11 juni 2018

Albert Heck en Alexander van Oudenaarden blikken terug op 'Nederlandse Nobelprijs'

De twee Utrechtse Spinozapremies: een jaar later

Spinozalaureaten Alexander van Oudenaarden en Albert Heck.
Heck (links) en Van Oudenaarden

Het was voor de Utrechtse hoogleraren Alexander van Oudenaarden en Albert Heck een van de mooiste momenten uit hun wetenschappelijke carrière: het ontvangen van de Spinozapremie. Maar hoe is het een jaar later met beide laureaten? Wat verandert er na het winnen van de ‘Nobelprijs van de Lage Landen? En is de premie van 2,5 miljoen euro al besteed? ‘Ik voel een extra verantwoordelijkheid om dit geld goed te spenderen.’

Het mediacircus begon vorig jaar tijdens de Bessensapconferentie – toen op het podium bekend gemaakt werd dat twee van de vier Spinozapremies naar Utrecht gingen: naar Alexander van Oudenaarden (hoogleraar Quantitative Biology) en Albert Heck (hoogleraar scheikunde en farmaceutische wetenschappen) om precies te zijn.

Van Oudenaarden: “Het nieuws werd zo breed opgepikt - dat had ik vooraf wel wat onderschat. Ik werd door een wildvreemde gefeliciteerd in het winkelcentrum en een jongetje van vijf zei dat hij me herkende uit de krant van zijn vader. Dat was natuurlijk even wennen.”

Met het geld van de Spinozapremie wil ik wat hoger mikken dan normaal.
Albert Heck

Ook nadat de eerste confetti was neergedaald, ondervonden de beide hoogleraren dat er met een Spinoza op zak wat veranderd is. Heck: “Er gaan veel deuren voor je open en er wordt wat eerder naar je geluisterd. Landelijke politieke organen weten je bijvoorbeeld te vinden als ze toekomstplannen maken – dat is leuk en biedt voordelen.” Daarbij regent het uitnodigingen om te spreken op conferenties of mee te schrijven aan onderzoeksvoorstellen. Een winnaar van de Spinozapremie als deelnemer doet het immers goed op het affiche – zo is de gedachte. Van Oudenaarden: “Je kunt niet overal ‘ja’ tegen zeggen, dus ik pik de meest interessante verzoeken eruit.”

Extra verantwoordelijkheid

Los van de eer levert een Spinozapremie uiteraard ook 2,5 miljoen euro per persoon op. En, niet onbelangrijk, dat mogen de winnaars geheel naar eigen inzicht inzetten voor hun onderzoek. “Daardoor voel ik een extra verantwoordelijkheid om dit geld goed te besteden”, zegt Heck, die daarom nog geen euro van zijn premie uitgaf. “Ik wil het niet inzetten voor onderzoek dat ik altijd al doe. Ik zou graag wat hoger mikken. Zo wil ik meer onderzoek gaan doen naar het ontstaan van leven, en vooral de rol van eiwitten daarin. Daar had ik zonder de Spinozapremie nooit financiering voor gevonden – zeker ook omdat ik geen track-record heb op dit gebied. Die vrijheid heb ik nu wel en dat is heerlijk.”

Van Oudenaarden ging wel meteen aan de slag met zijn premie. Sterker nog: als het meezit dan worden over een paar maanden de eerste resultaten al op gestuurd voor peer-review. “Ons lab bestudeert individuele cellen. Met de huidige techniek hebben we goed in beeld wat de eigenschappen van een enkele cel op dit moment zijn. Maar wat is de geschiedenis van die cel? En hoe heeft die zich ontwikkeld? Het doel is om tot een soort familiestamboom van cellen te komen. We deden hier al onderzoek naar – maar dat gebeurde met genetisch gemanipuleerde cellen. Nu kunnen we dat doen met natuurlijke mutaties. Vooralsnog gebruiken we daar zebravisjes voor, maar op termijn hopen we dat het lukt met menselijke cellen. Dankzij de Spinozapremie hebben we er voorlopig in ieder geval de financiering voor en daar ben ik nog iedere dag dankbaar voor.”