11 september 2018

14 september Dag van de Scheiding: Inge van der Valk over scheiden & kinderen

‘Conflicten na scheiding zijn toegenomen’

Uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek blijkt dat één op de drie getrouwde stellen gaat scheiden. Bij ongeveer de helft van de scheidingen zijn er kinderen in het spel. De Nederlandse Vereniging van Familierecht Advocaten en Scheidingsmediators vraagt op 14 september hiervoor aandacht op de Dag van de Scheiding. Inge van der Valk is universitair docent en doet onderzoek naar ouderlijke conflicten, echtscheiding en het functioneren van kinderen en jongeren. Vijf vragen over het proces en de gevolgen van scheiding voor kinderen.

Wat is vooral het probleem bij het scheiden als er kinderen bij betrokken zijn?

‘Wat tegenwoordig vooral opvalt, is dat de conflicten na scheiding én langere tijd erna zijn toegenomen ten opzichte van enkele decennia geleden. Dat kun je linken aan het toegenomen individualisme, maar ook de veranderde wetgeving heeft ervoor gezorgd dat je als ex-partners nog heel lang veel met elkaar moet.

Vroeger ging het standaard zo dat de kinderen naar de moeder gingen en soms hun vader zagen. Dat was duidelijk voor de kinderen en voor de ouders in zekere zin makkelijker. Tegenwoordig is dat niet meer zo en moeten er over allerlei zaken afspraken gemaakt worden en doorlopend worden afgestemd.

Ouders móeten dat samen doen, van afspraken wanneer de kinderen waar zijn tot toestemming voor bijvoorbeeld een beugel. Juist daardoor kan het escaleren. Goed ouderschap na scheiding is lastig.’

Dus werken toegenomen wetten en regels conflictsituaties in de hand?

‘Nee, tenminste, we weten uit onderzoek dat het bij kinderen waarbij er co-ouderschap is geregeld het het best gaat. Deze kinderen zijn ongeveer evenveel bij beide ouders. Met hen gaat het zelfs beter dan bij gezinnen waar de communicatie over het algemeen goed is, maar waarbij er geen co-ouderschap is.

Wat wel zo is; in de wet is nu ook vastgelegd dat er een ouderschapsplan geschreven moet worden, waarin het kind ook gekend is. Daar lopen ouders soms in vast, zeker bij de groep waar de problemen erg groot zijn.

Dit zijn verplichtingen in de wet, maar die worden niet ondersteund met een programma wat hen daarbij helpt. De ouders die nog veel onverwerkte emoties over de scheiding hebben, zijn in feite nog niet klaar om afspraken te maken, want die willen de hele situatie waarin ze zitten nog niet.

Kind kijkt in de camera terwijl de ouders op de achtergrond ruzie hebben. Fotocredits: iStock

Wat kan gescheiden gezinnen helpen?

‘Bij 80% van de gezinnen gaat het goed, dat wil zeggen: Na de eerste twee jaar gaat het met de meeste ouders en kinderen goed, of in elk geval beter. Je ziet dat het beter gaat wanneer ouders  elkaar echt de ouderrol gunnen en dat los kunnen koppelen van het feit dat deze persoon ook hun ex-partner is. Deze mensen kunnen erkennen dat het aandeel van de ander in de opvoeding ook van belang is in plaats van dat ze strijden om wie het beter doet.

Een mediator, advocaat-bemiddelaar of tegenwoordig ook kindbehartiger, kan goed helpen met praktische tips die het gezamenlijk opvoeden hanteerbaar maken. Dit kunnen kleine dingen zijn, bijvoorbeeld een schrift waarin afspraken worden geschreven over de zwemles, maar ook wijzen op het belang van afspraken maken voor de langere termijn, en daar ook om de zoveel tijd samen opnieuw naar kijken. Zulke ondersteuning door een professional levert veel op.’
 

Hoe moeten ouders omgaan met de onherroepelijke conflicten?

‘Sociaal-economische statusverandering is iets wat vaak voortvloeit uit scheiding. Over geld en daarnaast zorg voor en omgang met de kinderen wordt door gescheiden ouders het meest geruzied. Kinderen hebben daar last van, uit onderzoek blijkt dat het gemiddeld iets slechter gaat met kinderen met gescheiden ouders.

Het gaat gemiddeld nog een stuk slechter met kinderen met veel conflicten om hen heen en die daarin betrokken worden. Bij ouders die veel conflicten hebben, maar hun kinderen daar helemaal buiten houden door bijvoorbeeld af en toe een oppas te regelen en samen af te spreken om zaken uit te praten of ruziën, gaat het echt een stuk beter met de kinderen.

Kwaad over elkaar spreken in het bijzijn van de kinderen is heel ondermijnend, het is zeer schadelijk voor een kind als het van de ene ouder negatieve dingen hoort over de andere ouder.’

Wat heeft het meeste invloed op het welzijn van de kinderen?

‘Het welzijn van kinderen is er erg bij gebaat wanneer zij beide ouders zien en met beide een goede band kunnen hebben. Als er sprake is van weinig conflicten en goede onderlinge afstemming tussen ouders. Verder weten we er nog niet heel erg veel van. Ik wil met verder onderzoek vooral gaan kijken naar wat factoren zijn die kunnen bijdragen aan beter welzijn van de kinderen.

We starten dit najaar met de werving voor een onderzoek naar waar kinderen uit gebroken gezinnen zich thuis voelen, ‘Where do I belong?’. Hiervoor worden jongeren tussen de 12 en 18 jaar en (een van) hun ouders gezocht. Over het op twee plekken wonen en de invloed van die verschillende omgevingen, weten we nog niet zoveel. We gaan dit multidisciplinair benaderen, dus vanuit de sociale wetenschap, maar ook de stadsgeografie, linguïstiek, computer science en familierecht.’