29 juni 2018

Utrechtse hoogleraren tevreden én kritisch

De nieuwe Klimaatwet: goed begin of totaal uitgekleed?

Hij is er eindelijk; de langverwachte Klimaatwet. Deze week presenteerden coalitiepartijen VVD, CDA, D66, ChristenUnie samen met GroenLinks, PvdA en SP een wet die onder andere voorschrijft dat de CO2-uitstoot van Nederland in 2050 met 95 procent moet zijn verminderd. Goed nieuws, zeggen twee Utrechtse hoogleraren. ‘Maar dit is wel de meest minimale versie die ze hadden kunnen maken.’

In maart 2017 riepen vijf Utrechtse hoogleraar met een artikel in NRC het kabinet op om zo snel mogelijk werk te maken van een ambitieuze klimaatwet. “Nog langer dralen met CO2-wetgeving bedreigt zowel de Nederlandse economie als onze hele natie”, schreven ze destijds. Nu – vijftien maanden later – is die wet er.

“Daarmee is gelukkig uitgekomen waar we toen toe opriepen”, zegt Gert Jan Kramer, hoogleraar Duurzame energievoorziening. “Ik ben blij dat er een wet is, de energietransitie gaat niet vanzelf en we hebben een kader nodig om een beeld neer te zetten van waar we in de 2050 willen staan. De doelstelling is erg ambitieus, maar noodzakelijk als we willen voldoen aan de Parijse klimaatdoelstellingen.”

Hopelijk ontstaat nu het beeld dat Nederland zich klaar maakt voor de toekomst

De doelstelling van 95 procent minder CO2-uitstoot gaat verder dan de doelstellingen van de meeste andere landen met een soortgelijke wet. Ook daar is Kramer blij mee. “Het is goed om op dit thema wat voor de troepen uit te lopen. Het maakt jezelf tot een proeftuin van innovatie. En hierdoor zal hopelijk het beeld ontstaan dat Nederland een land is dat zich klaar maakt voor de toekomst. Een helder plan schept duidelijkheid en leidt tot een robuuster investeringsklimaat – bedrijven en burgers weten waar ze aan toe zijn.”

Niet juridisch afdwingbaar

Ook Chris Backes, hoogleraar Omgevingsrecht, is blij dat er nu een wet is. Hij wijst eerst op de goede dingen: het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) gaat ieder jaar doorrekenen hoe Nederland ervoor staat. En iedere vierde donderdag van oktober wordt voortaan ‘Klimaatdag’, waarin de Tweede Kamer over klimaatbeleid gaat debatteren. Dat zet (en houdt) het onderwerp blijvend op de agenda.

Alles wat eruit geschrapt kon worden, is eruit geschrapt

Maar hij is ook kritisch over de juridische zwaarte van de wet: “Dit is wel de minste vorm van een wet die je kunt hebben. Alles wat eruit geschrapt kon worden, is eruit geschrapt.” Backes refereert hiermee aan de conceptwet die Samsom en Klaver in 2015 al voorstelden en waarop de nieuwe wet gebaseerd is. “Die ging veel verder. Daar stond bijvoorbeeld dat emissiebudgetten voor de verschillende sectoren (industrie, verkeer, huishoudens enzovoort) moeten worden vastgesteld. Ook was voorzien in een onafhankelijke Klimaatcommissie, die adviseert over de doelen en de efficiëntie van de voorgestelde maatregelen. Dat is er allemaal uit. Bovendien waren de doelstellingen in die wet dwingender geformuleerd.”

Het maakt de nieuwe wet feitelijk gezien tot niet veel meer dan een voorgenomen doelstelling. “Deze wet is natuurlijk meer dan een beleidsnota, maar als de doelstellingen ook harder waren geformuleerd dan had alles wel meer gewicht gekregen. Al is juridisch afdwingbaar bij dit soort wetten een relatief begrip. Een rechtbank gaat de overheid heus geen dwangsom opleggen als het de doelen uit de wet niet haalt”, aldus Backes.

Tafels

Ondertussen wordt er aan de zogenoemde onderhandelingstafels, waar vijf sectoren bespreken hoe ze invulling gaan geven aan een groener klimaatbeleid, nog druk onderhandeld. Beide hoogleraren noemen dat typisch Nederlands en een klassiek voorbeeld van het poldermodel. “De uitkomst daarvan wordt erg interessant”, zegt Kramer. “Uit het vorige Energieakkoord kwam een aantal heel goede dingen – zoals de grootschalige ontwikkeling van windmolenparken op zee. Mijn hoop is dat dit nieuwe akkoord de push zal geven om een paar echt grote projecten te realiseren die de implementatie van nieuwe technologie versnellen.”