28 juni 2018

Caroline Junge en Carlijn van den Boomen over het project SAPIENS

Bouwen aan een overkoepelende blik op kinderontwikkeling

Caroline Junge en Carlijn van den Boomen bestuderen de ontwikkeling van het babybrein aan de Faculteit Sociale Wetenschappen. Samen met een internationale groep onderzoekers gaan ze vanaf volgend jaar aan de slag met het zojuist gehonoreerde EU-project SAPIENS (ShAPIng the social brain through Early interactioNS). Van den Boomen: "We willen de interactie tussen jonge kinderen en hun ouders beter leren begrijpen."

Caroline Junge
Caroline Junge

Hoe sturen jonge kinderen de interactie met hun ouders? En hoe kun je dat eigenlijk meten? Die vragen stelt het interdisciplinaire Europese project SAPIENS. Caroline Junge is een van de betrokken onderzoekers, en legt uit: "We brengen in kaart wat kinderen precies doen in de interactie met hun ouders. Hoe en wanneer lachen ze bijvoorbeeld, en hoe reageren hun ouders daarop? We weten nog relatief weinig van de actieve rol van het kind. Eerder keken we vooral hoe kinderen reageren op het zien van bepaalde stimuli, maar niet hoe ze zelf-  al dan niet bewust - de interactie met hun ouders aansturen."

Haar collega Carlijn van den Boomen vult aan: "Ouders zijn voor baby's en hele jonge kinderen de primaire contacten. We bekijken vervolgens hoe die interactie je verdere sociale onwikkeling beïnvloedt." Junge: "Dat doen we bij zowel normaal ontwikkelende kinderen, als bij bepaalde subgroepen. Met name baby’s met een risico op autisme."

Carlijn van den Boomen
Carlijn van den Boomen

SAPIENS hoopt nieuwe methodes te kunnen ontwikkelen om de rol van het kind beter te kunnen bestuderen. Junge: "Zo kijk ik naar de samenhang tussen sociale ontwikkeling en taalontwikkeling, en gaat onze collega Roy Hessels kijken naar ouder-kindinteractie met dual eyetracking. Daarnaast hopen we straks een betere set van diagnostische criteria te krijgen." Van den Boomen: "Aan de hand van algoritmes die laten zien welke rollen en verschillen er zijn in sociale interacties, kun je diagnostische tools ontwikkelen voor ontwikkelingsstoornissen die zich kenmerken in de babytijd. Denk aan autisme en ADHD."

Steeds een stap verder

SAPIENS borduurt voort op drie eerdere grote, interdisciplinaire EU-samenwerkingen, waarvan de eerste zo'n 10 jaar geleden startte met het doel om onderzoekers uit verschillende landen bijeen te brengen. De focus ligt steeds op vroege kinderontwikkeling, al verschuift bij elk project de aandacht. Junge: "De projecten hebben steeds een uniek doel. En dat is nu: nieuwe methodes ontwikkelen om interactie in kaart te brengen."

SAPIENS wil een brug slaan tussen wetenschap en praktijk.

"Ontwikkeling is niet per se stabiel, en het feit dat je er op verschillende manieren naar kan kijken kan zorgen dat je gefragmenteerd te werk gaat," gaat Junge verder. "Met deze projecten bouwen we juist aan een overkoepelende, interdisciplinaire blik." Er zijn dan ook veel disciplines bij het project betrokken. Van den Boomen: "We kijken naar brein, gedrag, genetica, er kijken mensen vanuit de technische kant: hoe kun je real life hersenactiviteit meten en analyseren, en algoritmes ontwikkelen? "

SAPIENS wil daarnaast een brug slaan tussen wetenschap en (klinische) praktijk. Van den Boomen: "Vanuit de klinische kant zijn er mensen bij die veel verstand hebben van diagnostiek, bij autisme of ADHD. Hoe kijken ouders hier tegenaan, tegen welke vragen lopen zij aan? Ook een belangrijk onderdeel voor de EU is de samenwerking met verschillende typen bedrijven. Zo is er een bedrijf bij dat ouders traint en begeleidt in opvoeding, en bedrijven die technieken zoals eyetracking ontwikkelen of EEG-analyses doen."

Foto Ed van Rijswijk
Eyetracking

Investeren in jong talent

In september 2019 gaan er twee (internationale) promovendi voor SAPIENS aan de slag in Utrecht. In totaal zullen er 15 aio's van universiteiten uit de hele EU meewerken aan het project. Junge: "Dit EU-netwerk richt zich op jonge, beginnende onderzoekers. Het gaat om het verstevigen van hun onderzoeksskills en het promoten van netwerken tussen universiteiten."

Carlijn van den Boomen coördineert de training van de 15 SAPIENS-promovendi. "Ze zien elkaar twee keer per jaar een week, steeds op andere plekken zodat ze elke keer een ander lab zien. Dat kan in Rome, Londen, Warschau, Gent of Uppsala zijn. En gedurende het jaar gaan ze elkaar helpen in elkaars projecten. Met tools die onder andere Educate-IT hier ontwikkeld heeft, laten we ze tussentijds online feedback geven "

De promovendi moeten leren organiseren, presenteren en discussieren.

De jonge onderzoekers doorlopen dus geen standaard promotietraject. Van den Boomen: "Deze jonge mensen moeten na afloop van het project klaarstaan om onderzoeker te worden, of in het bedrijfsleven of bij NGO's te werken. Dus ze worden heel breed voorbereid. Ze moeten leren organiseren, presenteren, met mensen praten en discussieren. Daar gaan we expliciet op focussen."

Ook voor al gepromoveerde jonge onderzoekers viel er overigens iets te leren. Van den Boomen: "De aanvragen voor de vorige EU-projecten zijn geschreven  door professoren. Zij hebben deze keer gezegd: laat de volgende generatie het maar doen. Zij hebben ons wel begeleid en feedback gegeven, maar gaven ons ook de kans om gebruik te maken van dit netwerk, en ervaring op te doen met het schrijven van dit soort aanvragen."

Onderzoeksthema Jeugd

Wil je maatschappelijke problemen aanpakken, dan kun je het beste beginnen bij kinderen. Het Utrechtse onderzoeksthema Dynamics of Youth investeert in een veerkrachtige jeugd. Wetenschappers uit alle vakgebieden werken samen om kinderontwikkeling beter te leren begrijpen. Hoe helpen we kinderen en jongeren groeien en bloeien in onze snel veranderende samenleving?

Bekijk ook