"Mobiele telefoongegevens kunnen helpen bij de bestrijding van pandemieën"

Corona-besluitvorming vereist data

Mobiele telefoongegevens vormen een waardevolle informatiebron die op veel grotere schaal moet worden gebruikt ter ondersteuning van maatregelen in alle fasen van de COVID-19-pandemie. Dat is de boodschap van datawetenschapper Albert Ali Salah en een groep datawetenschappers, epidemiologen, demografen en mobiele netwerkoperatoren in een editorial in Science Advances.

Bron: Science Advances

Niet-farmaceutische interventies, zoals een verbod op grote bijeenkomsten en mobiliteitsbeperkingen, zijn van cruciaal belang gebleken voor het vertragen en indammen van de COVID-19-pandemie. "Voor de besluitvorming en de evaluatie van dergelijke interventies tijdens alle fasen van de levenscyclus van de pandemie zijn specifieke, betrouwbare en tijdige gegevens nodig. Niet alleen over infecties, maar ook over menselijk gedrag, met name mobiliteit en fysieke aanwezigheid", schrijven de auteurs in een redactioneel artikel in Science Advances. Data van mobiele telefoons vormen, wanneer ze goed en zorgvuldig worden gebruikt, een cruciaal instrument om maatregelen te ondersteunen ten behoeve van de volksgezondheid in de hele wereld.

Aanpak van pandemieën

"Zorgvuldig gebruik van mobiele telefoongegevens kan helpen bij de aanpak van pandemieën", zegt de Utrechtse computing-hoogleraar Albert Ali Salah, die vaker werkt met mobiliteitsgegevens voor het analyseren van menselijk gedrag, bijvoorbeeld bij het inschatten van migratiepatronen, of voor het begrijpen van de behoeften van vluchtelingen. "In het beginstadium van de pandemie kan dit de vorm hebben van een mobiliteitsanalyse van de bevolking en de beoordeling van het effect van beleidsbeslissingen. In latere stadia kan het gaan om het bevorderen van beleid zoals het bevorderen van sociale distantie, maar ook om het opsporen van contacten of het opstellen van prognoses. Wij stellen dat de pijplijn voor dataverwerking, samen met alle technologische, sociale, juridische, ethische en privacygerelateerde maatregelen, klaar moet zijn voor de volgende pandemie".

Dit is niet de laatste pandemie waar we mee te maken krijgen

De onderzoekers hebben aanbevelingen en best-practices bijeengebracht om regeringen voor te bereiden op dergelijke crises door ruim van tevoren datasamenwerkingsverbanden op te zetten. Ze identificeren de belangrijkste redenen waarom het gebruik van mobiele telefoongegevens voor het ontwerpen van effectieve maatregelen nog niet op veel grotere schaal gebeurt, en geven aanbevelingen over hoe mobiele telefoongegevens tegen het virus kunnen worden gebruikt.

"De belangrijkste aanbeveling is om voorbereid te zijn. Dit is niet de laatste pandemie waar we mee te maken krijgen", zegt Salah. "Een goed voorbereide respons die snel kan worden geactiveerd, kan de regering en de humanitaire organisaties die in het veld werken voorzien van real-time informatie die essentieel zal zijn voor het optimaliseren van de middelen, het voorspellen en het beoordelen van beleidsbeslissingen."

Privacy-zorgen

Salah begrijpt de zorgen die mensen kunnen hebben over privacykwesties bij het werken met mobiele telefoongegevens. "Eerdere projecten hebben veel inzichten opgeleverd over hoe dergelijke data beheerd moeten worden zonder de privacy en mensenrechten van de doelgroepen in gevaar te brengen", legt Salah uit. "De juridische, ethische en natuurlijk technologische basis moet ruim van tevoren worden gelegd. De kritische gegevens (zoals mobiliteit) zijn misschien niet toegankelijk voor de overheid, maar kunnen wel in het bezit zijn van particuliere bedrijven, zoals mobiele telefoonoperatoren. Dergelijke gegevens zijn niet direct bruikbaar, omdat het massale beveiliging zou vereisen, maar met de juiste anonimisering en aggregatie kunnen ze wel worden gebruikt. In het artikel bespreken we de verschillende manieren waarop dit kan worden bereikt.”

Publicatie

Mobile phone data for informing public health actions across the COVID-19 pandemic life cycle. Science Advances, 27 april 2020. Nuria Oliver, Bruno Lepri, Harald Sterly, Renaud Lambiotte, Sébastien Delataille, Marco De Nadai, Emmanuel Letouzé, Albert Ali Salah*, Richard Benjamins, Ciro Cattuto, Vittoria Colizza, Nicolas de Cordes, Samuel P. Fraiberger, Till Koebe, Sune Lehmann, Juan Murillo, Alex Pentland, Phuong N Pham, Frédéric Pivetta, Jari Saramäki, Samuel V. Scarpino, Michele Tizzoni, Stefaan Verhulst and Patrick Vinck. DOI: 10.1126/sciadv.abc0764

*Verbonden aan Universiteit Utrecht