20 december 2018

Blog door stadsgeografen Irina van Aalst en Kirsten Visser

Buitenspelen in de stad: het perspectief van kinderen

Utrecht is een jonge stad; er wonen veel studenten en gezinnen met kinderen. Eén op de vijf inwoners is jonger dan 18 jaar en groeit dus op in de stad. Maar is het eigenlijk nog wel een goede plek voor kinderen om te spelen en op te groeien? Stadsgeografen Irina van Aalst en Kirsten Visser vertellen over hun onderzoek, waarin ze de kinderen zelf actief betrekken.

Binnen onderzoeksthema ‘Dynamics of Youth’ doen we onderzoek naar deze stadskinderen voor wie buitenspelen niet meer vanzelfsprekend is. Uit studies van Jantje Beton (2018) blijkt dat 30 procent (bijna) nooit buiten speelt; vijf jaar geleden was dit nog 20 procent. Dat is zorgelijk, want het is een essentieel onderdeel van actief en gezond opgroeien in de stad. Maar hoe kijken kinderen daar zelf tegenaan? En welke oplossingen geven zij om buitenspelen weer leuk te maken?

 

Online verstoppertje spelen

Uit onderzoek blijkt dat er voor stadskinderen steeds minder ruimte is om buiten te spelen. Door de toename van bewoners en bezoekers wordt er meer gebouwd. Dit gaat ten koste van parken en speelplekken. Veiligheid speelt ook een rol: bezorgde ouders houden hun kinderen binnen omdat ze bang zijn dat hun iets overkomt. Kinderen zelf zeggen bevreesd te zijn voor pesters en ‘oudere’ jongeren op straat. Speeltuinen in de buurt vinden ze vaak saai en meer geschikt voor kleintjes. Ook drukke agenda’s van zowel opvoeders als kinderen laten weinig tijd voor spontane activiteiten: buitenspelen vindt plaats op de sportclub of BSO of in het weekeinde, samen met de familie. Ook het ‘spelen’ zelf is veranderd. Concurrentie van digitale beeldschermen en games hebben het buitenspelen deels vervangen. Samenspelen doe je ‘online’. Onlangs nog vertelde een 10-jarige jongen in De Wereld Draait Door “verstoppertje spelen kan ook online, je hoeft er niet voor op te staan en niet voor naar buiten”. Dat zet ons aan het denken.

 

Kritische vragen

In samenwerking met Consulting Kids bezochten we drie basisscholen in Wittevrouwen en Voordorp. Kinderen uit groep 7 en 8 (10-12 jaar) werden voor een dag ‘junior adviseur’. Ze gingen aan de slag met de vraag: wat zou er moeten veranderen om kinderen weer naar buiten te krijgen? Voor ons als academisch onderzoekers was dit een unieke kans om op een andere manier in gesprek te gaan met kinderen. Deze keer waren de kinderen de experts. Op basis van een ‘kinderverhaal’ werd het probleem geschetst en dit bleek voor de schoolklassen heel herkenbaar. Tegelijkertijd kwamen de kinderen ook met kritische vragen: hoe lang moet je eigenlijk buitenspelen per dag? Is het de schuld van kinderen dat er minder wordt buiten gespeeld? En waarom zijn games toch zo verslavend?

 

Een klas vol junior-adviseurs aan het werk

Van speeltuinmentor tot dakspeeltuin

De vraag naar goede en leuke speelplekken is groot. Gemeenten maken graag ruimte voor buitenspelen maar dit sluit niet altijd aan op de wensen van de gebruikers, in dit geval kinderen. De ‘junior adviseurs’ kwamen met verschillende ideeën om kinderen meer buiten te laten spelen. Veel adviezen richtten zich op het leuker en spannender maken van het buitenspelen, bijvoorbeeld door middel van interactieve stoeptegels, levensgroot Minecraft of Domino. Het verbinden van de online en offline wereld door middel van innovatieve apps werd ook veel genoemd. Het stimuleren van veiligheid kwam naar voren als een belangrijke aanbeveling. Zo kan er een speeltuinmentor worden benoemd – bijvoorbeeld een jongere uit de buurt – die zorgt voor een veilige speelomgeving; ook zouden autovrije straten of dakspeeltuinen het buitenspelen nog meer kunnen stimuleren.

 

Een plek om te dagdromen

Tevens is er volgens de ‘junior-adviseurs’ een belangrijke rol weggelegd voor de ouders om de kinderen naar buiten te sturen of juist samen buiten te spelen. Opvoeders hebben het echter vaak druk, het inrichten van plekken waar ouders kunnen werken, of juist even ontspannen, terwijl ze op hun kinderen letten zou een oplossing kunnen zijn. Tot slot, merken de kinderen op dat er ook genoeg ruimte moet zijn om zich te vervelen, te dagdromen en ‘vrij’ te spelen. Een natuurlijke omgeving, een plek waar door volwassenen niet teveel bedacht en ingegrepen is, lijkt ze heel aantrekkelijk.

Kinderen merken op dat er ook genoeg ruimte moet zijn om zich te vervelen, te dagromen en 'vrij' te spelen.

Kinderen denken mee

Wat levert een dergelijk manier van onderzoek doen op? Onderzoek gaat vaak over kinderen, maar veel minder worden kinderen zelf betrokken in een onderzoeks- of consulting proces. Met dit project hebben we kinderen betrokken als meedenkers over een maatschappelijk relevant vraagstuk en ze mee laten denken over oplossingen. Dit heeft geresulteerd in creatieve ideeën en vragen van kinderen, waaruit betrokken partijen als de Universiteit Utrecht, het UMC Utrecht, het Wilhelmina Kinderziekenhuis, de gemeente Utrecht en Jantje Beton inspiratie kunnen putten.

 

Onderzoeksthema Jeugd

Wil je maatschappelijke problemen aanpakken, dan kun je het beste beginnen bij kinderen. Het Utrechtse onderzoeksthema Dynamics of Youth investeert in een veerkrachtige jeugd. Wetenschappers uit alle vakgebieden werken samen om kinderontwikkeling beter te leren begrijpen. Hoe helpen we kinderen en jongeren groeien en bloeien in onze snel veranderende samenleving?