naar erkenning van het onrecht. (Zie NRC van 12 juni 2026 en aflevering 5 van de podcast Koekoekskind).
Een Nederlander in de 'hoofdrol'
Massadonoren kunnen lang onder de radar blijven opereren, omdat spermadonoren doneren bij meerdere klinieken, internationale spermabanken onvoldoende gegevens uitwisselen, klinieken soms limieten overschrijden, en er geen volledig landelijk registratiesysteem is. Om deze redenen is de oude richtlijn van 25 kinderen per donor in 2025 via de Wet donorgegevens kunstmatige bevruchting (Wdkb) aangescherpt tot 12 kinderen (zie de Tijdlijn Donorceptie).
De zaak van de Nederlandse massadonor Jonathan Meijer kreeg wereldwijde aandacht. Hij blijkt honderden kinderen te hebben verwekt via klinieken en ook via donatie langs particuliere weg, door zichzelf aan te bieden via internet. Intussen is hij naar schatting donorvader van 550 tot 600 kinderen. Tegen vrouwen die gebruik maakten van zijn diensten zei hij dat 25 kinderen, de Nederlandse richtlijn, zijn maximum is. Inmiddels heeft de rechter verdere donaties verboden, maar hij blijft wel omstreden vanwege zijn YouTube-kanaal waarop hij ‘adviezen over ouderschap’ geeft. Hij speelt de hoofdrol in de driedelige Netflix-docuserie The Man With 1000 Kids uit 2024, die zorgde voor wereldwijde ophef.
‘Danish design’ anno 2026
Het verschijnsel ‘massadonatie’ krijgt een extra grimmig kantje als blijkt dat op deze manier een genetische afwijking ongecontroleerd kan worden doorgegeven, terwijl bij de huidige stand van medische diagnostiek de verspreiding ervan normaal gesproken snel in de kiem kan worden gesmoord.
In België zijn, tussen 2007 en 2018, 52 kinderen verwekt met zaad van een Deense massadonor met een kankerverwekkend gen. Het sperma van de donor bereikte 67 vruchtbaarheidsklinieken in 14 landen en er kwamen minstens 197 kinderen van. Er bestaat wereldwijd geen wettelijke regeling die bepaalt hoe vaak het sperma van een donor mag worden gebruikt. Wel stellen afzonderlijke landen hun eigen limieten vast.
Een Europese limiet?
Het zaad van één donor mag in België maar bij maximaal zes vrouwen worden gebruikt (strenger dan Nederland dus), maar het werd in twaalf verschillende Belgische vruchtbaarheidsklinieken gebruik, zonder dat die het van elkaar wisten – omdat spermadonaties in België nog anoniem kunnen plaatsvinden en er geen register was. Het maakt duidelijk dat er een eigenlijk een soort ‘Europese limiet’ zou moeten zijn. Maar hoe zoiets te organiseren valt? Overigens zijn er in Nederland waarschijnlijk geen kinderen verwekt met het desbetreffende donorzaad – al kunnen Nederlanders natuurlijk ook in Denemarken of elders een IVF-behandeling ondergaan, buiten de Nederlandse regels en toezicht om.
De ‘voortplantingsmarkt’: vraag creëert aanbod
Het Deense ‘Viking sperma’ staat aan de basis van een miljardenindustrie. Tegen de BBC zei de oprichter van spermabank Cryos International (waar een enkele dosis sperma tussen de 100 een 1000 euro kost) dat de Deense bevolking nu eenmaal altruïstisch is ingesteld en graag bloed en sperma doneert (zie het BBC-artikel: Why are sperm donors having hundreds of children?). Ook in Nederland wordt veel Deens donorzaad gebruikt. Bij Deense spermabanken zijn er geen wachtlijsten en kunnen wensouders zelf een donor kiezen. Maar aan de succesformule van Cryos, de grootste commerciële spermabank ter wereld, hangen wel “een hoop ethische prijskaartjes” (NRC, 26 juni 2026). Zo stelt de spermabank geen grens aan het aantal kinderen dat met het zaad van één donor kan worden verwekt.
Een vurige kinderwens leidt er dus toe dat mensen alle mogelijkheden gaan onderzoeken, ook buiten Nederland, maar het wordt dan wel ingewikkelder (voor ouders én kinderen) dan met een Nederlandse donor. Daarom stelt de website Donorconceptie.nl: het kost misschien meer tijd en inspanning als je kiest voor een donor in Nederland, zoals een eigen donor of een donor van een spermabank, maar met een keuze voor een bekende donor, of een Nederlandse donor via een Nederlandse spermabank, waarborg je in elk geval de rechten van je kind op afstammingsinformatie. Daarnaast is het voor een eventueel contact tussen donorkind en spermadonor natuurlijk ook veel eenvoudiger als dit geen wereldwijde zoektocht vergt.
Een andere Deense commerciële aanbieder van donorzaad, de European Sperm Bank, heeft in 2022 een Nederlandse vestiging in Amsterdam geopend. Deze dependance heeft een tweeledig doel: Nederlandse vrouwen die ‘lokaal zaad’ prefereren boven Deens sperma beter bedienen, én nieuwe spermadonoren werven uit de cultureel en genetisch zeer diverse Amsterdamse populatie om in de wereldwijde vraag te kunnen voorzien. “Amsterdam is een heel levendige stad, met veel diversiteit. Deze donoren kunnen óók vrouwen in andere landen helpen”, zegt de persvoorlichter van het bedrijf (NRC, 5 juli 2026). Denemarken beschikt zelf maar over een beperkte donorpool. Het bedrijf zegt zich te houden aan de nationale regels: in Nederland verstrekt het donorzaad van één donor aan maximaal twaalf gezinnen. Het laat de donor weliswaar een contract ondertekenen waarin staat dat ze niet aan andere spermabanken mogen doneren, maar het bedrijf zou graag een Europees donorregister zien om dit te formaliseren.
Het recht erkent een verantwoordelijkheid naar het toekomstige kind, inclusief het recht om kennis te hebben van zijn ontstaansgeschiedenis, wie zijn donorouder is. Daarom zie je in steeds meer Europese landen een verbod op anonieme donatie.
In het toch al ingewikkelde landschap van donorconceptie zorgen de hierboven beschreven misstanden ervoor dat het zicht op andere wezenlijke aspecten en problemen een beetje ondersneeuwt, aangezien de nieuwsmedia zich natuurlijk massaal storten op de laatste onthullingen. Maar dat geldt zeker niet voor Lisette ten Haaf, die als juridisch onderzoeker bovenop deze ingewikkelde materie zit en volop nadenkt over, en onderzoek uitvoert naar, de rechten van donorkinderen en die van ongeboren en toekomstige kinderen in het algemeen.
Rechtstheoretisch onderzoek met impact
Ten Haaf weet deze taaie maar belangrijke materie bovendien goed inzichtelijk en begrijpelijk te maken voor de leek op dit gebied, getuige bijvoorbeeld haar optredens op het Betweter Festival 2026 en in een aflevering van de podcast De Kwak Kwaakt (de links staan onderaan de pagina vermeld). Hierbij trekt zij op met belangenorganisaties zoals Stichting Donorkind, een stichting die aan de wieg heeft gestaan van de agendering van donorconceptie, en houdt zij het werk van betrokken organisaties en instanties zoals Fiom en het College donorgegevens kunstmatige bevruchting (Cdkb) scherp in de gaten.
Op 22 januari organiseerde zij samen met collega Laureen Hu een symposium over ontwikkelingen en misstanden rondom donorconceptie, waar onderwerpen zoals de toekomstbestendigheid van de Wet donorgegevens kunstmatige bevruchting (Wdkb) en de implicaties van de hierboven beschreven misstanden aan de orde kwamen, in aanwezigheid van professionals uit de advocatuur, rechtspraak, overheid, wetenschap, counseling en belangenbehartiging, én in aanwezigheid van persoonlijk betrokken donorkinderen en hun ouders. “Als wetenschapper, zeker als theoreticus zoals ik, zit je ook in een bubbel. Het is dan heel fijn als je merkt dat je ideeën resoneren bij de mensen om wie het gaat. Het is belangrijk dat je onderzoek impact heeft”, aldus Lisette terugkijkend op deze bijeenkomst in de podcast.
Recht op toegang tot donorgegevens: “Op papier klink dat mooi.”
Wat Ten Haaf met die ‘papieren werkelijkheid’ bedoelt is dat donorkinderen met alleen de donorgegevens in hun hand nog geen contact hebben met de donor; ze zullen dat zelf moeten organiseren. Bovendien is dat contact pas mogelijk vanaf hun zestiende jaar, rijkelijk laat zou je zeggen. In de podcast noemt zij een passend citaat: Not knowing who your parents are is like a book with the first two chapters missing. “Er is een boel misgegaan de laatste jaren, niet alleen met het niet kunnen verkrijgen van die gegevens, maar ook de massadonoren, en artsen die hun eigen materiaal hebben gebruikt. Dat het contract met de moeder hiermee is gebroken snappen we allemaal, maar heeft het kind eigenlijk ook niet een reden om te klagen?”
“Heel veel wetenschappers zullen zeggen: ‘Maar anders was het kind nooit geboren.’ En als je naar de rechter stapt, die zal aan de burger vragen: ‘Wil je dan schadevergoeding eisen?’. En dan moet je zien te bewijzen dat je schade hebt geleden.” Het ingewikkelde daarbij is dat bij een schadegeval altijd vergeleken wordt met de situatie zonder schade. Alleen, die alternatieve situatie is – anders dan bijvoorbeeld bij een aanrijding – dat je nooit geboren was. Terwijl de meeste donorkinderen ondanks misstanden en eventuele identiteitsproblematiek toch blij zijn dat ze er zijn. Dit is één van de paradoxen die het vakgebied van Ten Haaf razend moeilijk én tegelijk boeiend maken. Zelfs het recht op afstammingsgevens, toch redelijk concreet zou je denken, is niet zo duidelijk als het lijkt.
Hoe ingewikkeld kun je het maken
“Ten eerste, het recht om te weten wie je (biologische) ouders zijn staat niet letterlijk in het VN-Kinderrechtenverdrag [Tijdlijn Donorconceptie], al is dat wel een terechte interpretatie, dus dat het niet uitsluitend om de juridische ouders gaat. Je zou zeggen: Laat die interpretatie dan in de nationale wet, de Wet donorgegevens kunstmatige bevruchting (Wdkb), duidelijk naar voren komen. Maar in de Wdkb wordt niet gesproken over een recht op donorgegevens, maar een belang bij donorgegevens; dus het wordt daarmee alweer gedownplayd.”
“Terwijl er al een rechterlijke beslissing lág, namelijk een uitspraak waarin dat recht op afstammingsgegevens toegekend werd. Maar die uitspraak is dus niet overgenomen in de Wdkb, wat ik eigenlijk heel vreemd vind.” In de Duitse wetgeving uit 2017 is dat beter geregeld, weet Ten Haaf, met een expliciet recht van het kind op afstammingsgegevens. “Maar dat past niet in de Nederlandse traditie, wij zij heel erg van het poldermodel en van procedures.”
Hier mag de wetgever zich wel uitspreken
“En als we het hebben over de rechten van donorkinderen, gaat het niet alleen om het recht op afstammingsgegevens, maar er komen veel meer rechten bij kijken die we zullen moeten expliciteren. Dit moet je niet uitbesteden aan de rechter; hier mag de wetgever zich wel uitspreken.” Ook in de afhandeling van de fertiliteitsfraude in de Rijnstaete kliniek (tegenwoordig onderdeel van Isala, in Zwolle) zou Ten Haaf graag een doortastende overheid zien die met alle betrokken partijen om tafel gaat zitten en een oplossing regelt, in plaats van het aan laten komen op een gang naar de hoogste rechter (Isala gaat namelijk in cassatie bij de Hoge Raad tegen een eerdere rechterlijke uitspraak). “Dat lijkt mij de geijkte oplossing. Dit moet je niet in individuele rechtszaken uit willen vechten; de belangen zijn daarvoor te groot en de rechter moet in beperkte tijd met beperkte middelen werken.”
Het is tijd voor de wetgever om opnieuw na te gaan denken over: Welke positie bieden we toekomstige en ongeboren kinderen in het recht? Hoe gaan we die beschermen? Wat laten we toe? Maar ook: Hoe verhoudt zich dat tot de rechten van de zwangere vrouw?
Juridische dilemma’s: filosofische, ethische en morele afwegingen
In haar optreden op het Betweter Festival belichtte Lisette ten Haaf verschillende juridische cases. Deze gingen allemaal over existentiële onderwerpen, maar dan wel gecombineerd met ongemakkelijk juridische jargon en soms onnodig ingewikkeld taalgebruik – waarmee de beroepsgroep zich nu eenmaal graag onderscheidt van ‘de mensen’, zoals Lisette zelf als eerste (met een glimlach) zal erkennen. Zij slaagt er gelukkig met haar heldere uitleg in om deze kloof een beetje te dichten. De meest toegankelijke case wordt hier kort beschreven. Voor de overige cases (onder meer een ‘wrongful life’-zaak en toepassing van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvgg) om het ongeboren kind te beschermen) is het de moeite waard om de volledige video te bekijken.
Het laatste dilemma gaat over een vrouw die 37 weken zwanger is; de artsen verwachten complicaties en willen vooraf toestemming van de vrouw om in het uiterste geval een keizersnede uit te voeren. Dat wil zij nu nog niet beslissen. De vrouw heeft psychische problemen en het kind is al door de rechter onder toezicht van de Kinderbescherming gesteld (want dat kan bij ongeboren kinderen). De rechter keurt in dit geval een gedwongen keizersnede goed, mochten de medici dat nodig achten. “Je ziet dat de grenzen om het kind maar te beschermen steeds verder worden opgerekt. En hierbij moet je ook beseffen dat het een spoedbeslissing was, de bevalling was al ingeleid, een kwestie van uren. De rechter moet dus op de eerste plaats snel een beslissing nemen en achteraf nog eens uitleggen hoe hij daartoe gekomen is.” De juridische basis vindt de rechter in het Burgerlijk Wetboek, Boek 1 Artikel 265h:
Indien een medische behandeling van een minderjarige jonger dan twaalf jaar noodzakelijk is om ernstig gevaar voor diens gezondheid af te wenden en de ouder die het gezag uitoefent zijn toestemming daarvoor weigert, kan deze toestemming op verzoek van de gecertificeerde instelling worden vervangen door die van de kinderrechter.
“Ik zou inderdaad ook zeggen dat het hier om de behandeling vande vrouw gaat, immers zij ondergaat een keizersnede. Ik vind de toepassing van dit artikel dus vergezocht.” Extra bedenking: als het kind het, ondanks de keizersnede toch niet haalt (en wettelijk als niet-geboren wordt beschouwd), dan heb je als arts wel wat uit te leggen: de vrouw tegen haar wil aan een ingrijpende operatie onderworpen, en ook nog eens zonder resultaat. Inmiddels is er een stichting opgericht die deze zaak aan de Hoge Raad gaat voorleggen, om meer duidelijkheid te krijgen over het juridische kader in zo'n geval.
Kijk en luister via één van de onderstaande links naar Lisette ten Haaf op het Betweterfestial en in de podcast De Kwak Kwaakt (voor donorkinderen en andere geïnteresseerden):
Over Lisette ten Haaf
Lisette ten Haaf is als universitair docent Rechtstheorie verbonden aan de Universiteit Utrecht. Zij coördineert en doceert onder andere de vakken Grondslagen van Recht en Recht en Medische Biotechnologie.
Lisette promoveerde aan de Vrije Universiteit Amsterdam op de rechtspositie van het toekomstige kind, het kind wat dus nog ‘gemaakt’ en geboren gaat worden, waarbij de centrale vraag is, hoe we de rechten kunnen beschermen van mensen die nog niet bestaan. Hierbij komen tal van – nu nog vaak verboden – nieuwe biomedische technieken (zoals DNA-aanpassingen van embryo’s) om de hoek kijken, die onze levens de komende tijd kunnen verbeteren maar ons ook voor tal van nieuwe ethische vraagstukken en uitdagingen zullen plaatsen. In haar onderzoek analyseert en vergelijkt zij de regelgeving op gebied van voortplanting in drie verschillende rechtsstelsels: Nederland, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk, met als doel om een breed inzicht te krijgen in de belangen van het toekomstige kind, en wat we aan toekomstige mensen verschuldigd zijn bij het reguleren van voortplantingstechnologieën en de omgang met bio-ethische vraagstukken.
Voor haar proefschrift Regulating Non-Existence. The legal conceptualisation of the future child in the regulation of reproduction ontving Lisette de Goudsmitprijs 2025 van de Vereniging voor Gezondheidsrecht. De jury gaf aan dat het proefschrift nieuwe inzichten biedt die verder gaan dat het gezondheidsrecht alleen, maar ook relevant zijn voor de bio-ethiek, reproductieve rechten en de regulering van technologieën als genetische manipulatie en noemde het een voorbeeld van hoe het gezondheidsrecht verrijkt wordt met vernieuwende en baanbrekende inzichten.
Verder lezen en luisteren
Naast Lisette ten Haaf doen ook andere wetenschappers belangrijk onderzoek naar donorconceptie. Hier moet met name Adriejan van Veen worden genoemd, die verbonden is aan de Radboud Universiteit Nijmegen en onderzoek doet naar inseminatiefraude en andere misstanden door vruchtbaarheidsartsen in Nederland.
Daarnaast hebben Bregje Dijksterhuis, Brenda Frederiks, Hetty ten Oever, Tessa Jager en Soraya Bou-Sfia een artikel over massadonatie in het NJB geschreven (oktober 2025). En Britta van Beers en Laura Bosch hebben in het NJB een artikel geschreven over draagmoederschap en hoe dat samenhangt met de problemen die nu spelen bij zaaddonatie.
Dan zijn er nog twee podcastseries, één over fertiliteitsfraude en één met gesprekken met ouders van donorkinderen: