1 december 2017

Tijdschrift voor Diergeneeskunde

De struisvogel, het konijn en de kameleon

Dierenartsen staan steeds vaker in de maatschappelijke belangstelling. Soms positief, maar er is ook kritiek. De dierenarts zou te duur zijn, zou te lang doorbehandelen of geen oog hebben voor misstanden. Ook binnen de beroepsgroep klinkt die kritiek, onder andere in de oproep van de 'Caring Vets' zich als dierenarts uit te spreken tegen de intensieve veehouderij. Dit roept tegenvragen op. Is het echt zo slecht gesteld met het welzijn van de dieren? Zitten de dierenartsen daadwerkelijk 'op schoot' bij de veehouder?

De kern van de discussie ligt echter ergens anders. Natuurlijk moet kritiek feitelijk onderbouwd zijn, maar in de maatschappelijke discussie gaat het ook om andere dimensies: Hoe kijken we tegen de waarde van dieren aan? Wat mag je redelijkerwijs van een dierenarts verwachten? Wat is de verantwoordelijkheid van een veehouder? Antwoorden daarop vragen niet enkel om feiten, maar ook om waarden en principes. Dat maakt de discussie niet eenvoudiger. Allereerst is de relatie tussen discussies over maatschappelijke en professionele waarden en de diergeneeskunde wat gecompliceerd. De diergeneeskunde kent een academische traditie waarin met behulp van natuurwetenschappelijke en medische methodes onderzoek wordt verricht en waarbij de meer filosofische aspecten werden overgelaten aan de filosofie. Tegelijk kent de filosofie een traditie waarin reflectie over onze omgang met dieren vaak een uitzondering bleef. Niet voor niets stelde Schopenhauer in de negentiende eeuw dat aan de poort van de Westerse filosofie een bordje staat met 'dieren moeten buiten blijven'. Sinds de jaren zeventig van de vorige eeuw is daar verandering in gekomen. Binnen de filosofie ontstond de dierethiek en binnen de diergeneeskunde kwam steeds meer aandacht voor reflectie op de maatschappelijke dimensies van de diergeneeskunde en de dierenarts als professional. Toch blijft het van beide kanten nog zoeken. De filosofische bijdrage lijkt vaak veel te abstract en anderzijds wordt ook nu nog de diergeneeskunde, als beroepsgroep, maar ook de faculteit verweten dat men te weinig zichtbaar is in het maatschappelijke debat.

Scenario’s

Mijn claim is dat een duidelijkere maatschappelijke positionering van de diergeneeskunde en reflectie op de rol en verantwoordelijkheid van de dierenarts essentieel is voor de toekomst van de beroepsgroep en het vakgebied. Om dat te onderbouwen schets ik de problemen met drie scenario's waarin de dierenarts geen of een beperkte rol speelt in het maatschappelijke debat.

Het volledige artikel is verschenen in Tijdschrift voor Diergeneeskunde, december 2017