De stilte die spreekt

Sprezzatura: het ogenschijnlijk nonchalante, dat in werkelijkheid resultaat is van meesterschap en oefening.

In zijn afscheidscollege verkent hoogleraar Harald Hendrix hoe Italiaanse verfijning en Nederlandse nuchterheid elkaar spiegelen – en wat we daar vandaag van kunnen leren. Sprezzatura en ander ongemak: over Italiaanse verfijning, Nederlandse open gordijnen en de kunst van het moeiteloze. 

Wie zich verdiept in taal wil niet alleen weten hoe woorden betekenis geven, maar ook wat er gebeurt wanneer woorden tekortschieten. “Want soms laat taal ons in de steek,” aldus Harald Hendrix, “juist op momenten die er werkelijk toe doen.”

Kunstenaars weten dat als geen ander: zij zoeken naar mogelijkheden om juist dat onzegbare tot uitdrukking te brengen. De Italiaanse filosoof Massimo Cacciari noemt dit de silenziosa eloquenza — de welsprekendheid van de stilte. De snede in een schilderij van Lucio Fontana, of de geopende jurk van Piero della Francesca’s Madonna del Parto: door wat ontbreekt op de voorgrond te plaatsen, wordt dit zichtbaar gemaakt. 

Tegenover die stilte plaatst Hendrix woorden die zélf iets onzegbaars uitdrukken. Woorden die niet vertaald kunnen worden zonder dat ze hun glans verliezen — zoals het Nederlandse gezellig of het Italiaanse sprezzatura. Zulke begrippen vormen culturele sleutels: ze ontsluiten niet alleen betekenis, maar ook een manier van kijken, een houding tegenover de wereld.

Een raam aan de Amstel

Rembrandt, Portret van Jan Six, olie op doek, 1654, 112x102 cm, Six Collectie Amsterdam
Rembrandt, Portret van Jan Six, olie op doek, 1654, 112x102 cm, Six Collectie Amsterdam

Om te vatten wat sprezzatura betekent, verplaatst Hendrix zich van Italië naar Amsterdam, naar het huis aan de Amstel waar nog altijd Rembrandts beroemde portret van Jan Six hangt. Six, de 17de-eeuwse geleerde, kunstliefhebber en vriend van de schilder, staat daar in een pose die tegelijk ontspannen en vol aandacht is: de blik half afgewend, de houding natuurlijk maar berekend.

Rembrandt wilde, zo betoogt Hendrix, met dit portret een Nederlands antwoord geven op Raphael’s Baldassare Castiglione - het zestiende-eeuwse Italiaanse schilderij dat het begrip sprezzatura belichaamt. De losse toets, de suggestie van moeiteloosheid, de beheersing die zich vermomt als vanzelfsprekendheid: allemaal echo’s van die Italiaanse hofcultuur waarin de geportretteerde Castiglione zijn beroemde boek Il Cortegiano schreef.

Krantknipsels over De volmaekte hoveling

Jan Six kende dat boek goed. Hij liet het in 1661 zelfs vertalen als De volmaekte hoveling, met de term lossigheid als Nederlandse weergave van sprezzatura. Een vertaling die de kern aardig raakt: het ogenschijnlijk nonchalante, dat in werkelijkheid het resultaat is van meesterschap en oefening.

De kunst om kunst te verbergen

In Il Cortegiano beschrijft Castiglione hoe de ideale hoveling zijn vaardigheid, zijn kennis en zijn inspanning niet moet etaleren maar juist moet verhullen. “De ware kunst,” schrijft hij, “is die welke geen kunst lijkt.” Want wie de moeilijkste dingen vanzelfsprekend laat lijken, wekt verwondering — maraviglia.

Hendrix verbindt dit inzicht met de schilderkunst: Rembrandts losse penseelstreek, de verfijnde achteloosheid van Frans Hals of Titiaan. Ook daar geldt: het is de verborgen inspanning die het werk adem geeft. Zoals de Italiaanse filosoof Paolo D’Angelo schreef, is sprezzatura de paradox van de kunst die zich verstopt - en zich juist daardoor als kunst openbaart.

Toch schuilt er in die moeiteloze elegantie ook iets ongemakkelijks. Sprezzatura vraagt om beheersing, maar ook om veinzing: om de kunst je anders voor te doen dan je bent. De hoveling van Castiglione speelt zijn rol met subtiele manipulatie - zoals Machiavelli zijn heerser leert dat macht vaak vraagt om schijn. Het is precies dat spanningsveld tussen schijn en wezen dat Hendrix boeit: de dunne lijn tussen gratie en bedrog, tussen vanzelfsprekendheid en strategie.

Een Hollands ongemak

De Nederlandse omgang met sprezzatura, zo liet Hendrix zien, is nooit onbevangen geweest. Wij zijn een volk van open gordijnen, letterlijk en figuurlijk. Waar Italianen hun façades koesteren, etaleren Nederlanders juist hun openheid. Het idee dat schijn een vorm van waarheid kan zijn, roept bij ons al snel wantrouwen op.

Dat maakt de Nederlandse geschiedenis van sprezzatura interessant. Want ook hier is de kunst van het moeiteloze nooit ver weg geweest. Rembrandt schilderde met lossigheid, Vondel schreef met soepele grandeur en de jonge Jan Six cultiveerde een elegantie die Hollands was in toon, Italiaans in geest. Toch blijft er iets schuren: het verlangen naar verfijning botst met de calvinistische voorkeur voor eenvoud.

Dat culturele ongemak komt vandaag in andere gedaanten terug. In de moderne mode-industrie bijvoorbeeld, waar sprezzatura is verworden tot lifestylemerk, tot pose: “De kunst om eruit te zien alsof je er geen moeite voor doet.” Een ironische omkering van Castiglione’s ideaal, want juist in dat achteloze imago schuilt eindeloos werk, oefening en berekening.

Meer dan schijn

Raphaël, Portret van Baldassar Castiglione, 1514–1515, olie op doek, 82 cm × 67 cm, Louvre Parijs.
Raphaël, Portret van Baldassar Castiglione, 1514–1515, olie op doek, 82 cm × 67 cm, Louvre Parijs

Voor Hendrix is sprezzatura meer dan een stijl of pose; het is een morele en intellectuele houding. In Castiglione’s wereld is het de grondtoon van hoffelijkheid — de manier waarop men discussieert zonder te overheersen, overtuigt zonder te dwingen, charmeert zonder te vleien.

Daarin ziet Hendrix een onverwachte verwantschap met een typisch Nederlandse traditie: die van het overleg, het zoeken naar consensus, het polderen. De hoveling van Castiglione en de bestuurder van nu delen dezelfde opgave: een gesprek gaande houden waarin iedereen het woord krijgt, niemand zo maar het laatste woord heeft. Sprezzatura is dan niet de maskerade van macht, maar de kunst van wellevendheid — het vermogen om verschil te dragen zonder confrontatie.

Wellevendheid als wetenschap

In zijn slotbeschouwing verbindt Hendrix deze renaissancistische elegantie met de vormende taak van de universiteit. De volmaekte hoveling, zo heette de Nederlandse vertaling, maar de ondertitel was veelzeggender: Schat van wetenschap noodigh tot welleventheyt.

Die wellevendheid, zegt Hendrix, verdient ook vandaag een plaats in de academie. In een tijd van polarisatie en luidruchtige meningen is de kunst van het luisteren, het spreken met gratie en het verbergen van de inspanning misschien wel urgenter dan ooit. Sprezzatura is geen pose, maar een discipline: een oefening in balans, subtiliteit en stijl.

Licht aan het einde van de tunnel

Aan het eind van zijn afscheidscollege, na een carrière gewijd aan de Italiaanse cultuur en haar invloed op het Europese denken, keek Harald Hendrix vooruit. Over drie jaar, in 2028, zal Italië herdenken dat Castiglione’s Il Cortegiano vijf eeuwen geleden verscheen; kort daarna volgt het jubileum van Machiavelli’s Il Principe. Beiden schreven in een tijd van crisis, oorlog en machtsverschuiving, maar hun werken tonen dat uit ontwrichting ook beschaving kan ontstaan.

Die gedachte, zegt Hendrix, mag ons bemoedigen in een tijd die opnieuw zoekt naar evenwicht tussen waarheid en schijn, kennis en macht, rede en gevoel. Zoals Castiglione’s hoveling zijn gratie vond in beheersing, zo kan de hedendaagse academicus zijn menselijkheid vinden in nuance, in de kunst om het moeilijke eenvoudig over te laten komen.

Een kunst die, dankzij professor Harald Hendrix, in Utrecht nog lang zal worden beoefend.

Prof. dr. Harald Hendrix

Harald Hendrix (1958)

Harald Hendrix was sinds 2001 hoogleraar Italiaanse taal- en letterkunde aan de Universiteit Utrecht. Hij specialiseerde zich in de cultuurgeschiedenis van de Italiaanse Renaissance, met bijzondere aandacht voor literatuur, retorica en de wisselwerking tussen Italië en de Lage Landen. Naast zijn werk in Utrecht was hij directeur van het Koninklijk Nederlands Instituut Rome (KNIR) en vervulde hij tal van internationale functies binnen het vakgebied van de Italiaanse letterkunde. Met zijn afscheidscollege “Sprezzatura en ander Italiaans-Nederlands ongemak” nam hij op 25 juni 2025 afscheid van de universiteit, maar niet van zijn fascinatie voor de kunst van het moeiteloze.

Tekst: Annemiek Vermeulen

Fonds voor Italië Studies

Om de volgende generaties ook na zijn emeritaat te blijven steunen richtte Harald Hendrix het Fonds voor Italië Studies op. “Uit eigen ervaring weet ik hoe belangrijk een steuntje in de rug kan zijn. Ik twijfel er niet aan dat ook in de toekomst jonge mensen worden gedreven door diepe belangstelling voor Italië. Vaak heb je helemaal niet veel nodig – een directe onderdompeling in de kunst en cultuur die je in Italië overal aantreft is al voldoende. Maar dan moet je wel de kans krijgen om hier diepgang aan te geven. Ik hoop dat dit fonds hen daarin kan steunen en kansen biedt zoals ik die zelf heb gehad.”

Hoogewerff-Hendrix Fonds voor Italië Studies