De eerste indrukken van collegevoorzitter Hans Brug
Ruim drie maanden geleden stapte Hans Brug voor het eerst als voorzitter van het College van Bestuur de drempel van de Universiteit Utrecht over. Komen zijn eerste indrukken overeen met het beeld dat hij vooraf had van onze universiteit? En heeft hij het tot nu toe naar zijn zin? Vijf vragen aan de nieuwe collegevoorzitter.
1. Wat heeft je tot nu toe het meest verrast bij de Universiteit Utrecht?

Er zijn geen dingen die me enorm hebben verrast. Van tevoren ben ik goed bijgepraat, ik heb stukken gelezen en ik werkte eerder al soms samen met de Universiteit Utrecht. Het beeld dat ik uit dat alles kreeg, is de afgelopen tijd meer dan bevestigd. Ik heb een supervriendelijke organisatie leren kennen, waarin bijna iedereen zegt iets voor de maatschappij te willen betekenen. Dat is heel fijn.
Daarnaast zie ik een enorme samenwerkingsbereidheid. Dat klinkt vanzelfsprekend, maar dat is het toch niet als je op andere plekken kijkt. Dus misschien ben ik toch een beetje verrast, maar dan door de diepte en breedte van de focus op betekenisvol willen zijn en op samen willen werken. Intern, maar ook met de buitenwereld: met partners, met de stad, door public engagement, etc.
2. Valt er ook wat te lachen bij de UU?
Absoluut. Tijdens de Diesviering moest ik bijvoorbeeld erg lachen tijdens het optreden van het Utrechtsch Studenten Concert. Zij speelden de tovenaarsleerling van Paul Dukas en daar zit, kort voor het einde, een stiltemoment in. Al die barbaren in de Domkerk, inclusief ikzelf, dachten dat het was afgelopen, dus begonnen hard te klappen. De dirigent riep: ‘We zijn nog niet klaar!’. Dat hij niet te beroerd was om dat gewoon door de kerk te roepen, was niet alleen lachen, maar illustreert voor mij ook voldoende informaliteit op hoe je elkaar aanspreekt.
Ook in mezelf moet ik regelmatig lachen omdat ik weer ergens ben verdwaald in een gebouw. En een keer moest ik naar de faculteit REBO en keek ik op de fiets even op mijn telefoon of ik goed zat. En toen werd ik pal voor het gebouw waar ik moest zijn, aangehouden door een agent en had ik een boete van ruim honderd euro aan mijn broek hangen. Daar kon ik wel om lachen, al was het met wat kiespijn.
3. Wanneer sluit jij een werkdag met de meeste voldoening af?
Het klinkt misschien wat obligaat, maar als ik gedurende de dag bevestigd krijg dat dingen goed gaan. Dan ga ik met tevredenheid en zelfs een beetje ongepaste trots naar huis. Bijvoorbeeld rondom de
Instellingstoets Kwaliteitszorg. Daar dacht ik gedurende het proces: oh, jongens wat is dít goed voorbereid door iedereen. Ik heb nog nooit zo’n positieve terugkoppeling van een commissie gekregen. Terwijl ik in mijn leven toch al heel wat van dit soort commissies over de vloer heb gehad. En zo zijn er veel voorbeelden hoor, die mijn beeld verder bevestigen van waarom ik hier graag wilde werken.
4. Wat vond je tot nu toe het leerzaamst?
Een bijeenkomst onlangs over valorisatie was voor mij heel informatief en leerzaam. Naar mijn idee zou onze universiteit nog stappen kunnen maken in hoe de kennis die wij ontwikkelen in de samenleving terechtkomt. Maar ik had weinig overzicht over wat er op dat vlak allemaal gebeurt en hoe activiteiten met elkaar samenhangen. In de bijeenkomst hebben mensen mij systematisch meegenomen in waarom dingen georganiseerd zijn zoals ze zijn. En ook in waarom dingen soms niet georganiseerd zijn. Aanvullend ben ik in Gent geweest om te zien hoe ze het daar aanpakken.
Alles bij elkaar gaf het goede handvaten om dingen verder te kunnen brengen. Bijvoorbeeld door meer samenwerking te zoeken met private partijen, waarmee kennis mogelijk sneller in de samenleving terechtkomt dan wanneer je er alleen over publiceert. Ik denk dat we daar alerter op moeten zijn en onze mensen hiervoor meer begeleiding en ruimte moeten bieden.
5. Wat doe jij buiten het werk ter ontspanning en om deze drukke baan vol te kunnen houden?

Allereerst: ik vind dat je niet al je tijdsbudget helemaal moet besteden aan werk om dan pas te kijken of er nog een snipper over is om wat anders te doen. Volgens mij moet je daar een hele goede balans in maken en dat probeer ik ook te doen.
Ik heb vooral één coping mechanisme in het leven en dat is fietsen. Want tijdens het fietsen kan ik dingen op een rij zetten. Een racefiets, een gravelbike, een stadfiets; ik heb voor ieder doel een fiets. Dat is wel echt mijn afwijking, maar het helpt me om gezond en in balans te blijven. Ik woon net ver genoeg om een lekker stukje naar en van werk te kunnen fietsen – ik heb geen auto. En daarbuiten fiets ik nog heel veel; je wil niet weten hoeveel. Ik ga ook op de fiets met vakantie; dat vind ik echt superfijn. Verder lees ik graag, luister ik soms naar een podcast en ik ga af en toe naar een concert.
Hans Brug
- Leeftijd: 62 jaar
- Verliefd, verloofd, getrouwd? Getrouwd en nog steeds tot over mijn oren verliefd.
- Kinderen, kleinkinderen? Geen (klein)kinderen.
- Huisdieren? Geen huisdieren, wel bijna elke dag eekhoorns in de tuin.
- Hobby’s: Een dag niet gefietst is een dag niet (echt) geleefd…
- Guilty pleasures? Tarte Flan, en eigenlijk alles waar banketbakkersroom in zit. Veel pleasure, zeer beperkt guilt.
- Muziek: Country & Americana om naar te luisteren, opera om naar toe te gaan.
- Wat weet bijna niemand over jou? Wat bijna niemand weet, wil ik graag zo houden…