11 september 2019

Breng onderzoek naar circulaire economie meer in praktijk

Wetenschappelijk onderzoek naar de circulaire economie wordt met open armen ontvangen in de academische wereld. Toch is er nog een kloof tussen kennis en praktijk. Circulaire economie-experts Julian Kirchherr en Ralf van Santen van de Universiteit Utrecht benoemen in het tijdschrift Resources, Conservation & Recycling vijf barrières en geven aanbevelingen.

Gebrek aan empirisch onderzoek en uitgebreide onderzoeken

Om een goed beeld te krijgen van de literatuur hebben Kirchherr en Van Santen, respectievelijk werkzaam en werkzaam geweest bij het Copernicus Instituut voor Duurzame Ontwikkeling, 160 publicaties over circulaire economie geanalyseerd. Slechts 55% daarvan betrof empirisch onderzoek. De overige publicaties waren conceptueler, zoals de uitvoerige literatuurstudie van Kirchherr zelf, waarin hij 114 definities van circulaire economie geeft - en een afgeleide 115e.

De twee onderzoekers menen dat het op dit moment nog ontbreekt aan voldoende empirisch onderzoek. “Degenen die werken in de circulaire economie geven niets om de nuance in de definitie”, schrijven ze. “Ze willen empirisch onderzoek dat aantoont hoe circulaire economie werkt.” Bovendien maken veel empirische studies gebruik van kleine steekproeven. In meer dan 60% van de studies werden minder dan tien cases onderzocht.

Foto: hroe via iStock
Degenen die werken in de circulaire economie geven niets om de nuance in de definitie. Ze willen empirisch onderzoek dat aantoont hoe circulaire economie werkt. Foto: hroe via iStock

Gericht op industrie en ontwikkelde landen

Vrijwel alle artikelen met een focus op de industrie bestudeerden de maakindustrie. Minder dan 10% keek ook naar de dienstensector. Kirchherr en Van Santen vinden dit problematisch: gemiddeld 70% van bruto binnenlands product in Europese landen komt namelijk uit de dienstensector. Ondanks het gebrek aan onderzoek hebben academici daarentegen wel oog voor de businessmodellen achter de deeleconomie, zoals Peerby en Zipcar. Daarnaast richt 95% van de 160 artikelen zich op ontwikkelde landen, tegenover slechts 5% over een ontwikkelingsland. “Dit maakt het overgrote deel van de literatuur onbruikbaar voor ontwikkelingslanden, waar in totaal de helft van de wereldbevolking woont”, schrijven Kirchherr en Van Santen.

Als we in de academische wereld op deze manier doorgaan laten we een kans liggen om te bouwen aan een circulaire toekomst.
Julian Kirchherr & Ralf van Santen

Gebrek aan advies

Net iets meer dan de helft van de onderzochte publicaties bevat aanbevelingen. Een vijfde van die selectie biedt aanbevelingen aan bedrijven en nog geen derde adviseert beleidsmakers. Het merendeel van de artikelen (80%) bevat aanbevelingen aan andere academici.

De auteurs adviseren onderzoekers op het gebied van circulaire economie om deze vijf observaties in gedachten te houden. Onderzoek naar de circulaire economie moet ‘buiten’ gebeuren en dient niet binnen de academische wereld te blijven. Kirchherr werkt op dit moment bijvoorbeeld zelf aan een NWO-project waarin hij onderzoekt in hoeverre en hoe circulaire start-ups vruchtbare omgevingen creëren voor hun vernieuwende producten en diensten. Kirchherr en Van Santen besluiten hun artikel met de woorden: “Als de academische wereld op deze manier doorgaat [en de adviezen van de auteurs niet ten harte neemt], laat ze een kans liggen om te bouwen aan een circulaire toekomst.”

Publicatie

Julian Kirchherr, Ralf van Santen, Research on the circular economy: A critique of the field, Resources, Conservation and Recycling, Volume 151, 2019