De opvoeding die jij kreeg, beïnvloedt jouw kijk op kinderen

Foto: Bram Belloni

Hoe hangt de opvoeding die jij hebt gehad samen met hoe jij opvoedt en naar kinderen kijkt? Dat is één van de vragen waar universitair docent Sanne Geeraerts zich mee bezighoudt. Haar onderzoek richt zich op relaties tussen ouders en kinderen. Dit koppelt zij aan hoe deze inmiddels volwassen participanten naar kinderen kijken en opvoeden.

Waar gaat je onderzoek over? 

“Ik richt me vooral op de relatie tussen ouder en kind. Dit doe ik onder andere met de  langlopende RADAR-studie, waarin we kinderen en hun ouders vanaf 12 jaar volgen. Deze kinderen zijn inmiddels volwassen. Een deel heeft nu zelf kinderen, een deel heeft een kinderwens en een deel heeft dat niet. 

Omdat we deze mensen al meer dan twintig jaar volgen, kunnen we kijken naar hoe aspecten in de jeugd een rol spelen in hoe mensen op latere leeftijd hun eigen kinderen opvoeden. Zo vonden we in één van onze studies dat de manier waarop ouders conflicten oplossen van generatie op generatie wordt doorgegeven en doorsijpelt in de manier waarop ouders hun kinderen opvoeden.”

Ouders en een baby

Een van de dingen die we meten is de drijfveer om kinderen te willen beschermen en verzorgen. We stellen vragen zoals: ‘Als ik een baby zie, wil ik hem graag vasthouden’, of ‘Als ik een kind hoor huilen, denk ik: houd je kop.’ Deze vragen kan je aan iedereen stellen, ook aan mensen die geen kinderen hebben of willen. Zo kunnen we ook iets zeggen over hoe de opvoeding samenhangt met de blik op kinderen, zonder dat alle participanten kinderen hebben. Wat we zien is dat vooral nabijheid tussen ouders en adolescenten voorspelt of deze adolescenten kinderen later leuk vinden, voor ze willen zorgen of ze willen beschermen.”

We weten uit onze recent gepubliceerde meta-analyse dat kinderen die veel acceptatie en weinig negativiteit ervaren, later gemiddeld genomen minder moeite hebben in de opvoeding van hun eigen kinderen. Gemiddeld genomen krijgt het gevoel van nabijheid een dipje tijdens de adolescentie. Dat is ook niet gek of erg. In de adolescentie zetten sommige tieners zich af tegen hun ouders. En over het algemeen wordt dat wel weer hersteld. Deze dip lijkt dan ook geen rol te spelen in hoe mensen later tegen kinderen aankijken.

Wat we ook zien, is dat er veel verschillen zijn tussen ouders in de mate waarin hun eigen opvoeding een rol speelt in de opvoeding. Deze verschillen proberen we te verklaren. Dit doen we onder andere in een project waarin we meerdere langlopende studies proberen te combineren. Zo kunnen we in een grote groep ouders kijken onder welke omstandigheden de zogenoemde intergenerationele overdacht van opvoeding sterker dan wel zwakker is.”

Welke inzichten zou je mee willen geven aan ouders?

“Voor mensen die zelf een vervelende jeugd hebben gehad kan het spannend zijn om een eigen gezin te starten. Voor hen is het goed om te weten dat effecten die we vinden tussen opvoeding en hoe mensen tegen kinderen aankijken, bescheiden zijn. Ook als je een vervelende jeugd hebt gehad, kun je in je leven nog heel veel andere mensen tegenkomen, met wie je een leven kunt opbouwen en gezonde relaties kunt vormen. Je opvoeding speelt een rol, maar andere relaties ook. Wanneer je merkt dat negatieve jeugdervaringen nog veel invloed hebben op jouw dagelijks leven, kan het wel goed zijn om hulp te zoeken en er met iemand over te praten. 

Ouder en kind knuffelen

Als je naar het grotere geheel kijkt is het een ander verhaal. Voor beleidsmakers en politici, die besluiten nemen voor hele bevolkingsgroepen, zijn kleine effecten wél belangrijk. Als honderdduizenden mensen gemiddeld een klein effect van hun opvoeding ervaren in hun eigen opvoeding, kan de impact daarvan op de samenleving wel heel groot zijn. Investeren in ouders loont dus. Het betaalt zich uit op de lange termijn: ook voor de volgende generaties.

Ons onderzoek laat zien dat het belangrijk is dat kinderen een positieve band ervaren met hun ouders en weinig negativiteit binnen het gezin ervaren. We weten dat stress daarin een belangrijke rol speelt. Stressreductie bij de ouder draagt bij aan een positieve band met kinderen. Investeer in goede kinderopvang, neem financiële zorgen weg, zorg voor goede huisvesting. Het zijn de randvoorwaarden waardoor de emmertjes van ouders minder snel hoeven over te lopen. Daar kan de politiek zeker wat in betekenen.”

Over Sanne Geeraerts

Na de bachelor pedagogiek volgde Sanne twee masters: Development and Socialisation in Childhood and Adolescence (DaSCA) en orthopedagogiek aan de Universiteit Utrecht. Tijdens haar PhD richtte zij zich op de ontwikkeling van zelfregulatie bij het jonge kind, maar tijdens haar postdoc verlegde zij haar focus naar hoe ouders omgaan met kinderen. Inmiddels is Sanne zo’n vijf jaar werkzaam als universitair docent en begeleidt zij ook beginnende onderzoekers.