4 juni 2018

Promotie van jurist Natalie Dobson

De keerzijde van Europese klimaatmaatregelen

De laatste jaren profileert de Europese Unie zich met vooruitstrevende klimaatmaatregelen. Die maatregelen zijn goed voor het milieu, maar hebben ook een keerzijde. Volgens jurist Natalie Dobson tast het klimaatbeleid in sommige gevallen de soevereiniteit van non-EU landen aan. Daarnaast dienen die maatregelen soms tevens als verscholen marktbescherming. “De EU moet meer rekening houden met andere staten,” aldus Dobson, die op 5 juni promoveert op haar onderzoek.

De EU zet de laatste jaren sterk in op het verkleinen van de ecologische voetafdruk van haar lidstaten. Dat is enerzijds omdat de afspraken uit het Parijsakkoord daar om vragen, anderzijds ook omdat de EU zich daar in toenemende mate haar bestaansrecht en identiteit aan ontleent – zo betoogt Dobson in haar proefschrift Exterritorialiteit het Internationaal in Recht: Het Beleid van de EU inzake Klimaatverandering.

Bij het bepalen van het precieze beschermingsniveau rijst soms de vraag of de EU niet ook haar eigen producenten aan het voortrekken is.
Departement Rechtsgeleerdheid

“Maar dit groene Europese beleid roept internationaalrechtelijk gezien interessante kwesties op,” zegt Dobson. “De EU stelt bijvoorbeeld eisen aan het productieproces van importgoederen uit China. Daarmee bepaalt het in feite hoe Chinese producenten die goederen moeten produceren. Het reguleren van zulke ‘extraterritoriale’ productieprocessen is omstreden, want dat tast de soevereiniteit van dat land aan. Chinese fabrikanten hebben niet gestemd voor het Europees beleid, maar toch krijgen ze deze regels opgelegd. Dat schuurt juridisch gezien.”

Soevereiniteit

Hetzelfde geldt voor regels omtrent de zee- en luchtvaart, concludeert Dobson. De EU stelt milieueisen aan schepen en vliegtuigen. Wanneer een niet-Europese luchtvaartmaatschappij landt of opstijgt uit een Europese lidstaat, dan moet het een klimaatbelasting betalen voor de hele vlucht. “Ook dat heeft een sterk extraterritoriaal element,” aldus Dobson. “En dat wordt vaak gezien als onrechtmatig. In mijn proefschrift beargumenteer ik dat dat niet per definitie zo is, maar ik pleit wel voor een hulpmiddel dat ervoor zorgt dat klimaatmaatregelen van de EU in de toekomst een minimale inbreuk maken op de soevereiniteit van andere staten – want dat is nu zeker niet zo.”

Voortrekken Europese producenten

In haar proefschrift wijst Dobson ook op de soms dubbele motieven die de EU heeft bij het doorvoeren van klimaatmaatregelen. De EU streeft allereerst naar een level playing field, zegt Dobson. Het is economisch gezien niet competitief als alleen Europese landen zich aan klimaatmaatregelen hoeven te houden, daarom gelden de regels voor producenten uit de hele wereld. “Maar bij het bepalen van het precieze beschermingsniveau rijst soms de vraag of de EU niet ook haar eigen producenten aan het voortrekken is. Een voorbeeld: toen de EU een richtlijn voor biobrandstof invoerde, heeft het de duurzaamheidseisen zo gesteld dat het type brandstof dat veel in Argentinië wordt geproduceerd (biodiesel van soja) er net niet aan voldeed. Zo zijn er meer voorbeelden van klimaatmaatregelen die voor de EU-lidstaten economisch wel heel goed uitkomen, en daar mogen we best wat kritischer naar kijken.”