Utrechts onderzoek naar de bijwerkingen van het veelgebruikte chloroquine

Chloroquine veroorzaakt hartritmestoornissen bij Coronapatiënten

In de strijd tegen Covid-19 wordt het anti-malariamiddel chloroquine ingezet. Maar de bijwerkingen zijn allerminst duidelijk. Utrechtse onderzoekers keken naar het effect van chloroquine op het hartritme. Ze publiceren hun resultaten in Netherlands Heart Journal.

Chloroquine wordt sinds het begin van de pandemie in veel ziekenhuizen in Nederland en de rest van de wereld ingezet als mogelijke behandeling tegen Covid-19. Het middel staat bekend als anti-malariamedicijn, maar zou mogelijk ook de effecten van het Covid-19 kunnen terugdringen – al blijkt de effectiviteit inmiddels tegen te vallen.

Hoe sterk dit effect is bij de dosering die gekozen wordt bij Covid-19-patiënten was niet bekend

Vanaf het begin werd gewaarschuwd voor de bijwerkingen op het hart. “Het is bekend dat chloroquine de QTc-geleidingstijd verlengt en daardoor hartritmestoornissen kan veroorzaken. Hoe sterk dit effect is bij de voor Covid-19-patiënten gekozen dosering was niet bekend”, vertelt laatste auteur Ewoudt van de Garde, universitair hoofddocent klinische farmacotherapie en ziekenhuisapotheker in het St. Antonius Ziekenhuis.

Samen met de afdelingen farmacie en cardiologie aldaar heeft hij onderzocht hoe sterk het effect van chloroquine is op de hartgeleiding bij patiënten opgenomen in het ziekenhuis vanwege Covid-19. “Ons onderzoek laat zien dat het QTc-verlengende effect veel sterker is dan verwacht en dit onderschrijft de noodzaak van ECG-controle tijdens gebruik”, zegt Van de Garde. Bijna een kwart van de Covid-19-patiënten die chloroquine kregen voorgeschreven kreeg last van hartritmestoornissen.

NRC

Het onderzoek wordt ook aangehaald in een artikel van het NRC, over de zoektocht naar bestaande medicijnen als therapie voor Covid-19-patiënten: De noodmedicijnkast is bijna leeg.

Publicatie

Chloroquine-induced QTc prolongation in COVID-19 patients. Netherlands Heart Journal, 29 april. M. P. H. van den Broek, J. E. Möhlmann, B. G. S. Abeln, M. Liebregts, V. F. van Dijk & E. M. W. van de Garde*

*Verbonden aan de Universiteit Utrecht.