18 september 2015

De SKO (seniorkwalificatie onderwijs) landelijk in opkomst

De BKO (basiskwalificatie onderwijs) is inmiddels gewoon geworden in de universiteiten dankzij de wederzijdse erkenning van de BKO in 2008 en door de opname van de BKO in de landelijke prestatieafspraken tussen universiteiten en minister in 2009. Ook het hbo heeft in 2013 de stap gezet naar wederzijdse erkenning van hun didactische scholing voor docenten in de vorm van de Basiskwalificatie Didactische bekwaamheid (BDB). Nu is ook de SKO landelijk in opkomst.

Senioriteit draait om visie, werken aan opleidingskwaliteit en curriculumvernieuwing

De Universiteit Utrecht heeft twintig jaar geleden als eerste universiteit de SKO ingevoerd voor docenten die zichzelf als seniordocent ontwikkelen. De SKO is in Utrecht bestemd voor docenten die als senior in onderwijs functioneren: ze hebben een visie op de opleiding, werken mee aan opleidingskwaliteit en zijn betrokken bij vernieuwing op curriculumniveau. 

Zichtbaarheid SKO groeit

Lange tijd is de SKO niet erg zichtbaar geweest: tot voor kort waren het vooral docenten op de Universiteit Utrecht en in beperkte mate op de Radboud Universiteit   die er zelf invulling aan gaven. Sinds een paar jaar speelt de discussie over de SKO in bijna alle universiteiten en verkennen zij samen met de VSNU mogelijkheden om docenten ruimte te bieden voor een onderwijsloopbaan.

Twee richtingen: excellent docentschap en opleidingskwaliteit

Bij docenten die continu aan hun docentkwaliteit willen werken kan dat twee kanten opgaan. Enerzijds willen sommige docenten hun enthousiasme voor hun vak nog beter overdragen en zich ontwikkelen tot excellente docent. Zij innoveren bijvoorbeeld hun cursus door de verbinding tussen theorie en praktijk te actualiseren of door nieuwe werkvormen in te zetten en digitale leermiddelen te ontwikkelen, of zij coachen nieuwe collega’s.

Anderzijds zijn docenten vooral geïnteresseerd in het onderwijs zelf waarin veel meer te doen is dan alleen lesgeven. Zij raken betrokken bij activiteiten op curriculumniveau en nemen taken op zich in de onderwijsorganisatie. Zij trekken bijvoorbeeld innovatieprojecten gericht op samenhangende leerlijnen of op het gebied van blended learning, zijn jaarcoördinator, lid van de examen- of toetscommissie of zijn actief in het ontwikkelen van rubrics voor de beoordeling van scripties.    

De aanpak van de Bètafaculteit

Universiteiten spelen op verschillende manieren in op de belangstelling voor de SKO. Er zijn universiteiten die hun docenten - na de BKO cursus - een SKO cursus aanbieden om seniordocent te worden. De UvA biedt docenten op SKO niveau een certificeringstraject aan. Op initiatief van de Utrechtse Teaching fellow Irma Meijerman wordt er in de Bètafaculteit een seminarserie en peer support georganiseerd voor seniordocenten die hun portfolio willen schrijven. En vanaf dit najaar is er ook een kort traject te volgen bij het Centrum voor Onderwijs en Leren waarin docenten nagaan wat zij nog nodig hebben om hun SKO niveau aan te kunnen tonen. 

Teaching fellows

Voor een beperkte groep geselecteerde docenten bieden steeds meer universiteiten een leergang onderwijskundig leiderschap. Binnen onze universiteit is dit tevens de kweekvijver voor de Teaching fellows die twee jaar lang een voortrekkersrol krijgen in de onderwijsvernieuwing in hun faculteit. Zij zijn voor hun collega’s een voorbeeld en inspiratiebron en krijgen meer ruimte voor hun onderwijsprojecten. De teaching fellows zijn een mooi voorbeeld van excellente docenten die taken op zich nemen die van belang zijn voor het gehele onderwijsprogramma.           

Riekje de Jong (06 13056340 / r.dejong@uu.nl) is domeinleider Ontwikkeling van docent en onderwijsorganisatie en adviseur/trainer bij Onderwijsadvies & Training.